Statussymbool: géén tv

Sommige hoogopgeleide twintigers zetten hun televisie bewust bij het grofvuil.

Ze kijken naar entertainment en nieuws via andere kanalen als internet.

Caro Verbeek kijkt op haar laptop tv. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 01-02-2007 Caro Verbeek, Reisleidster, kijk liever 'televisie' op haar Laptop. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

„Als ik eenmaal achter dat ding ga zitten, blijf ik kijken.” Caro Verbeek (26) liet de televisie uit zelfbescherming bij haar ouders achter toen ze uit huis ging. Het nieuws volgt ze op haar laptop. Soms ziet ze een televisieprogramma bij vrienden.

Er zijn meer hoogopgeleide, randstedelijke twintigers die het bewuste besluit nemen om zonder televisie door het leven te gaan. Vanaf hun vroegste jeugd klonk de televisie op de achtergrond. Nu lopen ze tegen de dertig, wonen op zichzelf en besluiten dat ze de televisie niet langer nodig hebben.

Ze hebben het te druk of ze ergeren zich aan het aanbod. Mounir el Katthabi (31): „Televisie is te veel van hetzelfde. En je moet je door te veel reclame worstelen.” Liever leest hij een boek. „Zonder televisie is het lekker rustig.”

Voor Tobias Wulffraat (28) slokte de tv kijken te veel tijd op. „Ik wilde geen tijd meer verspillen aan nutteloze programma’s.” Wat hij echt wil zien, kijkt hij op internet, op Uitzendinggemist of op YouTube.

Volgens televisiewetenschapper Maarten Reesink, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als specialist op het gebied van reality tv en infotainment, is het selectieve kijkgedrag van de twintigers nog maar het begin van een mediaomslag.

„Door de ontwikkeling van de technologie hebben we zo langzamerhand een teveel aan informatie en een teveel aan communicatie. Het aanbod wordt te groot om overal gebruik van te maken. Dat betekent dat mensen keuzes moeten maken. Het is net als in de supermarkt: bij elk product willen we kiezen tussen vijf à tien producten. Meer kunnen we eigenlijk niet aan.”

De traditionele televisieavond, waarbij iedereen de volgende dag op het werk over hetzelfde programma praatte, bestaat allang niet meer. Tegenwoordig moet er niet alleen uit veel informatie, maar ook uit veel informatiedragers gekozen worden. De televisie heeft concurrentie van de computer, de mobiele telefoon, de blackberry en de iPod. Plannen voor ‘televisie’ op de magnetron, de spelcomputer en het horloge zijn reeds in een vergevorderd stadium. Reesink: „Daar komt bij dat televisie moet concurreren met het al maar groeiend aanbod van andere vormen van vrijetijdsbesteding. Iedereen moet zijn eigen mix uit het aanbod gaan maken.”

Het einde van de televisie? Reesink denkt dat de televisie het meest dominante medium blijft, maar dat sommige programma’s een meer voor de hand liggend medium zullen krijgen. „Het nieuws bijvoorbeeld, is uitermate geschikt voor op de mobiele telefoon. Als je over straat loopt, kun je meteen zien wat er aan de hand is. John de Mol gelooft heilig in voetbal op je mobiel, maar dat zie ik niet zo.”

Terwijl het Nederlandse gezin misschien nog traditioneel aan de buis is gekluisterd, geven hoogopgeleide jongeren de eerste aanzet tot een ander gebruik van het medium. Peter Janssen (25) bijvoorbeeld heeft geen ‘televisieaansluiting’, maar wel een tv. Hij kijkt naar dvd’s op zijn laptop, portable dvd-player of de tv. Koen van Tongeren (26) kijkt digitale televisie via internet, maar projecteert dat op de muur van zijn huis met behulp van een beamer. Ze kiezen beiden voor de mediamix die hen aantrekt.

Nog even en je bespreekt niet meer met je vrienden wat je gezien hebt, maar waarop je het gezien hebt. Reesink: „Ik denk dat mensen vaker hun identiteit gaan afmeten aan de manier waarop ze media gebruiken. Je ziet al dat jongeren hun populariteit bepalen aan de hoeveelheid Hyvesvriendjes die ze verzameld hebben, of het bijzondere bandje dat ze via YouTube of Myspace ontdekken. Het niet hebben van een televisie kan een soort statussymbool zijn, net als voetbal kijken op de spelcomputer, of het nieuws volgen op je mobiel.”