Kinderlijke blanke aan hof van Amin

The Last King of Scotland. Regie: Kevin Macdonald. Met: James Macavoy, Forest Whitaker. In: 15 bioscopen.

Als ze getuige zijn van een transformatie, gaan jury’s op het puntje van hun stoel zitten. Vandaar dat Helen Mirren zoveel prijzen kreeg voor haar rol als Elizabeth II in The Queen. Vandaar dat Forest Whitaker de huizenhoge Oscarfavoriet is met zijn rol als Idi Amin in The Last King of Scotland. Aan het eind van de film vertoont regisseur Kevin Macdonald archiefmateriaal van de voormalige dictator van Oeganda. Dan zie je dat Whitaker helemaal niet zo uitgesproken lijkt op de echte Amin en besef je dat zijn prestatie des te groter is. Hij belichaamt Amin en alleen al die transformatie maakt The Last King of Scotland de moeite waard.

Zoals bij de meeste internationale films over Afrika (The Constant Gardener, Blood Diamond) is de hoofdpersoon een blanke die vermorzeld dreigt te worden op het gewelddadige en onkenbare continent. In The Last King of Scotland is het de jonge Britse arts Nicholas (James McAvoy) die afreist naar Oeganda. Het is een daad van bravoure. Hij neemt een wereldbol en draait die rond tot zijn vinger een plaats aanwijst waar hij zijn verveling zal gaan verdrijven.

Of Macdonald dit verwende gedrag exemplarisch vindt voor Westerlingen, blijft in het midden, maar exemplarisch voor Nicholas is het zeker. In Afrika mengt hij zich kinderlijk in volwassen aangelegenheden. Hij verleidt de vrouw van een collega en laat haar even makkelijk weer achter als Idi Amin hem uitnodigt om zijn lijfarts te worden. Ook die functie aanvaardt hij alsof het een suikerspin is. Heel, heel laat dringt tot hem door wat voor rol in welk gruwelijk drama hij speelt. Dan is het al te laat voor sommige mensen, en nog maar nét op tijd voor Nicholas zelf. Piekerend keert hij terug naar huis.

Nicholas gaat aanvankelijk op in de vrolijke en driftige dictator zoals fellow-travellers in de jaren zestig vielen voor Fidel Castro. Dat hij geen zicht krijgt op de werkelijke aard van het Amin-regime, wordt door de regie van Macdonald effectief onderstreept. Camera en montage zijn nerveus, de beelden vaak fragmentarisch. Het geeft de film iets psychedelisch en dat past mooi bij de jaren zeventig waarin het zich allemaal afspeelt.