Vraag leerlingen te spellen en ze kúnnen het

Enige tijd geleden besprak ik in havo-4 een proefwerk poëzie. Ik wees de leerlingen op enkele werkwoordsfouten en gebruikte daarbij de term ‘persoonsvorm’. „Meneer, wat is een persoonsvorm?”, vroeg een leerling. Hij bleek niet de enige te zijn die dit niet meer wist. Toch hadden deze leerlingen zes jaar lang, misschien 50 uur in totaal, les gehad over de persoonsvorm. Vroeger was ik geneigd extra uitleg te geven. Maar het echte antwoord is natuurlijk: „Hoe komt het dat jij na zó veel jaar onderwijs nóg niet weet wat een persoonsvorm is?”

Zou hem als brugklasser gevraagd zijn of hij grammatica en spellen zou moeten beheersen als hij later ging studeren? Ik vraag het hun wel en wat blijkt: ze vinden het belangrijk. Dan vertel ik hun dat ze de werkwoordspelling in korte tijd kunnen leren. Met hun grammaticale kennis en de werkwoordsschema’s van de basisschool beheersen ze in principe 90 procent van de werkwoordspelling. Op het bord teken ik een ladekast en leg hun uit dat dit een metafoor is voor hun verstand. In deze kast zit voldoende kennis om een werkwoordtoets uit de derde klas goed te maken. Wat ze moeten doen is de juiste laatjes opentrekken, de kennis op tafel leggen en nadenken.

De toets voor de derde klas heb ik verplaatst naar de brugklas. 25 werkwoorden, één fout per punt. Bij een voldoende krijgen de brugklassers het diploma-A voor de werkwoordspelling. Zo’n diploma maakt duidelijk dat het een belangrijk onderwerp is waaraan we niet zomaar voorbij kunnen gaan. Wanneer een leerling het diploma niet kan halen, blijft dat niet zonder gevolgen Deze leerling kan dan bijvoorbeeld bij elk werkstuk dat hij inlevert alle werkwoorden onderstrepen waaraan hij twijfelt – en die werkwoorden door een andere leerling laten nakijken.

Dit jaar had de helft van mijn (gymnasium)brugklas na vier lessen het diploma op zak. De verworven kennis moet via opstellen in de praktijk worden gebracht en die moeten bij voorkeur foutloos zijn. Zo niet, dan volgen een herkeuring én de vraag: kún je het niet meer of doe je het niet? In het eerste geval moet een leerling opnieuw het diploma halen, in het tweede geval volgt een gesprek over motivatie.

De andere helft slaagde niet. 13 leerlingen moesten verder met een vakonderdeel dat niet echt leuk is. Maar er was steun: iedere gezakte leerling kreeg een ‘persoonlijke coach’ toegewezen in de vorm van een ‘gediplomeerde’ medeleerling. Als de gecoachte leerling het diploma haalt, krijgt de coach er een punt bij.

Na nog drie lessen hadden alle brugklassers op één na het diploma binnen. 40 procent had 0 of 1 fout. De tijd die we gewonnen hebben besteden we aan grote projecten waarbij veel gelezen en geschreven wordt. Want formuleren is een groter probleem dan spellen.

Gerichte aandacht voor werkwoordspelling en formuleren is nodig. Als we dat serieus doen, brengen we leerlingen tevens vaardigheden bij die langzamerhand uit het onderwijs dreigen te verdwijnen, zoals zorgvuldigheid en toewijding. Tegelijkertijd erken ik de kracht van projectonderwijs, waarbij leerlingen het geleerde kunnen toepassen op onderwerpen die aansluiten bij hun (belevings)wereld. De docent is dan meer coach en minder vakdocent. Maar zelfstandigheid mag nooit verward worden met docentonafhankelijk werken.

In de huidige discussie wordt een tegenstelling opgeroepen tussen vakinhoudelijk onderwijs en vaardighedenonderwijs, ofwel tussen ‘degelijk leren’ en ‘nieuw leren’. Het is een onvruchtbare discussie omdat de opponenten elkaars kwaliteiten miskennen en omdat de discussie niet over pedagogiek gaat, maar alleen over vakinhoud en didactiek. Zinvol is het om te onderkennen dat ál deze aspecten hun eigen rol spelen in het onderwijs. Ze zijn verschillende polen waarbinnen onderwijs gegeven kan worden. Polen sluiten elkaar niet uit; ze creëren een spanningsveld.

Goed onderwijs zoekt naar een juiste afstemming binnen dat spanningsveld.

Jeroen Steenbakkers is docent Nederland op het Ludgercollege in Doetinchem. Hij ontwikkelt lesmateriaal en traint docenten voor de Stichting Leerplan Ontwikkeling.