Every inch een antiheld

Forest Whitaker speelt de Oegandese dictator Idi Amin in The Last King of Scotland.

Hij bereidt zich minutieus op zijn werk voor, en voert het met bewonderenswaardige precisie uit.

De meeste van de emoties die zijn karakters ondergaan heeft Forest Whitaker zelf ook meegemaakt. Foto AP Actor Forest Whitaker smiles while posing for a portrait in Beverly Hills, Calif., on Thursday, Dec. 14, 2006. Earlier in the day Whitaker received a Golden Globe nomination in the best dramatic film actor category for his role as Idi Amin in "The Last King of Scotland." (AP Photo/Matt Sayles) Associated Press

Zou het er dan toch eens van komen? Dat een zwarte acteur een Oscar wint voor een rol van slechterik? Forest Whitaker speelt de Oegandese dictator Idi Amin in The Last King of Scotland en kreeg er alvast een nominatie voor. Maar hij moet het 25 februari opnemen tegen bijvoorbeeld Will Smith die een ideale schoonzoon speelt in The pursuit of Happyness. Misschien dat Whitakers imago in het alledaagse leven als ‘gentle giant’ toch de doorslag geeft.

Forest Steven Whitaker (Longview, Texas, 15 juli 1961) wordt altijd met de twee beroepen vergeleken die hij níet is gaan uitoefenen. Op school was hij een verdienstelijk footballspeler, maar zijn universitaire opleiding voltooide hij dankzij een muziekbeurs, want manifester dan zijn talent op het veld, was zijn zuivere tenor. De forse acteur ziet er dan ook uit als een kruising tussen een operazanger en een sportheld. In zijn acteren heeft hij echter een melancholieke lichtheid die hem speels, vederlicht en dromerig kan laten zijn.

Zijn ruim vijftig optredens in televisieproducties en speelfilms omvattende filmografie kent evenveel hits als missers. Whitaker ziet zichzelf ondanks een enkel uitstapje naar de regisseursstoel (met bijvoorbeeld het tamelijk zoetsappige Waiting to Exhale, 1995 en Hope Floats, 1998 ten gevolge) vooral als acteur.

Voor alle emoties die hij bij het spelen van zijn personages op moet roepen, kan hij bij zichzelf te rade gaan, want de acteur, die in zijn leven off screen de mildheid en gematigdheid zelve lijkt, vertelt graag dat hij de meeste van de emoties die zijn karakters ondergaan zelf ook heeft meegemaakt.

Het maakt hem tot een acteur in de school van het method acting, waarin invoelen en inleven boven techniek lijken te prevaleren. Het heeft Whitaker een divers scala aan rollen opgeleverd, in films van onder meer Martin Scorsese (The Color of Money, 1986), Oliver Stone (Platoon, 1986) en Barry Levinson (Good Morning, Vietnam, 1987). Zijn eerste hoofdrol kreeg hij van Clint Eastwood in de Charlie Parker biopic Bird (1988), die bekroond werd met de acteerprijs in Cannes; daarna speelde hij de berustende zwarte Britse soldaat Jody die door de IRA wordt ontvoerd en zijn levensgeschiedenis met gijzelnemer Stephen Rea deelt in The Crying Game (Neil Jordan, 1992).

Hoewel ook zijn optredens in Robert Altmans Prêt-à-Porter (1994, als de flamboyante mode-ontwerper Cy Bianco) en Wayne Wangs Smoke (1995, in een ontroerende rol van mislukte vader en garagehouder) zijn gezicht in het groepsportret van acterend Amerika van nieuwe tinten en nuances voorzagen, is Forest Whitaker in zijn rollen te bescheiden en te dienstbaar om met het frivole leven van een filmster te worden geassocieerd.

Hij is every inch een antiheld. Van de filosofisch ingestelde huurmoordenaar in Ghost Dog: The Way of the Samurai van Jim Jarmusch (1999), tot de onberekenbare overvaller in David Finchers Panic Room (tegenover Jodie Foster, 2002) of de uitgebluste verzekeringsagent in A Little Trip to Heaven, die vorig jaar in de Nederlandse bioscopen uitkwam.

Hij sluipsjokt. Hij peinst en kijkt. Hij loenst zich gevaarlijk door zijn rollen heen. Hij bereidt zich minutieus en meditatief op zijn werk voor, en voert het vervolgens met bewonderenswaardige precisie uit. En zelfs in het hoofd van een schurk als Idi Amin vond hij nog een menselijke kant.

Want het is de complexiteit van de menselijke soort die hij al spelend aan het oppervlakte wil brengen. Zelfs als hij daarvoor als acteur aan de buitenkant zo onbeweeglijk mogelijk moet blijven.