Waaraan moeten we loyaal zijn?

Waaraan moeten we loyaal zijn? de beste boeken van de week In Frankrijk slaan historici en politici elkaar om de oren met de koloniale geschiedenis. Verdedigers van de nationale eer staan tegenover de pleitbezorgers van de slachtoffers van het kolonialisme. De liberale essayist Pascal Bruckner keert zich in La tyrannie de la pénitence (Grasset, 16,90 euro) tegen het ‘westerse masochisme’, meent René Moerland. ‘Zijn boek is een aanklacht tegen de Europese neiging tot schuldbetoon en boetedoening. Maar Bruckner volstaat niet, zoals veel van zijn medestanders, met een pleidooi voor hernieuwde nationale trots op het verleden. De kern van zijn boodschap zit in een retorische vraag: „Waaraan moeten we loyaal zijn? Aan de zwarte bladzijden van onze geschiedenis of aan de lessen die we daaruit getrokken hebben?” Europa staat volgens hem voor de opdracht de democratische verworvenheden in de wereld te verspreiden. Het oude continent kan nog steeds het „morele kompas van de wereld” zijn, concludeert hij hoopvol, omdat het zich bevrijd heeft van zijn monsters: slavernij, kolonialisme, fascisme en communisme. Dat perspectief maakt Bruckner anders, en interessanter, dan de meeste – vaak eenzijdige – aanklagers van de koloniale erfenis, en ook een stuk genuanceerder dan de meeste verdedigers van de Franse trots.’ De liberale essayist Pascal Bruckner keert zich in La tyrannie de la pénitence (Grasset, 16,90 euro) tegen het ‘westerse masochisme’

In Frankrijk slaan historici en politici elkaar om de oren met de koloniale geschiedenis. Verdedigers van de nationale eer staan tegenover de pleitbezorgers van de slachtoffers van het kolonialisme. De liberale essayist Pascal Bruckner keert zich in La tyrannie de la pénitence (Grasset, 16,90 euro) tegen het ‘westerse masochisme’, meent René Moerland. ‘Zijn boek is een aanklacht tegen de Europese neiging tot schuldbetoon en boetedoening. Maar Bruckner volstaat niet, zoals veel van zijn medestanders, met een pleidooi voor hernieuwde nationale trots op het verleden. De kern van zijn boodschap zit in een retorische vraag: „Waaraan moeten we loyaal zijn? Aan de zwarte bladzijden van onze geschiedenis of aan de lessen die we daaruit getrokken hebben?” Europa staat volgens hem voor de opdracht de democratische verworvenheden in de wereld te verspreiden. Het oude continent kan nog steeds het „morele kompas van de wereld” zijn, concludeert hij hoopvol, omdat het zich bevrijd heeft van zijn monsters: slavernij, kolonialisme, fascisme en communisme. Dat perspectief maakt Bruckner anders, en interessanter, dan de meeste – vaak eenzijdige – aanklagers van de koloniale erfenis, en ook een stuk genuanceerder dan de meeste verdedigers van de Franse trots.’