‘Miljarden cash voor Irak haastig verdeeld’

De eerste Amerikaanse machthebber in Bagdad heeft gisteren voor een invloedrijke commissie van het Huis van Afgevaardigden moeten getuigen over wat er is gebeurd met bijna 12 miljard dollar aan contant opbouwgeld voor Irak.

Volgens topdiplomaat Paul Bremer was bij de besteding van de miljarden haast geboden. Uitbetaling van Iraakse pensioenen en ambtenarensalarissen en het begin van de wederopbouw konden niet lang wachten. Bremer: „Vertraging had de ontluikende opstand kunnen verergeren, daarmee Amerikaanse levens in gevaar brengend.”

In de eerste dertien maanden van de bezetting verscheepte de Amerikaanse federale bank cash geld naar het chaotische Irak. Twee keer per maand vertrokken uit de VS C-130 transportvliegtuigen vol pallets, elk beladen met 640 bundels van duizend honderddollarbiljetten. Het geld met een totaalgewicht van 329 ton kwam uit bevroren tegoeden van het Iraakse regime en het Olie-voor-voedsel-programma.

Wegens de tijdsdruk moest Bremers team het geld besteden zonder actuele loonlijsten en zonder functionerend banksysteem. Veel van het geld werd contant uitgedeeld. Ook werd niet eerst omgewisseld naar Iraakse valuta.

Bremer benadrukte gisteren herhaaldelijk dat het geen Amerikaans belastinggeld betrof. Maar volgens de nieuwe, Democratische voorzitter van de betreffende commissie voor Overheidszaken heeft Bremer „geen bewijzen dat het geld niet in handen van gewapende groepen is gekomen”.

(AP)