Liefst vandaag nog weg uit Gaza

De machtsstrijd tussen de Palestijnse organisaties Fatah en Hamas in de Gazastrook heeft inmiddels 90 levens en geweldige schade gevergd. In Mekka proberen beide groepen een oplossing te vinden. Maar men is niet hoopvol.

A Palestinian looks at a burnt building inside the Islamic University after it was attacked in Gaza February 3, 2007. Fighting between rival Palestinian factions escalated across Gaza on Friday, killing at least 17 people, as Hamas Islamists overran compounds used by President Mahmoud Abbas' forces and two universities were set ablaze. REUTERS/Mohammed Salem (GAZA) REUTERS

In een collegezaal met verkoold meubilair en gesmolten pc-monitoren vraagt Mohammed Asharfey, student informatietechnologie en Engels, waar hij een Nederlandse verblijfsvergunning kan krijgen. Hij wil het liefst vandaag nog weg uit Gazastad. „Als de Palestijnse top in Mekka geen vrede oplevert dan wordt het hier net zo erg als in Bagdad.”

Net als tienduizenden andere studenten en hun families maakt hij verbijsterd een rondgang langs de zwaar beschadigde gebouwen van de Islamitische Universiteit, een bron van trots in Gazastad. „Een jaar geleden heeft Abu Mazen, onze president, de nieuwe bibliotheek en de computerlaboratoria geopend. Waarom heeft zijn Presidentiële Garde dan vorige week alles vernietigd? Wie begrijpt het nog dat wij onszelf kapot laten maken?”

Mohammed bekent weinig te begrijpen van politiek als hij naar Al-Jazeera of Al-Arabiya kijkt en ziet hoe de twee hoge delegaties van president Abbas’ Fatah en het moslimfundamentalistische Hamas worden ontvangen op het koninklijk gastenpaleis in Mekka. „Na alle moorden, ontvoeringen en gevechten praten ze weer over het helen van wonden? Misschien dat als zij afspraken maken in het heilige Mekka zij zich daar ook aan zullen houden.” Dat hoopt ook de Saoedische koning Abdullah die de voor de Palestijnen cruciale ‘vredestop’ gisteravond heeft geopend. Vandaag zijn de feitelijke onderhandelingen in Mekka begonnen.

Mohammeds medestudenten Doaa, Allaa en Mariam – twintigers, modieus gesluierd en opgemaakt – lopen mee door de geblakerde gangen, terwijl zij met hun mobiele telefoons video’s en foto’s maken. „Wat bedoelen Europese en Amerikaanse politici met vrede in het Midden-Oosten terwijl wij hier door toedoen van de Israëliërs in een grote gevangenis leven”, wil Doaa weten. Allaa heeft al een antwoord: „Ze willen eerst Hamas kapot maken met hulp van de Presidentiële Garde en een paar andere corrupte Palestijnen.” Mariam zegt: „De hand van onze president wordt geleid door Amerika.”

Dat is op de campus, maar ook op de radiostations, in de koffiehuizen en restaurants van Gazastad een veelgehoorde verklaring voor de Palestijnse broederstrijd, waarbij 90 doden en 350 gewonden zijn gevallen en voor tientallen miljoenen dollars schade is aangericht. De Presidentiële Garde, inderdaad versterkt met Amerikaans geld, maar ook de Preventieve Nationale Veiligheidsdienst en de Nationale Veiligheidsdienst zouden worden gestuurd door de VS. Met even grote stelligheid wordt overigens in de Fatah-media beweerd dat Hamas een verlengstuk is van Iran.

In restaurant Mattouq luncht dr. Hani Shawa, voorzitter van de raad van bestuur van de Bank of Palestine, met dr. Said Abu Shark, hoogleraar linguïstiek. „Leugens en geruchten vliegen hier rond als zandkorrels in de wind. Ongetwijfeld spelen Amerika, Israël en Iran hun oude, vertrouwde spelletjes in het Midden-Oosten, zoals nu ook in Libanon. Maar sluit duizend muizen op in een kooitje en geef ze niets te eten. Na verloop van tijd vreten ze elkaar op. Dat zie je in Gaza nu gebeuren”, denkt Shawa.

De grote meerderheid van de 1,5 miljoen Gazanen is arm, werkloos en afhankelijk van internationale hulp. Het Israëlische leger heeft de Gazastrook afgegrendeld, ook in de lucht en ter zee. De politie- en veiligheidsdiensten zijn de belangrijkste werkgever. Maar als gevolg van de internationale boycot worden al zeven maanden geen salarissen uitbetaald.

