Aruba moet te hoge schuld snel saneren

De overheidsschuld van Aruba is opgelopen tot 46,1 procent van het bruto binnenlands product van het eiland. Dat is vooral het gevolg van oplopende personeelskosten van de Arubaanse overheid.

Dat concludeert de Nederlands-Arubaanse commissie openbare financiën in een gisteren gepresenteerd rapport.

Om de overheidsschuld terug te dringen en de Arubaanse begroting in evenwicht te brengen, is sanering van het ambtelijk apparaat noodzakelijk, aldus de commissie. Het aantal ambtenaren steeg in de periode 1986-2005 van 2.670 naar 6.567, vooral in het onderwijs. Aruba heeft daarmee, in vergelijking met andere landen in de regio, de meeste ambtenaren per hoofd van de bevolking. Dat kost 2.760 dollar per inwoner.

Volgens de commissie moeten de huidige personeelskosten, 6,3 procent van de begroting, worden teruggebracht naar maximaal 3 procent. Dat kan onder meer door te bezuinigen op secundaire arbeidsvoorwaarden en een efficiëntere interne bedrijfsvoering.

De overheidsschuld steeg van 1,3 miljard naar 1,9 miljard Arubaanse guldens, circa 830 miljoen euro. De commissie adviseert de overheid de schuld terug te brengen naar een maximum van 40 procent. Meer dan 11 procent van de overheidsuitgaven gaan inmiddels op aan het aflossen van de rente.

De hoge schuldenlast en de gevolgen daarvan voor de begroting, compliceren het Arubaanse streven om in 2009 financieel onafhankelijk te zijn van Nederland. De Nederlandse minister Zalm (Financiën, VVD), op werkbezoek op Aruba, liet gisteren volgens het Antilliaans Dagblad doorschemeren dat Nederland en Aruba ook na 2009 blijven samenwerken op financieel gebied, met name als het gaat om te komen tot een stabiele begroting. Maar begrotingsdiscipline is volgens Zalm wel voorwaarde voor verdere Nederlandse steun.

De komende jaren zal Nederland ook veel besteden aan sanering van de Antilliaanse overheidsschuld. Dat gaat Nederland naar verwachting 100 miljoen euro per jaar kosten. Sanering van die overheidsschuld is nodig om Curaçao en Sint Maarten voldoende basis te geven als beide eilanden net als Aruba zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden worden.