Kannibalisme zit kip in de genen

De sociale vaardigheid bij kippen is genetisch bepaald.

Door een ‘lieve’ kip te fokken, komt doodpikken veel minder vaak voor.

Kippenfokkers hebben door selectie in één generatie, de sterfte door pikken met eenderde verminderd. A chicken looks toward an egg in a chicken farm outside Jakarta on February 11, 2004. [Indonesia has suspended poultry import from the United States after an outbreak of a mild strain of bird flu there, an official said on Wednesday.] Reuters

Wageningse onderzoekers ontdekten dat sociale vaardigheid bij kippen grotendeels genetisch is bepaald. Dat opende de weg om een kip te fokken die vriendelijker is voor soortgenoten. Daarmee zou er een einde kunnen komen aan het verenpikken, dat een serieus probleem is in de pluimveehouderij. Zonder maatregelen – zoals het wegbranden van de snavelpunt – pikken sommige vogels elkaar letterlijk dood.

De onderzoekers presenteren hun resultaten in twee lijvige artikelen in het januarinummer van het Amerikaanse vakblad Genetics. In het eerste artikel beschrijven zij hun nieuwe methode en in het tweede toetsen ze die aan de praktijk in een experiment bij legkippen, dat zij uitvoerden in samenwerking met het kippenfokbedrijf Hendrix Genetics in Boxmeer.

Het fokken van landbouwhuisdieren was tot nu toe vooral gericht op het verbeteren van kenmerken van het individuele dier, zoals een verbeterde vleeskwaliteit of een hogere ziekteresistentie.

Piter Bijma van de leerstoelgroep Fokkerij en Genetica van Wageningen Universiteit, eerste auteur van beide artikelen, legt uit dat hij en zijn collega’s nu een stap verder gaan door niet te kijken naar het individuele dier maar naar de populatie als geheel.

Dat kan heel goed, want sociaal gedrag is per definitie van invloed op andere, zegt Bijma. „Tweederde van de totale erfelijke aanleg van sociaal gedrag wordt zichtbaar voor de hokgenoten.” Dat biedt grote voordelen, aldus Bijma. „Wij bekijken het effect van sociaal gedrag op hokgenoten, dat is veel makkelijker dan het individuele gedrag van een legkip bestuderen. Het gaat om het eindresultaat, en omdat we met grote aantallen werken, kunnen we dat meteen met een statistische methode wegen.” In het onderzoek keken de Wageningers bijvoorbeeld niet naar het gedrag van de kip, maar alleen naar de totale voortijdige sterfte.

In het eerste experiment bleek de methode uiterst succesvol. „De sterfte nam in één generatie al met eenderde af. Dat is voor fokkerijbegrippen heel veel. Hendrix gaat deze methode waarschijnlijk meer toepassen.” De vermindering van agressie door selectieve fok komt zeker ten goede aan het welzijn en de gezondheid van de legkippen. Met ‘lieve’ kippen hebben pluimveehouders ook minder uitval.

Bijma verwacht dat goede resultaten kunnen worden bereikt in de varkensfokkerij, waar socialiteit van dieren ook een grote rol speelt. Het genetische model van Bijma cum suis heeft overigens een bredere geldigheid. „Het is niet alleen van toepassing in de veeteelt, maar ook in natuurlijke dierenpopulaties en zelfs bij planten. Bij die laatste gaat het natuurlijk niet om de invloed van sociaal gedrag, maar wel over hoe naburige planten elkaar beïnvloeden.”

De onderzoekers wagen zich in het artikel ook even aan speculatie, namelijk dat met de kennis van de genetische achtergrond van agressiviteit ook nieuwe soorten als landbouwhuisdier kunnen worden ingezet. „Agressie is een van de grootste problemen bij domesticatie.”

Deense onderzoekers werken al met het model om te proberen agressie bij nertsen te verminderen. Bijma: „Of dat wat gaat opleveren is onzeker, want nertsenfokkers hebben al eerder geprobeerd minder agressieve dieren te kweken. Maar dat ging gepaard met verkleuringen in de vacht en daar gaat het nou juist om in die branche.”