Uytdehaage ziet geen lichtpuntjes meer

Jochem Uytdehaage (30) zette gisteren een punt achter zijn carrière als topschaatser. Zijn analytisch vermogen bracht hem in 2002 tot ongekende hoogte, met twee maal olympisch goud en één keer zilver. Maar het leidde ook tot zijn vroege afscheid.

salt lake 10000 meter joche uytdehaaghe wint goudfoto rien zilvold Zilvold, Rien

„Jochem heeft een moeilijk zomerseizoen gehad. Tot en met ons laatste trainingskamp in Berlijn had ik zoiets van: valt nog niet mee. Een vijfde plaats hoeft voor hem niet slecht te zijn.” Krap drie maanden nadat zijn coach Gerard Kemkers deze woorden sprak, in november 2001, was Jochem Uytdehaage Europees kampioen, tweevoudig olympisch kampioen (plus zilver) en wereldkampioen allround. Met formidabele wereldrecords op vijf en tien kilometer, waarop hij als eerste schaatser ter wereld de grens van de dertien minuten slechtte.

Zijn ongekende dominantie in de eerste drie maanden van 2002 kwam niet alleen voor zijn eigen coach onverwacht. Uytdehaage zelf mikte aan het begin van dat olympisch jaar vooral op de Olympische Spelen van 2006 in Turijn. Hij gold als beloftevol allrounder, in de schaduw van de groten: Rintje Ritsma en Ids Postma. Op de lange afstanden had hij af en toe een uitschieter, maar was niet van de klasse van Gianni Romme of Bob de Jong.

„Rancune vind ik een moeilijk woord”, zei hij na zijn succesjaar. „Maar in zekere zin heb ik de jaren hiervoor wel zoiets gehad van: ik zal iedereen nog eens laten zien wat ik kan. Geldingsdrang, het gevoel dat je jezelf moet bewijzen.”

In de kernploeg van coach Kemkers werkte hij vanaf 2000 met jonge schaatsers als Renate Groenewold, Andrea Nuyt en Carl Verheijen keihard om uit de schaduw te treden van de sterrenploeg van Spaar Select met coach Peter Mueller en idolen als Romme, Marianne Timmer en Erben Wennemars. Uytdehaage wist bovendien dat hij als lichtgewicht beter dan anderen uit de voeten kon in de ijle lucht en op het snelle ijs van het hooggelegen Salt Lake City, waar de Winterspelen plaats hadden. Met een reeks scherpe tijden in Calgary voerde hij niet voor niets sinds 2001 de wereldranglijst aan.

Tijdens het olympisch jaar groeide hij met de week. Met goud op de vijf en tien kilometer en zilver op de 1.500 meter is hij de beste Nederlander op de Winterspelen na Ard Schenk, op gelijke hoogte met Romme. Niet gek voor een subtopper, die vijf jaar daarvoor nog serieus dacht aan stoppen en leek te kiezen voor zijn studie aan de HTS in Rijswijk.

Het geheim achter zijn sensationele doorbraak? „Ik beredeneer veel. Topsport wordt steeds wetenschappelijker. Kijken wat zwak of sterk is, afwegen, zoeken naar zekerheden. Als je ergens over nadenkt en het pakt goed uit, weet je dat het geen toeval is. Dat is de enige manier om progressie te maken. Toevalstreffers, dat schiet niet op.”

Zijn analytische instelling bleek niet altijd een voordeel. Tot wanhoop van coach Kemkers dacht Uytdehaage soms na over van alles en nog wat, ook buiten het schaatsen. Zo sprak hij middenin de olympische voorbereiding vrijuit over een idealistisch plan om iets te doen voor minder bedeelde sporters. Na 2002 werkte hij de plannen uit tot de Stichting Sporttop, waarin oud-topsporters jonge talenten begeleiden.

In het na-olympisch jaar haalt de schaatser uit Utrecht een onderschatte wereldtitel op de vijf kilometer, maar dan al is duidelijk dat hij moeite heeft met het harde trainingsregime. „In het olympisch jaar heb ik redelijk strak geleefd. Ik weet niet hoeveel strakker het nog kan. Zo’n levenswijze houd je niet tot in lengte van jaren vol.” Als ploeggenoot Verheijen in de training drie series ‘superlegs’, doet, houdt Uytdehaage het bij twee.

Een huis in Blaricum, een supersnelle Donkervoort, weloverwogen formuleringen in interviews: in weinig doet Uytdehaage denken aan het klassieke beeld van een schaatser. Maar dat zegt weinig over zijn hardheid als topsporter. Na een bijna fataal auto-ongeluk in oktober 2004 zit hij een paar weken later huilend in de kleedkamer na zijn eerste wedstrijd. Om begin januari in Thialf Europees kampioen te worden. Opnieuw in tranen. „Er zat nog het een en ander dat eruit moest.” En dan, in typische Uytdehaage-taal: „Mijn algehele welzijn is na het ongeluk behoorlijk toegenomen. Het heeft me absoluut een rijker mens gemaakt.”

Olympisch goud in Turijn is zijn volgende doel, maar diep van binnen moet hij beter weten. Deze olympische cyclus was in elk geval minder ‘strak’ was dan de vorige. En dat terwijl de concurrentie (Amerikanen, Noren, Sven Kramer en Enrico Fabris) zich constant verbetert. Uytdehaage plaatst zich niet eens en loopt tijdens de Spelen met de ziel onder de arm. Hoe wanhopig moet je zijn om van TVM van Kemkers te vluchten naar de Telfortploeg van Ingrid Paul?

In Inzell is hij aan het begin van dit seizoen genadeloos voor zichzelf. „Ik zal eerst een stap moeten maken om mijn eigen niveau te maken, en dan nog eens een keer de stap naar de huidige toppers. Ik weet niet of ik dat nog kan opbrengen.” Volgens zijn trainster kan hij in duurtrainingen niet eens de sprinters bijhouden. Tegen beter weten in houdt hij zich nog even vast aan een lichtpuntje, een redelijke vijf kilometer op het NK allround. Na een dramatische skate-off wordt eind januari duidelijk dat het einde nabij is. Moet hij blijven hopen op die ene uitschieter? „Toevalstreffers, dat schiet niet op.” De tweevoudig Europees, olympische en wereldkampioen stopt ermee. „Ik ga niet doormodderen, het is gewoon klaar.”