Het vriendenbedrijf

Waarom geen bedrijf beginnen met je beste vriend, die ken je immers goed. Wil je dat die vriendschap blijft, regel dan alles tot in de puntjes.

Paul Jeekel en Jan-Hein Koetsier leerden elkaar kennen in 1991, tijdens de groentijd bij het Amsterdamse studentencorps. Koetsier werd tijdens een zeiltochtje enorm getreiterd door een ouderejaars. De spanning in de boot liep hoog op. Totdat Jeekel, jaargenoot van Koetsier en aanmerkelijk forser gebouwd, het getreiter niet langer pikte, en zijn medestudent te hulp schoot. Hij smeet de ouderejaars uit de boot.

Sindsdien zijn Koetsier (34) en Jeekel (35) hecht met elkaar bevriend. Zo hecht, dat ze na hun studie besloten samen in hun geboortestad Rotterdam een bedrijf te beginnen. Koetsier: „Ik werkte bij een antikraakbedrijf, en vond: dat kan ik zelf beter. Toen heb ik Paul erbij gevraagd. Want hij is goudeerlijk. Ik wist zeker dat ik hem voor honderd procent kon vertrouwen.” Zes jaar geleden richtten ze Alvast op, een bedrijf dat leegstaande gebouwen beheert en behoedt voor kraak door er tijdelijk studenten te huisvesten.

Aanvankelijk deden de vennoten alles samen: de acquisitie, de contracten en de boekhouding. Maar naarmate het bedrijf groeide, werd de noodzaak om efficiënter te werken groter. Jeekel: „Daar begonnen de eerste strubbelingen. We gingen elkaar dingen verwijten: jij doet de boekhouding niet goed! Nee, jíj doet het niet goed! Toen besloten we het werk te verdelen.”

Dat leverde verassende inzichten op. Koetsier: „Ik dacht: Paul komt altijd te laat, want hij gaat veel uit. Maar hij is juist altijd op tijd.” Ook Jeekel werd door zijn compagnon aangenaam verrast: „Ik vond Jan-Hein altijd ontzettend slordig. Maar nu is híj degene die de boekhouding doet.”

Hoe vaak het voorkomt dat vrienden besluiten samen een bedrijf te beginnen, is onbekend. Erg vaak gebeurt het niet, denkt Onno Van den Brink van Deloitte Corporate Finance en verbonden aan de leerstoel Ondernemerschap & Strategische Ontwikkeling van Nyenrode Business Universiteit. Van den Brink: „Als vrienden met een gezamenlijk businessplan bij ons komen, vragen we naar hun positieve motivatie. Men zegt dan: we rollen erin, of we vullen elkaar aan. Prima! Maar wat we ook vaak zien is dat het plan voortvloeit uit een negatieve motivatie: angst of onzekerheid om het alleen te doen, of om voldoende middelen te hebben. Ook begrijpelijk. Maar hoe wordt groei gerealiseerd? Vriendschap is daarin meestal niet leidend. Banken en investeerders willen alleen weten: wie is er verantwoordelijk als het misgaat?”

Van den Brink: „Vanuit de basis van vriendschap gun je mekaar van alles. Maar als ondernemer kom je voor keuzes te staan waarin je het belang van de onderneming boven het vriendschapsbelang moet stellen. Vrienden moeten zich afvragen of ze wel voor een dergelijk dilemma gesteld willen worden.”

Om dat probleem te ondervangen stelden Jeekel en Koetsier een contract op waarin ze onder andere afspraken maakten over investeringen. Maar dat de dagelijkse werkstress de vriendschap soms onder druk zet, is onvermijdelijk, merkten Koetsier en Jeekel. Jeekel: „Onze laatste aanvaring draaide om respect. We communiceerden slecht met elkaar, dan bouw je ergernissen op. Bijvoorbeeld als je langsloopt en de ander zit toevallig net even een Makro-krantje te lezen. Dan denk je: ga ’es wat doen, eikel. Terwijl hij waarschijnlijk al de hele dag keihard heeft gewerkt.” Koetsier: „Er komt altijd een moment dat je móét praten. Anders raak je elkaar kwijt.”

Want als je niet met elkaar praat, gaat het onherroepelijk mis. Zoals bij Victor Maan en Theo de Jong – niet hun echte namen. Het zijn cliënten van mediator Bart van Doesburg van Business Mediation uit Heemstede. Van Doesburg: „Deze vrienden hadden een softwarebedrijf om het product van De Jong te verkopen. Maan zou bedrijven benaderen, De Jong was de technische man die het product bij de klant installeerde.”

De zaken gingen slecht. Er kwamen te weinig klanten, en bovendien een ander soort klanten dan voor wie De Jong zijn product had gemaakt. Maan deed beloften aan potentiële klanten die De Jong niet kon waarmaken. Ook besloot hij een dure advertentie in allerlei bladen te plaatsen – zonder medeweten van De Jong.

Van Doesburg: „Die advertentie was het eerste zichtbare teken dat ze andere wegen bewandelden. Maar uit de gesprekken bleek dat er al veel eerder irritaties waren. Maar ook dat ze ieder een totaal andere visie hadden op het bedrijf, op de markt, op het product dat ze wilden verkopen. Van tevoren hadden ze het niet nodig gevonden om daarover te praten. Ze gingen ervan uit dat het wel goed zat. Dat bleek niet zo te zijn. Uit vriendschap werd alles met de mantel der liefde bedekt.” Tevergeefs, denkt Van Doesburg. „Zodra er geld in het geding is, reageren mensen heel primair. In het bedrijf van mijn cliënten ging gelukkig weinig geld om. Ze hebben hun zaken netjes geregeld. Het bedrijf is wel opgeheven.”