Beheers de wereld via de waarneming

Met de magie van film zet de maker zijn publiek met wat trucs op het verkeerde been.

Georges Mélies deed het al in zijn tijd, net zoals de illusionisten in The Prestige.

Auguste en Louis Lumière waren in 1895 de eersten die erin slaagden bewegende beelden te projecteren. Toch legden ze niet de grondslag voor de massacultuur van de filmindustrie. Want die bestond al: eind negentiende eeuw was in de grote steden van Amerika en Europa een hele bedrijfstak ontstaan, van goochelaars en illusionisten, van toverlantaarns en andere trucages waarmee het proletariaat kon worden gehypnotiseerd. De cinematograaf, de uitvinding van de Lumieres, zou die industrie geheel veranderen, maar was in eerste instantie niet meer dan een van de attracties in de varietétheaters.

Net als in The Illusionist van regisseur Neil Burger, die vorige maand in première ging, speelt The Prestige van Christopher Nolan op die locaties. Het zijn allebei films over goochelaars die de grenzen van hun vak verleggen, en daarmee dicht in de buurt van het begin van de cinema komen.

In Burgers film zijn de Weense politiemannen die de magie van de illusionist Eisenheim onderzoeken, getuige van een van de eerste filmprojecties in de stad. In The Prestige wordt de bouw van het mysterieuze apparaat waarmee de belangrijkste act van de film wordt uitgevoerd, geobserveerd door spionnen van Thomas Edison – uitvinder en filmpionier.

Illusionisten waren de eerste filmregisseurs, is de suggestie. Maar tegelijk dringt zich een groot verschil met de meeste hedendaagse filmmakers op. Waar die zich schuil houden achter de dromen die ze creëren, staan deze entertainers juist tussen hun publiek en hun trucs in.

De eerste les die Michael Caine, ontwerper van goochelapparaten in The Prestige, geeft, is het belangrijkst: om te beginnen laat de goochelaar zijn publiek iets schijnbaar gewoons zien. Zonder het zich te realiseren levert het zich zo aan hem over. Dat is ook de manier waarop het verhaal in The Prestige wordt opgebouwd. Lang blijven de goochelacts relatief onbeduidend, maar de gesprekken van de personages leiden ons een wereld binnen waarin alles betekenis krijgt.

Die goochelmanieren waren kenmerkend voor de eerste korte films van de Franse regisseur Georges Mélies direct na de eerste kennismaking met de uitvinding van de Lumieres. Meestal verschijnt Mélies eerst zelf in beeld, als tovenaar of artiest, en laat hij de toeschouwer via nadrukkelijke handbewegingen kennis maken met de vrouw die hij een metamorfose laat ondergaan of het hoofd dat hij zal laten verdwijnen; hij is de man die de wereld beheerst.

Het is opvallend dat zulke gebaren juist nu terugkeren. De filmindustrie heeft zich de afgelopen jaren bijna volledig uitgeleverd aan de bedrijven die met digitale animaties alles kunnen overtuigend oproepen, van wonderbaarlijke gedaanteverwisselingen tot veldslagen tussen fantasiewezens.

Daarbij blijven de effecten die na de lange opbouw in The Prestige worden gebruikt ver achter, maar door de aanwezigheid van de illusionisten is de doeltreffendheid des te groter. Omdat de illusies geen willekeurige parade van trucs vormen. Ze zijn onderdeel van een machtsspel, het eigendom van personages die er misbruik van kunnen maken of het leven van ander mee kunnen verwoesten.

Dat moet de fascinatie van het allereerste begin van de cinema zijn geweest: de wetenschap dat iemand controle over je waarnemingen kan uitoefenen.