PvdA blundert met afzien van referendum

Er komt geen referendum over een nieuwe Europese Grondwet. Dat de PvdA hier mee heeft ingestemd, gaat die partij nog lelijk opbreken, betoogt Joop van Holsteyn.

Een coalitieakkoord hangt van compromissen aan elkaar. Het nu gesloten akkoord is geen uitzondering op deze regel. Het is, zo luidt steevast de conclusie van de onderhandelaars, niet het ideaal dat we voor ogen hadden, maar het is een verdedigbaar pakket geworden. En maar hopen dat de achterban dat doordeel deelt.

Echter, dat de PvdA naar het zich laat aanzien heeft ingestemd met het niet houden van een referendum over een andere verdragstekst betreffende de Europese Grondwet, is een ernstige zaak. De PvdA maakt zich op dit punt kwetsbaar voor kritiek van binnen en buiten de partij.

Het is overigens interessant dat in het akkoord aandacht aan het referendum wordt besteed. Hier is van fouten uit het verleden geleerd. Immers, het referendum van 1 juni 2005 was mede mogelijk omdat de onderhandelaars tijdens de kabinetsformatie van 2003 niet hadden opgelet. D66 was betrokken bij het initiatief om tot een referendum te komen en werd bij de onderhandelingen van CDA en VVD betrokken. De onderhandelaars van die laatste partijen lieten D66 rustig begaan, vanuit de overtuiging dat de poging om tot een referendum te komen tot mislukken gedoemd was. Men rekende op het traditionele verzet van CDA en VVD. Pas veel later, toen Van Aartsen zijn in de VVD afwijkende positieve houding ten aanzien van het referendum tot de meerderheidsopvatting van de fractie wist te maken en daarmee partijgenoot Zalm pijnlijk verraste, kwam men erachter dat men zich daarop verkeken had. Toen was het te laat.

Dat de PvdA nu zo terughoudend is ten aanzien van het referendum is in het licht van de recente geschiedenis moeilijk uit te leggen. Niet alleen was de PvdA één van de stuwende krachten achter de initiatiefwet die het referendum van 2005 mogelijk maakte, maar eerder al was het de PvdA die de deur naar een dergelijk referendum na eeuwen eindelijk van het slot wist te krijgen. Aan die initiatiefwet lag namelijk een motie ten grondslag met als eerste ondertekenaar PvdA-Kamerlid Frans Timmermans.In die motie van november 2002 werd de regering opgeroepen een referendum te organiseren over de Europese Grondwet. De motie werd door de Kamer aanvaard, uiteraard met steun van de PvdA. De regering gaf echter geen gehoor aan deze uitspraak, waarna de Tweede Kamer het voortouw nam. De rest is geschiedenis.

Niet alleen staat de huidige positie van de PvdA haaks op de recente geschiedenis en de eigen inbreng daarin, maar ook het verkiezingsprogramma vertelt op dit punt een heel ander verhaal: „De uitslag van het referendum over de grondwet was glashelder. De PvdA zal niet accepteren dat er via een omweg toch aan gemorreld wordt. Voor een nieuw (grondwettelijk) verdrag is een nieuw referendum nodig.”

Nu handelt men in strijd met de eigen recente parlementaire geschiedenis en het eigen verkiezingsprogramma. Zeker, die dingen gebeuren nu eenmaal bij het sluiten van compromissen. Maar het gaat wel ver om dit democratische instrument, waarvan in 2005 een ruime meerderheid van de Nederlandse kiesgerechtigden gebruik wenste te maken, nu ineens buiten de orde te verklaren.

Prof.dr. Joop van Holsteyn is universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden.