Guinee heeft genoeg van de honger

Afgelopen weken vielen er zestig doden bij betogingen in Guinee tegen de president.

Het waren de eerste grote protesten ooit tegen de leiding van het land.

Tien jaar geleden at de familie Diallo drie keer per dag, in plaats van één keer, zoals nu. Zes jaar geleden gaf de koelkast definitief de geest. Vier jaar geleden verkocht meneer Diallo, meubelmaker, zijn laatste bankstel. Drie jaar geleden hield de kraan ermee op. Tegenwoordig hebben de Diallo’s bijna altijd honger, maar dat is voor hen zo normaal dat ze er niet eens over praten. De buren en de overburen hebben namelijk óók altijd honger.

Meneer Diallo spreekt alleen de taal van zijn stam, Peul. „Ik ben nooit naar school geweest”, zegt hij. „Juist daarom ken ik het belang van een opleiding.” Hij heeft zeven kinderen, die hij allemaal naar school heeft gestuurd. De middelste zoon, Oury, zou dit jaar eindexamen doen, maar werd twee weken geleden doodgeschoten, ’s ochtends vroeg, terwijl hij onderweg was naar een demonstratie in het centrum van de stad. „Ik troost mezelf met de gedachte dat hij is gestorven voor een goede zaak”, zegt zijn vader. „Ik had hem niet tegen kunnen houden. Hij wilde verandering.”

Het fatalisme van de Guineeërs lijkt een grens te hebben bereikt. Na jaren van lijdzaam toezien hoe het leven steeds duurder en de regering steeds stuurlozer werd, kwam de bevolking twee weken geleden massaal op de been om het vertrek van president Lansana Conté te eisen. Op dat moment was een algemene staking aan de gang uit protest tegen corruptie en hoge voedselprijzen. Aan de staking, de derde sinds april vorig jaar, werd in het hele land gehoor gegeven. De demonstratie van 22 januari werd echter hardhandig neergeslagen. De presidentiële garde en de politie schoten met scherp, mikkend op schedels en buiken. Er vielen minstens zestig doden. Foto’s van de doden en gewonden circuleren sindsdien op internet. „Het scheelde heel weinig of we hadden een volksopstand gehad”, zegt een waarnemer. „Nog zo’n demonstratie en het regime zal het niet overleven.”

De protestmars markeert een ommekeer. Het was de eerste grote demonstratie ooit in een land waar openlijk verzet tegen de leider tot nu toe ongekend was. De spanning liep zo hoog op dat Conté vorige week tegemoet kwam aan de eisen van de vakbonden. Hij beloofde een neutrale premier aan te stellen die volledige zeggenschap over de regering krijgt.

De vakbonden dreigen de staking te hervatten als dat niet voor volgende week gebeurt. Intussen slaagt de bevolking er amper in het hoofd boven water te houden. Door de inflatie – vorig jaar bijna 30 procent – heeft de koopkracht een dieptepunt bereikt. Daags voor de staking kostte een zak rijst vijftien euro, ongeveer net zo veel als wat een ambtenaar, een verpleger of een onderwijzer per maand verdient.

Zelfs nu de prijs dankzij de vakbonden is bijgesteld tot tien euro, kunnen velen dat niet betalen. De werkloosheid wordt geschat op 70 tot 80 procent. Schoolkinderen maken ’s avonds hun huiswerk bij benzinestations, waar nog wel stroom is. In het grootste ziekenhuis van de stad liggen de patiënten op gescheurde schuimrubberen matrassen onder fittingen zonder peertjes.

Vroeger verstrekte het ziekenhuis zelf maaltijden aan de patiënten, zegt chirurg Biro Diallo (geen familie, maar een veel voorkomende achternaam) met een weemoedige zucht. Maar die tijd is al lang voorbij. „De zieke moet zelf zijn eten regelen en medicijnen kopen. Dat levert soms inderdaad problemen op met de hygiëne. Het personeel is niet gemotiveerd, want ze komen nauwelijks rond van hun salaris. En we hebben twee generatoren, maar vaak geen geld voor brandstof. We hebben hier niets, niets, niets.”

Met hun aanklacht tegen de verpaupering hebben de vakbonden alle lagen van de bevolking achter zich gekregen, inclusief de oppositiepartijen. De charismatische vakbondleidster Rabiatou Serah Diallo (ook geen familie) is een van de aanvoerders van het verzet. „Wij hebben gezegd wat niemand hardop durfde te zeggen”, vertelt ze in de lobby van een hotel tussen twee vergaderingen door. „De Guineeërs durven eindelijk voor zichzelf op te komen. Ze zijn zich ervan bewust geworden dat ze bepaalde rechten hebben. Dat is de essentie van wat er nu gebeurt.” Een man van middelbare leeftijd komt glunderend op haar af. „Mevrouw Diallo, in eigen persoon”, zegt hij vol ontzag. „U moet weten, wij steunen u allemaal.”