Generaal voorziet strijd in Uruzgan

Er bestaat geen specifiek Nederlandse benadering (Dutch approach) bij de strijd tegen de Talibaan in Afghanistan. Dat tot nu toe bij gevechten geen Nederlandse militairen zijn gedood in Uruzgan, komt doordat de Nederlanders nog maar nauwelijks zijn doorgedrongen tot gebieden waar de Talibaan oppermachtig zijn.

Dit zegt David Fraser, de Canadese generaal die tot 1 november vorig jaar commandant was van de NAVO-missie ISAF in Zuid-Afghanistan, in een vraaggesprek met deze krant.

Dat de Britten en Canadezen in de naburige provincies wel zware verliezen hebben geleden, komt volgens Fraser mede doordat zij al het hele jaar in Zuid-Afghanistan aanwezig waren, terwijl de Nederlanders pas tegen het eind van het vechtseizoen begonnen.

De noodzaak tot vechten zal, volgens de Canadees, voor de Nederlanders toenemen naarmate zij verder doordringen in Noord-Afghanistan, een belangrijk bolwerk van de Talibaan. Ook leiden successen bij het opbouwwerk vanzelf tot meer gevechten, omdat de Talibaan zullen proberen het opgebouwde te vernietigen.

De dichtbevolkte gebieden waartoe de Nederlanders in Uruzgan zich tot nu toe grotendeels hebben beperkt – Tarin Kowt, Deh Rawood, Chora – vormen in de ogen van de generaal geen goede graadmeter voor de vijandelijkheden die de Nederlanders te wachten staan in de rest van de provincie.

Bij het zuiveren van de Baluchi-vallei – de eerstvolgende opdracht die de Nederlanders zich hebben gesteld – zullen zij naar Frasers verwachting steun nodig hebben van de NAVO-bondgenoten. Volgens hem is er geen wezenlijk onderscheid tussen zijn eigen beleid als commandant in Zuid-Afghanistan en dat van zijn opvolger, de Nederlandse generaal Van Loon.

Generaal: pagina 2

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Generaal voorziet strijd in Uruzgan (7 februari, pagina 1) staat dat de noodzaak tot vechten voor de Nederlandse militairen toeneemt naarmate zij verder doordringen in Noord-Afghanistan. Bedoeld is het noorden van de Afghaanse provincie Uruzgan.