Het kind gekneveld

Het is mijn verjaardag vandaag, dinsdag 6 februari 2007, gisteren voor u. Eenendertig ben ik geworden. ‘Ik kan het nauwelijks geloven’, mailde mijn vader die doorgaans toch vrij nuchter is in die zaken. Daarna belde mijn moeder met dezelfde boodschap. Hoewel de echtscheiding van mijn ouders vijftien wordt dit jaar, loopt hun gedachtegang nog steeds vrijwel volledig synchroon. Meestal kopen ze ook dezelfde cadeaus. Voor ouders is het waarschijnlijk normaal om de leeftijd van hun kinderen ongeloofwaardig te vinden. Toch kan ik me niet herinneren dat ze dat ooit eerder zo gepassioneerd uitten. Echt jong voel ik mij daar niet bij.

Twee mensen feliciteerden me een dag te vroeg. Dat is niet erg. Vier nieuwe sms’jes vanochtend, twee e-mails met gelukwensen, drie keer opgebeld. Het is twintig over tien. Een quizpresentator zou zeggen dat er nog van alles kan gebeuren. En vanzelfsprekend is het aantal mensen dat deze datum heeft onthouden, volslagen onbelangrijk.

Vanavond eet ik met mijn geliefde in een restaurant. Daarna gaan we naar de bioscoop. Hij gedraagt zich al twee dagen een tikkeltje vreemd als we het over deze toch vrij banale avondinvulling hebben. ‘Wie weet... eindelijk... een verrassingsfeestje!’, kan het kind in mij dan niet nalaten te denken. Maar dat kind hoopt elk jaar stiekem om nietsvermoedend naar een donkere feestzaal te worden gevoerd, waar dan plots het licht aan gaat en een heleboel vrienden met rolfluitjes te voorschijn springen, slingers uit de lucht vallen, taart wordt aangedragen en luid gezang weerklinkt. Het kind heeft zelf al een paar keer zo’n feestje op poten gezet en jarigen hebben er vreugdetranen om gelaten. Daarom vindt het kind op een zwak moment dat er godverdomme toch ook eens iemand... Maar omdat het weet dat het snel teleurgesteld raakt, beslist het kind telkens een paar dagen op voorhand om iets voor zichzelf te organiseren. Het inviteert vijftig mensen en kookt vijfenzeventig uur lang. Op het feest glimlacht het overspannen naar de genodigden.

Dit jaar zal ik de mond van het kind dicht plakken met Ducktape. Ik zal het zorgvuldig knevelen tot het eenendertig en een dag is. Misschien houdt het dan voorgoed op met verwachten.

Bevrijd van het kind, zal ik de rest van deze ontzettend gewone uren ongehinderd doorkomen. Ik zal schrijven. Tien kilometer hardlopen. Lezen in bad. Met een fles champagne onder de arm zal ik een vriendin bezoeken die tijdens de voorbije nacht een baby heeft gebaard die precies eenendertig jaar jonger is dan ik. Ik zal vinden dat het een mooie dag is en deze bedenking in het oor van de boreling fluisteren. Vanavond, in het restaurant, zal ik iets dergelijks herhalen. Ik zal de hand van mijn geliefde aanraken tijdens de film. We zullen met verjaardagsseks de nacht ingaan.

Maar eerst zal ik een taartje kopen voor mezelf. Onderweg naar de bakker zal ik ‘er is er een jarig hoera hoera’ neuriën. Met een minzame glimlach om de lippen en een montere blik. Steeds luider en dwingender. Tot iedereen omkijkt.

    • Annelies Verbeke