Brussel: greep op bestraffen milieudelicten

De Europese Commissie wil een grotere greep krijgen op het strafrecht rond milieudelicten. Daarmee dreigt een nieuwe botsing tussen ‘Brussel’ en een aantal lidstaten, waaronder Nederland, over bevoegdheden.

Kern van een voorstel dat de Europese commissarissen Dimas (Milieu) en Frattini (Justitie) naar alle waarschijnlijkheid morgen zullen presenteren is dat een aantal vast omschreven grensoverschrijdende milieudelicten bestraft moet worden. Het gaat hierbij onder andere om het uitstoten of illegaal lozen van gevaarlijke afvalstoffen, het onrechtmatig vervoeren of verwijderen van gevaarlijke stoffen, het beschadigen of stelen van beschermde plant- en diersoorten en onrechtmatige handel in stoffen die de ozonlaag stoffen.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, wil nu dat de lidstaten aan deze overtredingen ook daadwerkelijk sancties verbinden. Welke dat zijn wordt aan de landen zelf overgelaten. Maar Brussel stelt wel als voorwaarde dat zij proportioneel, doelmatig en afschrikwekkend zijn.

De zaak reikt verder dan alleen het milieurecht. Het gaat ook om de vraag of de Europese Unie in haar geheel zich kan inlaten met het strafrecht van de individuele lidstaten. De Europese Commissie, daarbij gesteund door een ruime meerderheid in het Europees Parlement, wil zoveel mogelijk gemeenschappelijk regelen. Daartegenover staat een groot aantal nationale regeringen dat zich niet door Brussel de wet willen laten voorschijven over wat zij zien als interne aangelegenheden.

„Willen we revolutie of evolutie?” aldus een diplomaat. Volgens hem kiest de Commissie nu voor revolutie en „die lopen niet altijd goed af’”, zei hij.

Er bestaat nu al een zogeheten ‘kaderbesluit’ over de strafbaarstelling van milieudelicten. Dit betekent dat in Europees verband de vertegenwoordigers van nationale regeringen hierover besluiten en zaken ook kunnen vetoën. Als dit onderwerp onder het ‘gemeenschapsrecht’ wordt gebracht, zoals de Commissie wil, kan hierover door middel van meerderheidsbesluitvorming worden besloten.

De Europese Commissie voelt zich gesteund door een uitspraak van het Europees Hof van Justitie uit 2005. Volgens het Hof is het wel degelijk een bevoegdheid van de Europese Commissie om lidstaten te dwingen sancties op te leggen bij grensoverschrijdende milieucriminaliteit. De Commissie beschouwde deze uitspraak zelfs als een aansporing om ook op andere terreinen sancties voor te schrijven. Zo kwam commissaris Frattini met het voorstel om lidstaten te verplichten het verhandelen van namaakproducten te veroordelen met een minimum gevangenisstraf van een jaar. Een aantal lidstaten waaronder Nederland heeft dit voorstel tot nu toe tegengehouden.