Heb je letsel? Claimen maar

Zieke werknemers die hun bedrijf willen aanklagen hebben een grote kans op succes.

No-cure-no-paybureaus maken de drempel nog lager.

Foto Hollandse Hoogte Nederland, Amsterdam, 17-2-2003 Bord met waarschuwingen en voorschriften voor veiligheid bij de ingang van een een bouwput. Verplicht een veiligheidshelm, hoorbescherming, oogbescherming en veiligheidsschoeisel te dragen. Bouw van een viaduct bij het station Sloterdijk in Amsterdam West. foto Piet den Blanken / Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Op een mooie zomerse dag in 1996 eindigt het jaarlijkse kantooruitje van accountantskantoor KPMG in een drama. Het personeel wordt getrakteerd op een ballonvaart, maar bij de landing ramt de heteluchtballon een kantoorgebouw waardoor een werkneemster arbeidsongeschikt raakt. Ze stelt haar werkgever aansprakelijk voor de schade die ze lijdt. De rechter stelt haar in het gelijk.

De balloncrash laat zien dat een werkgever bijna altijd aansprakelijk is voor schade die een werknemer lijdt, ook tijdens een bedrijfsuitje. De werkgever ontloopt zijn aansprakelijkheid alleen als hij bewijst dat hij aan alle veiligheidsverplichtingen heeft voldaan, of dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

„Maar dat is lastige opgave, het wordt bijna nooit aangenomen”, vertelt Huub van Osch, arbeidsrechtadvocaat bij Lovells in Amsterdam, die meestal namens werkgevers optreedt. „Neem bijvoorbeeld de zaak van de dakdekker die door een afzetting heen liep, hoewel hem dat uitdrukkelijk verboden was. Hij viel meters naar beneden. De Hoge Raad vond dat de werkgever aansprakelijk was voor zijn letsel. Je moet als werkgever bijna naast je werknemers staan en zeggen: ‘doe het niet’.”

„Dat vind ik veel te boud gesteld”, reageert Freek Schultz. Hij is jurist bij de Palsgroep, het grootste letselschadekantoor van Nederland, dat werknemers bijstaat. „De Hoge Raad is de laatste jaren juist steeds strenger, vanuit werknemersoogpunt gezien. Uit de uitspraken blijkt dat zorgplicht van werkgevers niet onbeperkt is. Maar alleen zeggen: ‘ik heb hier ergens een veiligheidsprotocolletje liggen’, is inderdaad niet genoeg.”

Met de opkomst van no-cure-no-paybureaus in de laatste tien jaar is de drempel om werkgevers aan te klagen in ieder geval lager dan ooit. Vroeger schrokken veel mensen voor een rechtzaak terug wegens het hoge uurtarief van advocaten. Maar nu gaat iemand van de naar schatting 60 tot 85 no-cure-no-paykantoren in Nederland meteen voor je aan de slag. De rekening komt alleen bij succes. Het tarief: 15 procent van het toegekende schadebedrag.

Hoeveel gedupeerden deze mogelijkheid aangrijpen is onduidelijk. De meeste zaken worden buiten de rechtbank geschikt. Maar het is aannemelijk dat het tienduizenden zijn: alleen de Palsgroep vertegenwoordigt al 5.000 werknemers met letselschade per jaar, van versleten ruggen tot whiplash.

Er wordt bovendien actief geworven. Zo roept Palsgroep mensen in een tv-commercial op hun werkgever aan te klagen. Het Bureau voor Beroepsziekten (BBZ), de no-cure-no-payafdeling van vakbond FNV, legt folders neer bij de huisarts om de stap naar een claim zo klein mogelijk te maken. Directeur Jan Warning van BBZ wil echter liever niet op één lijn gesteld worden met andere no-cure-no-paybureaus. „Wij doen vooral echte beroepsziekten, zoals RSI, die bewijstechnisch vaak veel lastiger zijn dan letselschadezaken. Een werkgever zal bijvoorbeeld altijd proberen om burn-outklachten van een werknemer te wijten aan zijn privésituatie.”

Dat ondervond ook Jacob Eitens. Hij begon als ploegbaas bij een chemiebedrijf in Delfzijl, maar werd al na zeven maanden gedegradeerd tot productiemedewerker. „Er heerste daar een enorme vriendjespolitiek”, vertelt Eitens, „en ik viel daar buiten. De ploegbaas die mijn plaats had ingenomen, zei tegen mij: ‘we zullen het mes in je rug eens goed heen en weer wrikken’. Het was een schrikbewind.”

Tegelijkertijd had Eitens thuis zijn handen vol aan de zorg voor zijn vrouw, die aan multiple sclerose leed. Hij kon de situatie niet meer aan en raakte overspannen. Na twee jaar ziekte werd hij ontslagen. Een advertentie van BBZ bracht hem op het idee om werkgever aan te klagen.

„BBZ raadde aan de zaak met mijn ex-werkgever te schikken”, aldus Eitens. „Als het tot een rechtszaak zou komen, zou de ex-baas zeker over mijn privésituatie beginnen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Uiteindelijk heb ik 15.000 euro ontvangen. Beter dan niets, maar in geen verhouding tot de ellende die ik heb doorgemaakt.”

Critici vrezen dat de no-cure-no-paykantoren, net als in de Verenigde Staten, tot een claimcultuur zullen leiden waarin elk conflict juridisch wordt uitgevochten. Warning erkent dat zijn bureau streeft naar zoveel mogelijk aansprakelijkheidstellingen, maar van een Amerikaanse claimcultuur is volgens hem absoluut geen sprake. „Nederlanders klagen hun werkgever niet graag aan.”

Wel verwacht hij dat de nieuwe arbeidsongeschiktheidswet, de WIA, tot meer claims zal leiden. Wie minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, krijgt geen uitkering en wordt geacht in dienst te blijven. „Maar uit onderzoek van de Stichting van de Arbeid blijkt echter dat deze mensen, vooral uit de lagere inkomensgroepen, uiteindelijk vaak toch ontslagen worden. Als die dan gedwongen thuis zitten en van de bijstand moeten leven, zullen ze eerder geneigd zijn hun baas aansprakelijk te stellen.”

Meer weten over no-cure-no- payregelingen? Kijk op bbz.cms.fnv.nl of www.letselschade.nl