Nederland is héél veilig, niet?

Nederland staat in de topvijf van Europese landen met de hoogste criminaliteit.

Hongarije blijkt het veiligst. Hoe kan dat? Het heeft alles te maken met beeldvorming.

De Poolse grenspolitie demonstreert een arrestatie aan de Pools-Oekraïense grens. In Polen is de kans om slachtoffer te worden van geweldscriminaliteit kleiner dan in Nederland, zo blijkt uit onderzoek. Foto Chris Keulen Poland, Skrihyczyn, 31-01-03 Demonstration Polish borderguards arresting criminals at Polish-Ukrainian border. The special forces control the immense border to avoid (human) smugglers to pass. The Polish received loads of equipment to control this border when they join the EU. Poolse grenspolitie demonstreert arrestatie van criminelen aan Pools-Oekrainse grens. Speciale eenheden moeten de immense grens tussen de twee landen gaan bewaken en krijgen daarbij veel hulp van de EU. Polen is een van de tien landen dat in 2004 toetreedt tot de EU. Criminaliteit en smokkelen (goederen/mensen) zijn daarbij de grote issues. Foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Hoogleraar Victimologie Jan van Dijk heeft gisteren een opvallend onderzoek gepresenteerd. Landen als Polen en Bulgarije, staat erin, halen op het gebied van criminaliteitsbestrijding hun achterstand snel in. In Nederland, staat er ook in, is de criminaliteit de afgelopen tien jaar terug gelopen, tot het niveau van eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Toch zit Nederland in de topvijf van Europese landen met de hoogste criminaliteit.

Jan van Dijk, voormalig directeur van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie, is tegenwoordig verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij begon dit soort vergelijkend onderzoek vijfentwintig jaar geleden.

Basis voor The Burden of crime in the EU zijn niet politiestatistieken, maar enquêtes onder de bevolking. Die worden uitgevoerd door het Amerikaanse enquêtebureau Gallup Europe.

De resultaten van het onderzoek wijken af van de beeldvorming. In Polen bijvoorbeeld, is de kans slachtoffer te worden van geweldscriminaliteit lager dan in Nederland – en nagenoeg vergelijkbaar met de situatie in Duitsland en Zweden. Landen als Spanje, Portugal, Frankrijk en Hongarije zijn wat crimineel geweld betreft het veiligst.

Roemenië of Bulgarije staan in de West-Europese beeldvorming te boek als roverstaten. Uit uw onderzoek komt iets anders naar voren.

„Polen is op het gebied van criminaliteit en het risico daar slachtoffer van te worden, bijna een Europees land. Ze hebben hun achterstand razendsnel ingelopen. Maar ook in Bulgarije is het niveau van de criminaliteit niet hoger dan het Europese gemiddelde.

Mijn Poolse collega wijt de vertraging die publicatie van The burden of crime heeft opgelopen, aan het verschil tussen beeldvorming en praktijk. De Europese Commissie heeft publicatie een jaar lang weten te voorkomen. De resultaten passen namelijk niet in de EU-politiek jegens landen als Polen en Bulgarije, van hameren op hervormingen en criminaliteitsbestrijding.”

Nederland staat in de topvijf van Europese landen met de hoogste criminaliteitscijfers en de risico’s voor burgers om daar slachtoffer van te worden. Hoe komt dat?

„Net als elders in Europa is ook in Nederland de criminaliteit gedaald, na een piek in de cijfers in 1996. We zijn nu terug op het niveau van twintig jaar geleden.

Dat komt niet overeen met de beeldvorming. Maar blijkbaar kost het jaren voordat mensen beseffen dat het aantal vrienden en bekenden waar is ingebroken, daadwerkelijk is afgenomen. Tegelijk vertroebelt het opblazen van incidenten door de media het zicht op de werkelijkheid.

Er zijn wel verklaringen voor het feit dat Nederland mét Groot-Brittannië en Ierland in de Europese top zit, als het om criminaliteitscijfers gaat – en dan vooral geweldsmisdrijven. Duidelijk is dat hoge criminaliteitscijfers niet het gevolg zijn van armoede of gebrek aan welzijn.

Leeftijdsopbouw van de bevolking en de mate van verstedelijking zijn wél indicatoren. Net als alcoholgebruik onder jongeren, sommige vormen van vermogenscriminaliteit en drugsconsumptie. Maar er is geen sluitende, perfecte verklaring, waarom Nederland zo hoog op de criminaliteitslijsten staat.”

Als het gaat om politieke en ambtelijke integriteit, scoort Nederland in het onderzoek juist heel goed. Daar heeft het criminele klimaat in Nederland nauwelijks vat op?

„Als het om de integriteit van de overheid gaat, bevindt Nederland zich mét de Scandinavische landen en Groot-Brittannië op een luxueus eiland. Anders dan in mediterrane landen, bestaat hier een professionele cultuur van integriteit, die over een lange periode gevormd is.

Ook Transparancy International komt jaarlijks met metingen over integriteit, maar dan gebaseerd op percepties van mensen. Wij hebben mensen gevráágd of zij te maken hebben gehad met ambtenaren die geld of gunsten wilden hebben.

Onderzoek in Bulgarije bijvoorbeeld, heeft uitgewezen dat daar percepties bestaan over de corruptiegevoeligheid van ambteren: die zou hoog zijn. Onder druk van Brussel is daar nu veel aandacht voor, vooral in de media. In werkelijkheid is de corruptie in Bulgarije de afgelopen jaren gedaald. Maar niet in de beeldvorming.”

De stiekeme vormen van overheidscorruptie, zoals in Nederland met de bouwfraude, legt dit soort onderzoek niet bloot. Niemand geeft toch aan dat hij omkoopt of wordt omgekocht?

„De bouwfraude heeft Nederland internationaal gezien een slechtere positie bezorgd. Maar wij komen die trend in onze onderzoeken niet tegen, in ieder geval niet als het gaat om kleine, veel voorkomende corruptie op laag ambtelijk niveau.

Het kan natuurlijk zijn dat corruptie in Nederland zich op een hoger, vertrouwelijk niveau afspeelt. Als dat het geval is, kom je dat via ons onderzoek niet aan de weet. Corruptie op het niveau van de regering, zoals in Italië, kun je niet meten via een bevolkingsenquête. Je kunt hoogstens veronderstellen dat er een relatie is tussen criminaliteit onderaan de trap en daarboven.”

Wat vind u zelf een opmerkelijke constatering in dit onderzoek?

„In landen met veel aandacht voor de positie van slachtoffers, zoals Nederland en Groot-Brittannië, is de tevredenheid gedaald over de manier waarop de politie omgaat met slachtoffers. Dat is heel frappant.

Als je de Nederlandse politiemonitors bekijkt, zie je die verslechtering ook. Alleen wordt daar niet mee te koop gelopen. Wij hebben als verklaring dat in landen waar geen georganiseerde slachtofferhulp bestaat, zoals Denemarken, politieagenten het gevoel hebben dat zíj daar dan iets aan moeten doen.

In Nederland en Engeland heeft de politie het idee ze er geen prioriteit aan hoeft te geven: er zijn immers slachtofferhulporganisaties. Mij lijkt dat een ongewenste ontwikkeling. We moeten erop letten dat we niet met de ene hand afbouwen wat de met de andere hand hebben opgebouwd.”

Het hele rapport ‘The burden of crime in the EU’ is te lezen via: www.nrc.nl/binnenland