Jong, Londens en vol met pubverhalen

Popzanger Jamie T is een Londense straatpoëet.

Zijn rauwe songs gaan over drinken, onbenaderbare meisjes en krokodillentranen op de dansvloer.

Astoria Theater Campert, Cleo

Eerst even een opfriscursus Engels vloeken: „Wanker, fuck, shit, fuck-all, moron, shithead, cunt.” Cunt is een interessant scheldwoord. Als je tegen iemand zegt „you’re a cunt” dan betekent het niet zoveel. Maar als je zegt „you’re a cunT”, met nadruk op de t, dan is het beledigend.

Het is middag en we zitten in de 12 Bar Café in Londen. Deze woorden komen uit de mond van een smalle bleke jongen met warrig bruin haar van net twintig. Hij heet James Treays, ofwel Jamie T, en komt uit Wimbledon, West-Londen. Jamie T zingt zoals hij praat en hij praat zoals hij zingt. Dat is te horen op zijn deze week verschenen debuut-cd, Panic Prevention, die je oren open blaast met een rauw mengsel van pop, punk en reggae.

Jamie T wordt soms ingedeeld bij Britse witte hiphop, maar met rap heeft hij niets te maken. Al hoor je in zijn muziek wel de hiphopesthetiek: iets maken uit niets met „two turntables and a microphone”. Jamie T nam Panic Prevention voor een deel thuis op, in de slaapkamer, en deels in de studio. De instrumenten – gitaar, bas, drums, piano – speelde hij zelf.

„Ik haal mijn ideeën uit de dingen die wij, ik en mijn vrienden, meemaken.” De wereld waarover Jamie T in zijn liedjes zingt, ligt hier direct om de hoek. Soho, The Strand, de kleine straatjes rond Denmark Street. „Ik hou van kleine clubjes, en pubs. In deze buurt kun je makkelijk van de ene bar naar de andere.” Camden vindt hij te ‘touristy’, en Oost-Londen te trendy. „De clubs daar zijn opgepoetst en rave-achtig, met dunk-dunk-dunk...”, hij klokt als een kip, „...housemuziek. Te veel drugs en pillen, naar mijn smaak.” Hij wil wel even een rondleiding geven door de buurt. Hij drinkt zijn bier op en loopt naar de deur. Een cafébezoeker houdt hem tegen: „Mag ik vragen wie u bent?” Jamie T mompelt: „I’m Elvis.”

We staan in Denmark Street, in het centrum van Londen. „Dit is een beroemde muziekstraat. In de jaren zestig oefenden hier allerlei bands, de Rolling Stones, noem ze maar op.” We steken Charing Cross Road over. „Kijk, dit is een goed café, The Crowbar, het stinkt er naar pis, maar ze hebben een interessante metal-jukebox.” Uitgaan is voor Jamie T muziek ontdekken. „Ik heb alle muziekscenes uitgeprobeerd. Reggae, dub, punk, drum-’n-bass, jungle, hardrock, metal. Als je jong bent stort je je er een tijdje helemaal in. Nu luister ik gewoon alles, ik besef dat al die muzieksoorten en al die subculturen samen mij maken tot wie ik ben. Ik ben er trots op dat ik en mijn vrienden overal binnen kunnen stappen en begrijpen waar het over gaat.”

We slaan de hoek om en staan in Greek Street. „Kijk, Jazz After Dark, een jazzbar. Hier kom ik wel eens, maar eigenlijk hou ik niet van jazz. Alleen als achtergrondmuziek.” We lopen in de richting van de Toucan, zijn favoriete bar. Jamie wijst om zich heen. „Hier zijn allerlei kleine geheime barretjes. Van die illegale drinkholen zonder naambordjes, waar je het adres van moet weten. Het lastige is dat het dan meestal twee uur ’s nachts is. Dan ben je natuurlijk al dronken, en weet je later niet meer waar je geweest bent. Iets met een blauwe deur, verder kom je niet.”

Jamie T noemde zijn cd Panic Prevention, een verwijzing naar een incident van een paar jaar geleden. Hij had toen zoveel gedronken dat hij in een ziekenhuis belandde. De paniek van dat moment wil hij voortaan vermijden. „Waarom Engelsen zoveel drinken? Omdat we het al zo lang doen. We beginnen rond ons tiende, dan raak je er aan gewend. Engelsen vinden het leuk om heel erg dronken te worden. Vergeleken bij andere landen vinden wij dat extra leuk. Ik niet trouwens, ik hou alleen maar van een beetje aangeschoten worden.”

We lopen langs Soho Square en slaan Carlisle Street in. De witte zanger, opgegroeid in Wimbledon, heeft tijdens het zingen soms een Jamaicaanse tongval. In Sheila beschrijft hij de manier van praten van een meisje als ‘Her lingo went from the cockney to the gringo.’ „Londen is een van de meest multiculturele steden ter wereld. Mensen die oorspronkelijk niet uit Londen komen pikken na een paar jaar ons accent op. Het is mooi te horen hoe ze typisch Londense taal gebruiken, ‘Cool blimey!’ en dan weer overschakelen op hun ‘lingo’.”

Hij stopt bij Toucan, de ouderwetse pub waar hij graag komt om de „kwaliteit van de drank”. Voor de deur is een stoepje. „Mijn vrienden en ik zaten hier altijd. Dan probeerden we te ontdekken welke beroemdheden er rondliepen. Kijk!” Hij wijst naar een blonde man. „Daar heb je Beck.”

De dagen van onbekommerd rondhangen lijken voorbij. Zijn cd komt uit, er is een tournee door Engeland, er zijn uitverkochte concerten, interviews en tv-optredens. Hij gaat een single opnemen met geestverwante – ook jong, Londens en vol pubverhalen – Lily Allen en voor de zomer lonken de grote popfestivals.

We lopen een steeg in die uitkomt op Charing Cross Road. Links op de hoek is de Astoria, een concertzaal. Vanavond geeft Jamie T er zijn eerste uitverkochte concert in een grote zaal, voor vijftienhonderd man. Hij is nerveus, zegt hij. „Een goed concert kan ik niet in m’n eentje geven. Wij kunnen nog zo goed spelen, je hebt er niets aan als de zaal niet meedoet. En het Londense publiek staat bekend als ‘snotty’… Het is zenuwslopend.”

Een paar uur later stroomt de Astoria vol met vijftienhonderd Jamie T-fans. Als Jamie T en zijn vier bandleden het podium opkomen en beginnen te spelen barst het publiek los in gejuich, en begint het biergooien. In hoog tempo, sneller dan op de cd, speelt de band nummers als Salvador, Brand New Bass Guitar en Pacemaker.

Er zijn jonge en oude mensen, er zijn Pakistanen met rituele hoofdbedekking. Er zijn zelfs Jamie-lookalikes met smalle bleke gezichten, een vlam bruin haar en een laaghangende spijkerbroek. Of je kunt het ook andersom bekijken. Niet zij lijken op hem; hij lijkt op hen.

Jamie T is alleman.