‘Ik ben niet zomaar weggelopen’

Veertig jaar geleden maakte de legendarische doelman Jan van Beveren (58) zijn debuut bij het Nederlands elftal. Oranje oefent vanavond tegen Rusland. „Als ik een bal doorliet, voelde ik me schuldig.”

Echt veel kan Jan van Beveren zich niet meer herinneren van zijn debuut in Oranje. De oefenwedstrijd tussen het Nederlands elftal en de Sovjet-Unie is dan ook al weer veertig jaar geleden: 29 november 1967. In de met 60.000 toeschouwers gevulde Kuip wint het team van bondscoach Georg Kessler met 3-1 door doelpunten van Henk Wery (2) en Piet Romeijn. Onder de lat staat een sierlijke jonge doelman van negentien jaar: de Spartaan Jan van Beveren. Hij is een van de vijf debutanten. „Je leefde als jeugdige voetballer in een roes”, vertelt Van Beveren telefonisch vanuit zijn Amerikaanse woonplaats Dallas. „Zondag, woensdag, zondag een wedstrijd; het ging allemaal zo vlug. Als je ouder wordt, krijg je er spijt van dat je er zo weinig van hebt genoten.”

De uitverkiezing voor Oranje, dat gaf hem 32 keer veel voldoening. „Als kleine jongen zat ik aan de radio gekluisterd om naar de radioverslagen van interlands te luisteren die onder meer werden becommentarieerd door Ad van Emmenes. Wanneer je dan zelf het doel van Oranje mag verdedigen, is dat heel speciaal.”

Op die novemberdag is hij best nerveus in de aanloop naar zijn debuut. „Eigenlijk voelde ik altijd spanning voor een wedstrijd. Of het nu een interland was of een bekerduel op een doordeweekse avond tegen De Volewijckers. ’s Morgens al, kreeg ik geen hap door mijn keel. Hoogstens een kopje koffie. Maar eenmaal op het veld was die nervositeit weg.”

De overwinning op de Sovjet-Unie wordt veertig jaar geleden door de media met enthousiasme begroet. Van Beveren profiteert bij zijn debuut van een goed centraal verdedigingsduo: Rinus Israël en Hans Eijkenbroek. De laatste is ook zijn ploeggenoot bij Sparta.

De beste herinneringen van zijn interlandloopbaan bewaart Van Beveren aan de avond van 14 januari 1970 toen Oranje op Wembley wereldkampioen Engeland bedwong: 0-0. „Daar speelden toen nog grote namen in als de gebroeders Charlton, Bell en doelman Banks. Vergeet niet, de mensen waren nog geen grootse prestaties gewend van het Nederlands elftal. De waardering voor Oranje was niet groot. Dat konden wij ook merken in de honorering. Voor een overwinning kreeg je vijfhonderd gulden, een gelijkspel was goed voor driehonderd gulden.”

Hoe Van Beveren in Londen met kunst- en vliegwerk zijn doel schoonhield, is te zien op de expositie over de in 2004 overleden sportfotograaf Robert Collette in Den Haag. Hier wordt een deel van de tv-film De Laatste Man vertoond die Collette en cineast Jan Schaper over Van Beveren maakten voor de NCRV. De doelman verricht stijlvol en katachtig allerlei reddingen, in een ultrakort broekje. Met de keeperstrui van Gordon Banks heeft hij lang bij PSV in het doel gestaan. „Jan was een sensationeel talent”, aldus oud-journalist Joop Niezen die destijds het idee bedacht van de film. „Met zijn wollen handschoenen had hij de moeilijkste ballen klemvast. Je ziet hem ook heel vaak het doel uitkomen. Deze film logenstraft de opvatting dat hij alleen een goede lijnkeeper was.”

Minder goede herinneringen bewaart Van Beveren aan Polen-Nederland (4-1) in 1975. De doelman kreeg de schuld van de nederlaag: het begin van het einde van zijn interlandloopbaan. Johan Cruijff, altijd gecharmeerd van een meevoetballende doelman, zou een andere type keeper hebben gewenst. „Inderdaad speelde ik niet best en maakte ik fouten”, geeft Van Beveren toe. „Het was een incident en het had ook tegen FC Twente of FC Groningen kunnen gebeuren. Er werd echter heel veel ophef over gemaakt.”

Er ontstond destijds een verwijdering tussen spelers uit Eindhoven en internationals van Ajax. Van Beveren ontkent dat dit de oorzaak is geweest van zijn betrekkelijk korte interlandcarrière. Hij liep op 15 oktober 1975 met Willy van der Kuijlen weg uit het trainingskamp van Oranje.

Het WK in West-Duitsland (1974) had hij officieel gemist door een liesblessure. Van Beveren was echter na een intensieve revalidatie op tijd fit. Vermoedelijk liet supervisor Rinus Michels zich beïnvloeden door Cruijff, of wilde hij zelf ook een beter meevoetballende doelman. De mondige Van Beveren als reservekeeper meenemen was geen optie. „Het is nu allemaal nog moeilijk te achterhalen, maar dat had er niets mee te maken. Ik ben natuurlijk niet zomaar weggelopen. De schuld lag vooral bij de bondscoaches. Jan Zwartkruis liegt nog steeds en ook Michels heeft nooit de waarheid verteld.”

Zwartkruis overreedde de PSV’ers weer voor Oranje uit te komen. Maar toen hij voor IJsland-Nederland (8 september 1976) de voorkeur gaf aan Jan Ruiter van Anderlecht, zogenaamd wegens de harde draaiwinden op het eiland, was Van Beveren klaar met het Nederlands elftal. „Zwartkruis wilde Ruiter, die de Europa Cup 2 had gewonnen, een plezier doen. Het was genoeg geweest.”

De affaires rondom het Nederlands elftal stimuleerden Van Beveren ook zich in de Verenigde Staten te vestigen. Dit na een korte poging als sportjournalist in de voetsporen te treden van zijn vader Wil. „Ik kon tekenen bij Olympique Marseille. Maar dat zag er niet betrouwbaar uit. Johan Neeskens en Wim Rijsbergen vroegen of ik naar de VS kwam. Toen ze twee vliegtickets opstuurden ben ik gaan kijken. Nu zijn mijn kinderen zelfs tot Amerikanen genaturaliseerd.”

Van Beveren, 58 nu, beëindigde zijn loopbaan in 1985 bij de Dallas Side Kickers. Hij vult nog steeds zijn dagen met de postzegelhandel, en elke avond geeft hij voetbaltraining. „Tot op heden kan ik iedereen in de ogen kijken”, blikt hij terug. „Als keeper heb ik te weinig genoten. It’s fun, zoals ze hier zeggen, was het zelden. Ik heb 21 jaar onder druk moeten presteren. Het was voor mij ook moeilijk mensen teleur te stellen als je weer eens een bal doorliet. Dan voelde ik me schuldig.”