Trots op Museeuw blijft

De Driedaagse van West-Vlaanderen heet sinds vorig jaar Johan Museeuw Classic. Ondanks Museeuws dopebekentenis blijft de koers dezelfde naam dragen. Waarom ook niet?

Johan Museeuw is er niet als die ochtend om half negen de organisatoren van de derde etappe van de Driedaagse van West-Vlaanderen bijeenkomen in restaurant De Kerselaar in Ichtegem. Voorafgaand aan het ontbijt wijst Johny Vanhove, overkoepelend manager van de wedstrijd, naar foto’s aan de muur. Hier staat hij met Mario Cipollini, daar met Oscar Freire, Peter van Petegem. En met Museeuw, die ook in regenboogtrui de affiche siert van de 61ste editie, van 9 tot 11 maart 2007. „Er komen liefst zeven ploegen uit de ProTour”, zegt Vanhove trots.

De Driedaagse van West-Vlaanderen is een samenvoeging van drie koersen. Sinds vorig jaar heeft de rittenkoers nog een andere naam: Johan Museeuw Classic, naar de held van de streek. Museeuw is van Gistel, een ‘kattesprong’ verwijderd van de plaats waaruit het wielercomité van de ‘Koninklijke Veloclub Ichtegem Sportief’ straks het parcours van de derde etappe zal verkennen.

Of de organisatie heeft overwogen om de naam te veranderen, nadat Museeuw onlangs bekende in de laatste periode van z’n carrière dope te hebben genomen? „Welnee”, lacht Vanhove. „Vorig jaar, toen de geruchten al gingen, toonden sommige sponsors zich niet blij met de nieuwe naam. Maar Johan is en blijft een fenomeen hier. Iedere insider weet dat bij de profs niemand op een glaasje water rijdt. Wij zijn trots op de naam Museeuw Classic. We hebben sindsdien veel meer persaandacht. U bent zelf het beste bewijs dat die naam ons goed doet.”

Tot de andere 26 mannen en één vrouw aan de ontbijttafel: „Mannen, we hebben hier vandaag de internationale pers bij ons!”

Dan komt de rijke erelijst op tafel. „Onze rit heet oorspronkelijk de Omloop van de Vlaamse Ardennen”, zegt plaatselijk voorzitter Rik Goethals. „Museeuw heeft hier gewonnen in 1996, onder barre weersomstandigheden. Hij besliste pas een dag tevoren dat hij zou meedoen en reed iedereen op grote achterstand.” Vanhove weet waarom. „Johan moest meteen na de finish het vliegtuig halen naar Tirreno-Adriatico.” Goethals wijst op de juniorenuitslagen. „In 1986 won Museeuw hier al.” Daniel Maes gaat nog verder terug. Het staat er echt: in 1965 werd Eddy Museeuw, de vader van Johan, eerste bij de liefhebbers, vóór de in 1970 verongelukte wereldkampioen Jempi Monseré. „Vanmiddag gaan we Museeuw zien”, zegt Vanhove. „Begin over de zege van z’n vader en zijn hart zal opengaan.”

Voorzitter Goethals leidt die ochtend de colonne van zes auto’s over 142,5 kilometer door West-Vlaanderen. „Ik ben mijn vader opgevolgd. Hij zou vandaag voor de vijftigste keer het parcours hebben verkend, maar is helaas overleden. Dit was zijn hoogtijdag.”

Ook de zoon kent zijn klassieken. „De Omloop van de Vlaamse Ardennen was de eerste wielerkoers na de Tweede Wereldoorlog. Marcel Kint won. Er was een massa volk op de been, en dat is nooit meer anders geweest.”

In het dagelijks leven is ultraloper Goethals leraar. „Gianni Museeuw, de zoon van Johan, zit bij mij in de klas. Ik heb Johan onlangs gesproken, en krijg het gevoel dat er na de bekentenis een last van hem is afgevallen. Hij is veel minder gespannen. We hebben op een forum van Het Laatste Nieuws de vraag gesteld of we de naam van onze wedstrijd moesten veranderen. De grote meerderheid vond dat het gewoon Museeuw Classic mocht blijven.”

De route gaat over oude betonwegen, langs oneindige kerkhoven uit de Eerste Wereldoorlog. „Hier heb je het monument voor de eerste aanval met mosterdgas”, zegt Goethals. Even verder: „Hier op de hoek klapte vorig jaar een renner met 55 in het uur op een seingever. De renner had schaafwonden, de seingever moest geanimeerd worden. Hij is hersteld, maar de renner fietst niet meer. Hij kon het niet verwerken.”

Harde wereld, de wereld van Museeuw. „Ik heb Johan gezien na zijn val in Parijs-Roubaix”, zei vader Eddy onlangs in Cyclosprint. „Hij begon uitgemergeld aan zijn comeback. De trainingen die hij toen deed… Gelijk beesten. Johan had die epo niet nodig.”

De colonne stopt op de Rodeberg voor een Picon, een kruidendrank van de streek. „Traditie”, zegt Goethals. „Vroeger kochten we hier belastingvrij parfum voor de vrouw”, herinnert een ouder lid. Ook de lunch is traditioneel op dezelfde plek: Belvedère, op de top van de Kemmelberg. Buiten passeren onophoudelijk wielrenners, binnen gaat het gesprek over Freddy Maertens en Michel Pollentier, andere helden van Vlaanderen met een smetje op het blazoen. Maar boven alles blijft de bewondering.

In Mesen eindigt de verkenning met een vergadering en een ontmoeting met Museeuw, die dag op pad met een juniorenploeg. Helaas, als de renners terugkeren van hun trainingsrit is er van de oud-kampioen geen spoor. „Terug naar huis”, mompelt een mecanicien. „Johan heeft een beetje schrik van journalisten”, zei Vanhove al.

Ook al is Museeuw er zelf niet, zijn naam domineert de vergadering. „We organiseren dit jaar voor het eerst de Johan Museeuw Kids Classic”, zegt Vanhove. „Er doen 25 kinderen mee, in de leeftijd van acht tot twaalf. Museeuw zorgt voor fietsen. Iedereen krijgt een broek en een trui, en mag na afloop met Johan op de foto. De eerste deelnemer heeft zich al aangemeld: Stefano Museeuw.”

Van vader op zoon... In West-Vlaanderen gaat de wielertraditie door niets of niemand kapot.

    • Maarten Scholten