‘Het vechten komt nog wel’

Er vielen nog geen Nederlandse doden bij gevechten in Uruzgan. Dat heeft niets met de Dutch approach te maken, denkt generaal Fraser.

Generaal Fraser Foto AP Brig.-Gen. David Fraser, the new commander of Canadian troops in Afghanistan, speaks with reporters Wednesday, Feb. 15, 2006, shortly after arriving in Kandahar, where 2,200 soldiers will be based. (AP Photo/CP, Les Perreaux) Associated Press

„Als het nodig is, zullen de Nederlanders vechten, net als de Amerikanen, de Canadezen, de Britten, de Roemenen en alle NAVO-militairen – daar ben ik van overtuigd”, zegt de Canadese generaal David Fraser (49). Hij was tot 1 november ISAF-commandant in Zuid-Afghanistan, waar ook de ‘Nederlandse’ provincie Uruzgan ligt. In een specifieke ‘Hollandse benadering’ (Dutch approach) gelooft hij niet, of die nu komt van de Nederlandse militairen in Uruzgan, of van zijn opvolger in Zuid-Afghanistan, de Nederlandse generaal Van Loon. „We willen allemaal hetzelfde: ervoor zorgen dat de Afghaanse regering het land weer kan besturen. Daarvoor is het nodig de Talibaan te overwinnen.”

Maar het is toch onmiskenbaar dat de Nederlandse benadering aan de kant van de NAVO-militairen minder slachtoffers heeft gekost dan die van de Britten en Canadezen in de naburige provincies? Er is bij gevechten nog niet één Nederlandse dode gevallen.

„Dat heeft er vooral mee te maken dat de Nederlanders nog niet in Uruzgan waren toen de Talibaan vorig jaar in de lente hun offensief inzetten. De Britten en Canadezen waren er wel. De Nederlanders hebben zich tot nu toe beperkt tot de geürbaniseerde delen van Uruzgan, waar de Talibaan niet talrijk waren: Tarin Kowt, Deh Rawood, Chora. Zo gauw je daarbuiten komt, stoor je de Talibaan. Die komen dan in het geweer – de Nederlanders doen nu eerste ervaringen op bij de Baluchi-pas en ten noorden van Deh Rawood. Vechten is onvermijdelijk.”

Die Baluchi-pas en de vallei erachter heetten voor de komst van de Nederlanders al van Talibaan gezuiverd te zijn. Dat gebeurde bij een actie in het kader van Operation Enduring Freedom, waarover u eveneens het regionaal commando voerde. Wat is er mis gegaan, dat de Talibaan daar konden terugkeren?

„Je moet je een oorlog tegen opstandelingen niet voorstellen als een strijd waarin je af en toe een slag levert, die je dan wint en waarna je de zaak geregeld hebt. Guerrillastrijders blijven komen. Je zult dus steeds opnieuw slag moeten leveren, ook op plaatsen waar je al geweest bent. Daarbij komt nog: hoe succesvoller je bent, hoe meer je zult moeten vechten. Want iedere keer als je iets tot stand hebt gebracht – een school gebouwd, of een brug of politiepost – zullen de Talibaan proberen die te vernietigen. Je zult die resultaten van je werk moeten verdedigen. Vechten is het enige wat erop zit. Dat zullen de Nederlanders nog ervaren.”

Kunnen de Nederlandse militairen dat alleen af, het opnieuw zuiveren van de Baluchi-vallei?

„Nee, daarvoor hebben ze de hulp van de bondgenoten nodig. Die krijgen ze ook – tenslotte hebben de Nederlanders ook meegevochten bij NAVO-acties buiten Uruzgan.”

Wanneer zal deze oorlog gewonnen zijn?

„Als overal of bijna overal in Afghanistan de bevolking heeft gekozen voor de mogelijkheden die de wettige regering biedt en de Talibaan eruit mikt. Het is een zaak van de lange adem.”

De generaal is in Den Haag in verband met een getuigenis voor het Joegoslavië-tribunaal – hij diende in de jaren negentig op de Balkan. Hij is het gewoon, vragen te beantwoorden over de NAVO-operatie in Afghanistan, want hij houdt over dit onderwerp regelmatig lezingen in Canada, dat inmiddels sinds 2002 al 45 militairen in Afghanistan verloren heeft. „Elke dode is er één te veel, maar mij valt op dat de familie van gesneuvelden over het algemeen vindt dat we Afghanistan niet in de steek moeten laten, en dat wat we daar doen zin heeft.”

Negen maanden heeft Fraser het commando gevoerd over Zuid-Afghanistan – eerst in het kader van de Operation Enduring Freedom, en vanaf 1 augustus in het kader van de NAVO-operatie ISAF. Wat hem betreft bestaat tussen beide geen groot verschil. „Toen de Amerikanen nog als enigen in Uruzgan zaten, deden ze ook al aan opbouw. Ze zijn nog steeds de enige NAVO-militairen in het noorden van Uruzgan, waar de Nederlanders nog niet komen. Ze doen daar goed werk en hebben hun invloedssfeer buiten de bases Cobra en Anaconda van één kilometer in de omtrek nu weten uit te breiden tot ongeveer zeven kilometer. Het gaat langzaam. Maar het moet gebeuren.”

In september voerde u het bevel over Operatie Medusa, een offensief tegen de Talibaan in de Panjwayi-vallei, in Kandahar. Het werd een langdurige veldslag. Enkele maanden later, onder Van Loon, moest de vallei nogmaals worden gezuiverd. Die tweede operatie, Baaz Tsuka, volgde meer de Nederlandse opvattingen, door uitvoerig overleg met de stam- en dorpsoudsten in de streek.

„Er was geen principieel verschil tussen Medusa en Baaz Tsuka. Ik heb ook bij de voorbereiding van Medusa uitvoerig gepraat met de oudsten van de streek. De tegenstand van de Talibaan was echter veel omvangrijker dan voorzien. In plaats van ‘hit and run tactics’, zoals je die bij een guerrilla verwacht, voelden ze zich sterk en talrijk genoeg om zich in te graven en een statische oorlog te voeren. Die hebben we ten slotte als NAVO gewonnen, door slimmer te zijn dan zij, door luchtoverwicht, en door ontwijkingstactieken. Maar ik had na afloop van Medusa al niet het idee, dat we de Talibaan definitief hadden verdreven. Zoals gezegd: in een guerrilla kun je er nooit van uitgaan dat je de tegenstander definitief hebt verdreven. Zeggen dat Van Loon met Baaz Tsuka iets heel anders heeft gedaan dan ik met Medusa is absoluut onjuist.”