Voor professor Shark is duidelijk geworden dat Fatah noch Hamas in de afgelopen maanden met hun moordaanslagen, ontvoeringen en openlijke gevechten de machtsstrijd heeft kunnen winnen. „Fatah noch Hamas kan de strijd op straat winnen. Ze moeten samenwerken. De grootste verliezer is natuurlijk het Palestijnse volk en de grootste winnaar is Israël.”

De bankmanager en de taalprofessor zijn allebei optimistisch over de overtuigingskracht van het Saoedische koningshuis en de symboliek van Mekka om de grote meningsverschillen over Israël, de organisatie van de veiligheidsdiensten en de bezetting van ministersposten in een Fatah-Hamas-regering te overbruggen.

Shark: „De Palestijnse beweging bevindt zich op een historisch dieptepunt, we kunnen het niet zelf meer, onze leiders zijn te zwak, ook die van Hamas. Ik weet zelfs niet of ze hun eigen diensten en miltanten onder controle hebben.”

Dat is nergens duidelijker dan in het centrum van het aan Gazastad grenzende vluchtelingenkamp Jabalya, waar zware regenbuien het stof en vuilnis wegspoelen richting Middellandse Zee. Baha Abu Jarad (35), gewapend met een Israëlische M-4, bereidt zich met zijn Aqsabrigade (gelieerd aan Fatah) voor op nieuwe strijd tegen de Izz-al-Din al-Qassambrigades van Hamas. Zijn cel bestaat uit 25 mannen en schoolgaande jongens, die zich krijgshaftig laten fotograferen. Jabalya met 100.000 inwoners wordt gedomineerd door Hamas. Een van de half gemaskerde jongens vertelt toch niet bang te zijn, omdat hij drie jaar geleden een Israëlische tank heeft aangevallen.

Op het dak wijst Abu Jarad naar de minaretten in de buurt, waar volgens hem scherpschutters van Hamas zijn geposteerd. „Wij vechten omdat Hamas ons aanvalt, omdat zij onze vrienden hebben gedood en omdat Hamas in de regering niets voor ons heeft gedaan. Zij zijn corrupt. Hamas heeft ons in een isolement gedreven.”

Familie-eer, clanverbanden en eerwraak spelen een grotere rol dan ideologische geschillen. Op de vraag of hij vindt dat Hamas Israël moet erkennen, antwoordt hij ontwijkend: „We zijn maar simpele militanten, geen politici. Ik bid net als ieder Hamaslid vijf keer per dag en ik ben bereid mijn leven te geven voor de bevrijding van Palestina.”

Dieper in het kamp, een paar onverlichte straten en stegen verderop, woont Rafiq Abu Abed (43), overkoepelend commandant van de Qassambrigades. Hij leidt de inlichtingenafdeling in Noord-Gaza en was nauw betrokken bij „de coördinatie” van de gevechten in de afgelopen weken. Voor de Preventieve Veiligheidsdienst, de Aqsabrigades noch de Presidentiële Garde heeft hij enig respect. „De gardisten zijn lafaards, jongens met gel in hun haar die liever hasjiesj roken en whisky drinken. Ze houden van het leven en vechten alleen voor geld. Dat is het grote verschil met ons. Wij zijn bereid te sterven. En de Aqsabrigades en de Preventieve Veiligheidsdienst, die zijn het schorem en de huurmoordenaars van Fatah”, zegt Abu Abed stoïcijns en zoals alle topcommandanten van Hamas zeer zelfverzekerd.

Van de top in Mekka verwacht hij uitsluitend moeilijkheden. „President Abbas en de Saoediërs willen ons tegenhouden, maar dat zal niet lukken. Misschien dat er weer een bestand komt, maar dat wordt geschonden. We zullen ons doel bereiken. Als wij willen al over een week en anders volgende maand.”

Dat doel is volgens hem de kern van de Palestijnse broedertwist die nog niet ten einde is gekomen: „Wij willen de volledige controle van alle politie- en veiligheidsdiensten in de Gazastrook. Fatah moet eindelijk aanvaarden dat wij de verkiezingen hebben gewonnen. Fatah moet aanvaarden dat het niet meer aan de macht is.” Dat zal niet gebeuren, en daarom wil student Mohammed Asharfey zo graag naar Europa.

    • Oscar Garschagen