Kabinet stimuleert cultuur amateurs

Voor cultuur en monumenten trekt het kabinet de komende jaren 100 miljoen euro per jaar extra uit. Dit staat in het concept-regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie. Tegelijkertijd moet door de invoering van het ‘profijtbeginsel’ in de kunst- en cultuursector 50 miljoen euro worden bezuinigd, blijkt uit het financiële kader.

„Een geboortehikje”, noemt directeur Bert Holvast van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen deze combinatie van extra uitgaven en bezuinigingen. „De amateurkunsten en de kunsteducatie krijgen er geld bij, terwijl de meer ‘elitaire’ kunstinstellingen zoals musea waarschijnlijk moeten inleveren. Dat is de onderliggende ideologie die ik proef.”

In het concept-regeerakkoord schrijven de onderhandelaars: „Cultuurbeleid draagt bij aan sociale samenhang en aan een vitale economie.” Om die reden verhogen de regeringspartijen de uitgaven. Daarmee wordt de ‘cultuurparticipatie’ gestimuleerd, zodat meer jongeren en allochtonen in aanraking komen met in het bijzonder musea.

Een ander doel van het extra geld is de stimulering van amateurkunst en volkscultuur: „De overheid draagt daadwerkelijk zorg voor behoud van (religieus-) cultureel erfgoed.”

Het kabinet hoopt structureel te bezuinigingen door het ‘profijtbeginsel’, dat overigens niet wordt toegelicht. „Dan moet je waarschijnlijk denken aan de nu al bestaande verplichting van culturele instellingen om vijftien procent van de inkomsten zelf te generen”, zegt Holvast: „Het is natuurlijk mogelijk om dat percentage te verhogen, maar dat zal leiden tot hogere entreeprijzen bij de kassa.”