Na vingerafdruk kan asielzoeker weer naar huis

De identiteit van asielzoekers wordt sinds vorige week gecontroleerd met biometrie. De rijen zijn korter, maar niet iedereen is blij met de vernieuwing.

Scanner COA (Foto Elri van Dijk) Dijk, Elri van

Vier koppels wachten rustig bij het meldpunt Rotterdam Rijnmond van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Ze praten zachtjes. Een voor een lopen ze naar een apparaat en leggen een vinger op een scanner. Vervolgens verlaten ze het gebouw of gaan ze naar een van de balies van het COA of de Vreemdelingenpolitie.

Veel van deze asielzoekers verblijven meer dan tien jaar in Nederland. Wekelijks moeten ze zich melden. Vroeger gebeurde dat aan de balie met een groene kaart die werd afgestempeld, tegenwoordig gaat dat via biometrie. Hierbij wordt door het COA gekeken naar vingerafdrukken. Biometrie is ook mogelijk met andere lichaamskenmerken, zoals een iris- of gelaatsscan zijn.

Vorige week tekenden het COA, de Vreemdelingenpolitie en het ministerie van Justitie een landelijke samenwerkingsovereenkomst over de invoering van biometrische verificatie. De nieuwe techniek levert veel voordelen op. Zo kan identiteitsfraude beter worden tegengegaan en hoeven asielzoekers minder lang in de rij te staan.

De vreemdelingenopvang is een van de eerste sectoren in Nederland die gebruik maakt van een biometrische toepassing. Alle 55 locaties van het COA zijn uitgerust met een apparaat dat vingerafdrukken scant. Nurten Albayrak-Temur, algemeen directeur van het COA, is tevreden met de primeur, maar dat is volgens haar geen doel op zich.

Van iedereen die in Nederland asiel aanvraagt, wordt een vingerafdruk afgenomen. De afdrukken worden bewaard in de landelijke database Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV), die toegankelijk is voor COA en Vreemdelingenpolitie. Ook asielzoekers die al langer in Nederland verblijven en die door het COA worden opgevangen, moesten opnieuw vingerafdrukken laten afnemen.

Voorheen moesten asielzoekers zich elke week melden bij zowel de Vreemdelingenpolitie als het COA. Aan de hand van pasfoto’s werd gekeken of de goede persoon aanwezig was. Nu krijgt iedere asielzoeker een kaart met een persoonsgebonden nummer. De kaart wordt in de biometrische toepassing bij een van de COA-meldpunten gestoken en de asielzoeker moet een van de wijs- of middelvingers opleggen. Deze vingerafdruk wordt gescand en vergeleken met de afdruk in de database. Als de identiteit is vastgesteld verschijnt er een groen vinkje op het scherm en de persoon mag weer naar huis. Als iemand nog iets moet regelen dan wordt de pas ingenomen en verschijnt er een bericht dat hij of zij naar de balie van het COA of de Vreemdelingenpolitie moet gaan.

De nieuwe techniek lijkt voordelig voor asielzoekers, want ze hoeven zich alleen nog te melden bij het COA en de rijen zijn korter. Toch levert een kleine rondvraag bij het meldpunt Rotterdam Rijnmond gemengde reacties op. De meeste asielzoekers zijn blij dat ze minder lang hoeven te wachten, maar desalniettemin neemt de nieuwe toepassing de ongemakken van de wekelijkse meldplicht niet weg. Ook zijn er enkele asielzoekers die liever in de rij voor de balie staan. Door het afnemen van vingerafdrukken voelen ze zich behandeld als criminelen. Bij sommigen gaat er ook wel eens wat mis, als ze bijvoorbeeld te langzaam hun vinger opleggen. Dan slikt het apparaat de pas in. In zo’n geval moet iemand naar de balie, waar hij of zij alsnog wordt gecontroleerd. Asielzoekers die om genetische redenen slechte vingerafdrukken afgeven of die een aantal vingers missen, worden ook direct aan de balie geholpen.

Of het nieuwe systeem helemaal waterdicht is? Volgens hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen Bart Jacobs, is het in principe een betrouwbaar systeem, maar fraude is nooit helemaal uitgesloten. „Als iemand een kopje koffie drinkt, dan laat hij een vingerafdruk achter. Die print kan er af worden gehaald en over worden gebracht op een velletje siliconen. Daarmee kan alsnog gefraudeerd worden. Maar met biometrie maak je het fraudeurs een stuk moeilijker.”