Ambtenaren altijd kop van jut

Het nieuwe kabinet gaat 750 miljoen bezuinigen op het ambtelijke apparaat. Vijf ambtenaren vinden dit geen goed idee.

Alle politieke partijen hadden in hun verkiezingsprogramma’s aangekondigd fors te willen snijden in de bureaucratie. De ChristenUnie en het CDA wilden oorspronkelijk 2,5 miljard euro bezuinigen en de PvdA wilde het mes nog dieper zetten: min 3,6 miljard. Deze plannen waren zo draconisch dat ze niet standhielden toen het Centraal Planbureau de programma’s doorrekende. De getallen werden bijgesteld, maar de wens het aantal rijksambtenaren drastisch te verminderen bleef.

Niet alleen rechtse, maar ook linkse partijen scharen zich opvallend genoeg achter het credo ‘Weg met de bureaucratie’. Waar hebben we die eensgezindheid – die leidt tot een bezuiniging van 750 miljoen euro op het ambtelijk apparaat – aan te danken? Hebben we daadwerkelijk te veel ambtenaren, functioneren ze slecht of is er iets anders aan de hand?

Nederland heeft geen buitensporig groot ambtenarenapparaat. Bestuurskundige Roel in ’t Veld: „Er zitten helemaal geen tienduizenden beleidsambtenaren in de departementen, al haal je heel Den Haag leeg.”

Doet de Nederlandse ambtenaar het dan zo slecht? Hoe staan we ervoor ten opzichte van het buitenland? Ad Geelhoed, voormalig topambtenaar en zes jaar lang advocaat-generaal aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, volgde op afstand met stijgende verbazing de Nederlandse politieke verwikkelingen. „Nederland wordt goed geadministreerd. De kwaliteit van de ambtelijke stukken die we in Europa krijgen aangeleverd, is, vergeleken met andere landen, relatief hoog”, merkte hij onlangs in het blad Binnenlands Bestuur. Een buitenlandse collega zei hem: „Nederland wordt beter bestuurd dan geregeerd.”

Kritiek op ambtenaren is van alle tijden, maar de minachting lijkt nergens zo groot als hier. Volgens Geelhoed moet die verklaard worden tegen de achtergrond van de aanhoudende kritiek op de politiek. Door maatschappelijke veranderingen staat het politieke primaat onder druk. Haagse politici, met name Kamerleden, houden daar, tegen de verdrukking in, manmoedig aan vast. De samenleving wordt complexer en het beleid eveneens. Tegelijkertijd neemt de druk vanuit de media toe om onmiddellijk en zonder omhaal te reageren. Het populisme wint in de journalistiek terrein. Er is steeds minder begrip voor het noodzakelijk ingewikkelde en rommelige vak van beleid maken. De spanning moet ergens op afgewenteld worden. Ambtenaren zijn dan het meest aangewezen.

Een lobbymachine als VNO-NCW draagt de argumenten aan. In ‘Nederland kan winnen’, het verkiezingsmanifest van de werkgeversorganisaties, staat: „Het aantal ministeries moet worden verkleind. De vorming van een beperkt aantal kerndepartementen betekent ook dat het aantal beleidsambtenaren kan worden verkleind. Dat leidt tot meer slagvaardigheid, minder overbodig beleid en minder overbodige regels.”

Dat er veel overbodige regels zijn, is sterk overdreven. Bovendien moeten politici beseffen dat een krimpende overheid met dezelfde taken ten koste gaat van de kwaliteit. Deze bezuinigingen gaan dan ook niet bijdragen aan een beter functionerende overheid.

Betere adviezen komen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het SG-overleg en de Raad van Economische Adviseurs. Maar dat zijn geen simpele verhalen. Ze gaan over het niet klakkeloos kopiëren van managementfilosofieën uit het bedrijfsleven. Ze vragen om rust, om lef, om politieke en bestuurlijke stabiliteit. Om tijd voor het maken van gedegen beleid, zodat burgers en bedrijven – en de overheid zelf – tijdens de uitvoering niet worden geconfronteerd met ongewenste neveneffecten van haastig beleidswerk.

We moeten ons als ambtenaren er niet toe laten verleiden, straks met minder mensen onder druk van de omstandigheden toch weer nieuw beleid in de steigers te zetten. Want dat gaat slecht uitpakken voor burgers en bedrijven. En dat ligt dan niet aan de kwaliteit van de Nederlandse ambtenaar, want die maakt vooralsnog de kwaliteit van de overheid.

Onno Beljaars, Aly van Berckel, Guido Landheer, Jan Meijer en Rebecca Parzer zijn ambtenaren op verschillende departementen en overheidsniveaus.