We moeten hier zijn, in Brussel

Het Beneluxparlement over de toekomst van kleine landen. De Lissabon-agenda over de toekomst van Europa.

Een dagje Brussel met een Nederlandse senator.

PvdA-senator Ton Doesburg bezoekt tijdens een dagje Brussel het Beneluxparlement en een bijeenkomst van nationale parlementariërs van de 27 EU-lidstaten in het Europees Parlement. Foto Merlin Daleman Ton Doesburg, PvdA in Europees Parlement. Brussel, Belgi‘, 05-02-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Langzaam rijdt Ton Doesburg, PvdA-senator en Nuon-directeur, zijn groene Jaguar het terrein op van het Paleis van de Natie in Brussel. Op dit vroegere jachtgebied van de Hertogen van Brabant, waar nu de Belgische Senaat huist, werd in 1830 de onafhankelijkheid bevochten op de Hollandse troepen. Maar de Nederlandse parlementariër is op ‘vredesmissie’. Een Fries in het hart van Europa.

Sterker: Doesburg wil de Nederlandse band met België én Luxemburg juist krachtiger maken. „Kleine landen in Europa kunnen veel meer samen doen’’, zegt hij. Daarom is hij in Brussel. Ook om het Europees Parlement te bezoeken waar Duitsland als EU-voorzitter parlementariërs uit alle 27 lidstaten heeft uitgenodigd om de ‘Lissabon-agenda’ nieuw leven in te blazen.

„Nederland is in de huidige wereld geen factor’’, zegt Doesburg. Zelfs Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië beginnen kleine landen te worden in een wereld waarin China, India, Brazilië en Rusland steeds meer de toon aangeven. „We kunnen alléén als Europa iets bewerkstelligen. Daarom moeten we híer zijn, maar Nederland investeert te weinig in Brussel’’, zegt Doesburg, door de wol geverfd in het bedrijfsleven. Dat ergert hem en hij beent het Paleis binnen, in een grijs pak en dito indrukwekkend polshorloge. Hij grapt erover: „’Ach, de wereld van de grote horloges is mijn wereld niet’, schreef PvdA-leider Wouter Bos in z’n boek.” Een uitlating die hij nog een paar keer zal citeren.

Doesburg, 58 jaar, is een van de weinige Nederlandse Kamerleden die wel regelmatig in Brussel komt. Eens in de twee weken, want Doesburg vertegenwoordigt de socialistische fractie in het Beneluxparlement, het parlementaire instituut van de Benelux.

„Ik wil graag praten over de toekomst van de Benelux’’, zegt Doesburg, eenmaal binnen in de vergaderzaal waar parlementariërs uit de drie kleine landen aan tafel zitten. Het verdrag van de Benelux, voorloper van de Europese Unie, moet verlengd worden en sommigen vragen zich af: willen we doorgaan met de Benelux?

„Ik vrees een scheidslijn’’, zegt een deelnemer. Nederland kijkt naar Groot-Brittannië; België en Luxemburg naar Berlijn en Parijs.

Kleine landen in Europa moeten juist meer samen doen, vindt Doesburg. „Laten we proberen een gemeenschappelijke noemer te vinden die ook aantrekkelijk is voor andere kleine landen.’’ Dat zijn er tenslotte zeker tien in de Unie.

Even later staan we weer buiten. In het Spinelli-gebouw van het Europees Parlement aan de Wierz-straat wachten de socialistische broeders van Doesburg uit heel Europa met de lunch. Doesburg is al sinds 1970 sociaal-democraat. Tijdens een dansavond bij de VVD in Leeuwarden („de leukste meisjes’’) ontmoette hij zijn vrouw, die hem overhaalde bij de PvdA te komen, net als zij.

Terwijl zo’n vijftig socialisten achter een geel tableau met hors-d’oeuvres schuiven, heet de voorzitter iedereen welkom. „We willen graag dat de nationale parlementen meer greep krijgen op de Lissabon-agenda.’’

Daarna presenteert de Italiaanse hoogleraar economie Pier Carlo Padoan een onderzoek: de Lissabon-agenda en het Europese Sociale Model. Hij heeft de sociale stelsels van de 27 lidstaten vergeleken en hun inspanningen wat betreft economische hervormingen. Wat blijkt? „Er heeft geen race to the bottom plaats’’, zegt de hoogleraar over de sociale stelsels. Integendeel, de resultaten suggereren een race to the top.

„De meeste landen worden Nordics’’, zegt hij. Geïnspireerd door het Scandinavische model blijken veel landen bezig meer mensen aan het werk te krijgen en de sociale voorzieningen efficiënter te maken. „Opvallend onderzoek’’, fluistert Doesburg. Sociale voorzieningen zijn nationale politiek. Maar iedereen kijkt naar iedereen. „Elkaar met toptiens om de oren slaan, benchmarking, werkt stimulerend.”

Als ondernemer houdt Doesburg daar wel van. Na uren vergaderen met vierhonderd parlementariërs, en later in werkgroepen, komt er een resolutie uit de bus rollen. Europa moet investeren in levenslang leren, verhoging van de arbeidsparticipatie en investeren in onderzoek en ontwikkeling.

„De Lissabon-agenda is fors bijgesteld en dat is goed’’, zegt Doesburg tevreden als we aan de terugreis beginnen. Het actieprogramma is teruggebracht van 62 punten naar vier. „Verstandig’’, oordeelt hij. De Lissabon-agenda was onhaalbaar.