Steeds meer resistente bacteriën

Vijf jaar geleden was er nog geen probleem. Maar het aantal bacteriën met een nieuwe vorm van antibioticaresistentie groeit in de Nederlandse ziekenhuizen elk jaar met een procent. Microbiologen bepleiten een surveillancesysteem.

Hester van Santen

Op de intensive care van het Eindhovense Catharina Ziekenhuis moesten patiënten eind november naar aparte kamers om een resistente bacterie te kunnen bestrijden. Dezelfde vorm van resistentie dook in 2005 en vorig jaar steeds op in het Medisch Spectrum Twente in Enschede.

De oorzaak was niet MRSA, maar een andere vorm van antibioticaresistentie die volgens medisch microbioloog prof. Christine Vandenbroucke-Grauls, verbonden aan beide academische ziekenhuizen in Amsterdam, in opkomst is in Nederlandse ziekenhuizen: ESBL. „Ik schat dat het meer voorkomt dan MRSA. Men wordt zich nu bewust van het probleem.”

De ESBL’s waarop zij doelt, zijn de Extended Spectrum Bèta-Lactamases. Het zijn enzymen die penicillines en andere veelgebruikte antibiotica afbreken. Verschillende ziekteverwekkende bacteriën, die onder andere longontstekingen en bloedvergiftiging bij verzwakte patiënten veroorzaken, worden op deze manier resistent. ESBL-uitbraken komen internationaal al meer dan twintig jaar voor, maar tot voor kort nauwelijks in Nederland.

Dat is aan het veranderen, beschrijft Vandenbrouckes promovendus Nashwan al Naiemi in zijn proefschrift, dat over twee weken verschijnt. Vooral bepaalde darmbacteriën, zoals Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae, kunnen ESBL-enzymen maken. In een landelijke meting uit 1999 maakte slechts 1 procent van deze bacteriën de afbraakenzymen. Maar inmiddels, zag Al Naiemi in 2004 in vijf Amsterdamse ziekenhuizen, is dat opgelopen tot 8 procent. Vandenbroucke-Grouls: „Er wordt beter gekeken. Maar er is ook een werkelijke toename?”

Bij gezonde mensen kunnen de bacteriën geen kwaad, maar bij verzwakte patiënten kunnen ze – als ze buiten de darm terecht komen – sepsis, of wond-, long- en blaasontstekingen veroorzaken. Maakt zo’n bacterie ESBL, dan is hij niet agressiever maar wel moeilijker te bestrijden. Hij is dan resistent tegen vooral cefalosporines en penicillines, antibiotica die veel gebruikt worden. Vandenbroucke-Grauls: „Dit zijn fijne antibiotica. Ze zijn al meer dan vijftig jaar op de markt, werken tegen veel verschillende bacteriën en veroorzaken toch weinig bijwerkingen.”

Niet alleen in Amsterdam komen de ESBL’s vaker voor. Ook gemiddeld in Nederland neemt het aantal ESBL-resistente bacteriën elk jaar met 1 procentpunt toe. Het RIVM en het UMC Utrecht leidden dat onlangs af uit verzamelde labanalyses van een aantal ziekenhuizen. Onderzoeker Maurine Leverstein-Van Hall: „Vijf jaar geleden was er geen probleem.”

Hoe ESBL’s zijn opgekomen in Nederland, is niet bekend. Voor de hand ligt import uit het buitenland. In Latijns-Amerika, Oost-Azië en Zuid-Europa worden overigens regelmatig veel hogere percentages ESBL-resistentie gevonden, tot tientallen procenten. Ook wordt geopperd dat de veeteelt bijdroeg, of dat de bacteriën spontaan in Nederlandse ziekenhuizen muteerden.

Voor het overleven van de patiënten maakt het niet uit of een infectie wel of niet ESBL is, blijkt uit een vorig jaar verschenen internationale studie in 48 ziekenhuizen. Leverstein-Van Hall: „Wat we wel steeds vaker zien, is dat de bacteriën niet alleen via ESBL, maar nog via andere mechanismen resistent zijn. In Griekenland is dat gebeurd; daar overleden mensen tijdens een ziekenhuisepidemie van K. pneumoniae.” Normaliter is ESBL vooral lastig. Vanwege de andere antibiotica die gezocht moeten worden, en omdat voorzorgen nodig zijn om de uitbraken in te perken: mondkapjes, schorten, patiënten apart verplegen.

Daarbij komt dat een ESBL-epidemie moeilijker in te perken is dan de bekende MRSA. Er zijn tweehonderd vormen van ESBL bekend, wat maakt dat het labonderzoek langer duurt en niet in alle laboratoria op dezelfde manier gebeurt. Bovendien zit het ESBL-gen op een los DNA-fragment, dat kan overspringen van de ene bacteriesoort naar de andere. Hoogleraar Vandenbroucke-Grauls: „Als een aantal patiënten er last van heeft, kan een uitbraak zich als een olievlek verspreiden. Die bacteriën zitten op allerlei vochtige plekjes.” Leverstein-Van Hall: „Ik heb gezien dat één kloon zich over twaalf ziekenhuizen verspreidde.”

Het RIVM werkt momenteel aan een surveillancesysteem, om ESBL beter te kunnen volgen. Hoeveel ziekenhuislabs zich daarbij aansluiten, moet nog besloten worden. Medisch microbiologen pleitten twee maanden geleden in het artsentijdschrift Medisch Contact voor een uitgebreid systeem, waarbij ook verpleeghuizen onderzocht worden. Vandenbroucke-Grauls: „Soms denk ik: is er niet een drastische aanpak nodig? Misschien moeten we een aantal antibiotica die resistentie uitlokken, wel een tijdje helemaal verbieden.”