Beursgang Schiphol is van de baan

De staat brengt zijn aandelen in Schiphol niet naar de beurs en het toekomstige kabinet ziet af van de vernietiging van het besluit van Amsterdam om niet mee te werken aan de verkoop van aandelen. Dit blijkt uit het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie.

Wat er wel met de aandelen gebeurt, is nog niet duidelijk. In het regeerakkoord wordt aangekondigd dat het kabinet met de luchthaven en de gemeente Amsterdam gaat overleggen om „op een andere manier middelen vrij te maken uit het overheidsaandeel zonder afstand te doen van de zeggenschap en om de mogelijkheden voor Schiphol om vreemd vermogen aan te trekken te vergroten.” De extra opbrengsten uit het overheidsaandeel in Schiphol zullen bij voorrang worden aangewend voor ontsluiting van de Noordvleugel van de Randstad, aldus het regeerakkoord. Een van de mogelijkheden is uitkering van een ‘superdividend’ door Schiphol. Van zo’n dividend was in de oorspronkelijke plannen van het vorige kabinet ook al sprake.

Directeur Gerlach Cerfontaine van Schiphol is „zeer teleurgesteld”, zo liet hij vandaag weten. „Vooral omdat onze directe concurrenten in Londen, Frankfurt en Parijs wél zijn geprivatiseerd”, aldus zijn woordvoerder.

Met de verkoop van aandelen op de beurs had de luchthaven gemakkelijker toegang tot de kapitaalmarkt willen krijgen om daarmee investeringen te kunnen doen. Ook zegt de luchthaven te worden gehinderd door banden met de Nederlandse staat bij overnames in het buitenland.

Het vertrekkende kabinet besloot in 2004 tot verkoop van een minderheid van de aandelen. Een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer stemde hiermee in.

De aandelen van de luchthaven zijn in handen van drie aandeelhouders: het rijk (75,8 procent), Amsterdam (21,8 procent) en Rotterdam (2,4 procent). De gemeente Amsterdam weigerde aan de verkoop mee te werken.

De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher laat weten „verheugd” te zijn. „Schiphol is voor de stad Amsterdam veel te kostbaar om zo overhaast naar de beurs te brengen”, aldus zijn woordvoerder.