Wie tekent moet ook ratificeren

Het nieuwe kabinet moet „een constructieve oplossing vinden” voor de grondwetproblemen in Nederland, vindt Barroso, topcommissaris van de EU.

EC-voorzitter José Manuel Barroso. Foto AFP European Commission chief Jose Manuel Barroso attends a public meeting of parliamentary foreign affairs meeting 30 November 2006 in Berlin, ahead of Germany assuming EU presidency on 01 January. AFP PHOTO DDP/MARCUS BRANDT GERMANY OUT AFP

„Het referendum is een nationale zaak. Daar ga ik geen commentaar op geven.” Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie is op zijn hoede. De vraag was of een oplossing voor de impasse rond de Europese Grondwet dichterbij is gekomen nu een nieuw Nederlands kabinet van het uitschrijven van een volksraadpleging zal afzien.

Of lidstaten een gewijzigd Europees Verdrag door middel van een referendum dan wel een parlementaire procedure willen ratificeren „is hun eigen nationale verantwoordelijkheid”, zegt Barroso. Maar in zijn algemeenheid gesproken, zo wil hij er wel aan toevoegen, „maakt een referendum de zaak natuurlijk wel ingewikkelder”.

Komende donderdag bezoekt de christen-democratische Portugese voorzitter van de Europese Commissie ons land. Hij zal gesprekken voeren met leden van de Eerste en Tweede Kamer en in Eindhoven spreken op het ‘Festival der Bestuurskunde’ dat in die stad wordt georganiseerd. Ook staat een gesprek met premier Balkenende op de agenda. Ter gelegenheid van zijn tocht naar het noorden had Barroso gistermiddag een gesprek met in Brussel werkzame Nederlandse journalisten.

En via hen had hij een boodschap. Want Nederland heeft als een van de neezeggers tegen de Europese Grondwet een bijzondere verantwoordelijkheid om een uitweg te vinden voor het gerezen probleem. Dat is volgens Barroso zowel „een kwestie van vertrouwen” als van „internationaal recht”.

Barroso: „De regering heeft voor de Europese Grondwet getekend, maar was niet in staat te ratificeren. Dat betekent dat zij gecommitteerd is een constructieve oplossing te vinden.” Want stel je voor dat alle lidstaten eerst wel tekenen, maar niet ratificeren. „Dat zou toch vreemd zijn. Toen alle landen tekenden namen zij de verantwoordelijkheid op zich voor ratificatie te zorgen.”

Hij geeft onmiddellijk toe dat de huidige verdragstekst na de Franse en Nederlandse bezwaren de eindstreep niet meer zal halen. Maar daarmee blijft volgens Barroso de noodzaak wel bestaan om de problemen weg te nemen waarvoor het Grondwettelijk Verdrag was bedoeld. „We leven niet langer in de twintigste eeuw. De problemen van de toekomst kunnen niet worden opgelost met de instrumenten van het verleden. Sommigen denken dat we nog steeds in de jaren tachtig zitten. Maar we zijn in de Europese Unie inmiddels niet meer met twaalf maar met 27 lidstaten. Dat is totaal nieuw en daarom hebben we ook nieuwe instrumenten nodig.”

Barroso praat nog steeds over de grondwet. Maar is nu juist die benaming niet voor velen een groot probleem gebleken?

Hij zucht. „Ik ga geen theologische gevechten aan, ik wil pragmatisch zijn. We hebben een institutionele basis voor de Unie nodig. Als de lidstaten dat grondwet willen noemen: best. Willen ze het anders noemen: prima. Ik heb geen moeite met het woord grondwet. In sommige landen is de Grondwet gepresenteerd als centralisatie. Maar het is precies het omgekeerde. Iedereen die iets van geschiedenis weet, weet ook dat in Europa het idee van een grondwet altijd is geweest: het beperken van de soevereine macht. Het is bijna het equivalent van democratie. Ik weet dus niet wat er mis is met dat woord. Maar als dat problemen oplevert, laten we die dan oplossen.”

Over de mogelijke inhoudelijke aanpassingen van de tekst om deze toch in alle lidstaten aanvaard te krijgen, houdt Barroso zich op de vlakte. Dat is vooral een kwestie van de lidstaten, vindt hij. Maar haast is geboden, want alleen al het bestaan van het probleem „werpt een schaduw van negativisme vooruit. Zelfs terwijl het nu economisch beter gaat dan drie jaar geleden”.

Of dit speciaal Nederland en Frankrijk valt aan te rekenen die de Grondwet immers hebben afgewezen, wil hij niet beamen. „Maar je kunt objectief vaststellen dat de tegenstemmen het niet makkelijker hebben gemaakt en dat is een understatement. Tegelijkertijd denk ik wel dat de tegenstemmen ons aan het denken hebben gezet.” Dat denken heeft bij Barroso tot de conclusie geleid dat de mensen „niet minder Europa willen, maar minder bureaucratie”.

Blijft het opmerkelijke punt dat na de negatieve referendumuitslag in Frankrijk volop over Europa werd gediscussieerd, terwijl het in Nederland ook tijdens de verkiezingscampagne oorverdovend stil bleef. Barroso: „Dat is nu het bewijs voor wat ik telkens beweer: Europa kent een culturele diversiteit.”

Zie ook het Dossier Europese Grondwet op www.nrc.nl/binnenland