Inspecteur-generaal goed voor AIVD

De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een reden van aanhoudende zorg. Waarom schrikt de minister terug voor een interne waakhond?

Net zoals over zijn voorganger de BVD wordt over de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) vaak een beetje lacherig gedaan. Daar is geen enkele reden toe, want de dienst beschikt over bevoegdheden die diep ingrijpen in de burgerlijke vrijheden. Volgens sommige insiders doet de AIVD het trouwens helemaal niet zo slecht als de recente opwinding over uitgelekte dossiers zou doen vermoeden. Wel valt er het nodige te verbeteren, constateerde de commissie-Havermans die in 2004 de AIVD evalueerde. Zij deed maar liefst 52 aanbevelingen waarvan het kabinet er 50 overnam.

Toch ontbreekt er iets onder het hoofdje „versterking van de controle op organisatie en functioneren van de AIVD”: een inspecteur-generaal. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van 2002 bracht, behalve een serie nieuwe bevoegdheden voor de spooks, een speciale Commissie van toezicht. Deze staat onder voorzitterschap van rechter Irene Michiels van Kessenich-Hoogendam en laat met enige regelmaat van zich horen. Onlangs nog weer in het geval van de klachten over mishandeling van gevangenen door Nederlandse inlichtingenfunctionarissen in Irak. Het is een commissie van drie buitenstaanders, die onafhankelijk is van regering en parlement, al is zij onderdeel van het systeem van democratische controle op de diensten (behalve de AIVD ook de militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst MIVD).

Na een kennelijk niet eenvoudige start – Michiels van Kessenich sprak tegenover de Staatscourant elegant van „verrijkende, interessante juridische discussies” – is er al snel „een bepaalde consensus” gegroeid. Toch mist er zoals gezegd nog een interne waakhond. De Commissie van Toezicht vroeg daar zelf om in het jaarverslag 2005-2006 naar aanleiding van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Deze had versterking van de controle juist toebedacht aan de Commissie van Toezicht. Maar deze mag alleen de rechtmatigheid van AIVD-optreden toetsen en niet de doelmatigheid. Voor een externe commissie is, ondanks ruime, wettelijk vastgelegde onderzoeksbevoegdheden, het eerste al een hele opgave maar het laatste helemaal. Ook al zijn de twee aspecten van het toezicht nooit helemaal te scheiden.

Een typerend voorbeeld is de bescherming van informanten door de AIVD. Dat is een wettelijke plicht, dus toetsbaar, maar nauw verbonden met de vraag of de dienst dat ook deugdelijk heeft aangepakt. Kan de dienst in bepaalde gevallen niet met minder ingrijpende methoden volstaan is een andere toetsteen van de wettelijk geregelde controle op de AIVD die onvermijdelijk leidt tot doelmatigheidsvragen. De commissie is duidelijk niet van plan deze kwesties uit de weg te gaan, maar moest toch vaststellen dat haar taak primair „op het juridische vlak” ligt.

Hier komt de inspecteur-generaal in beeld. Niet als vervanging van de Commissie van Toezicht maar als aanvulling en versterking. In de Verenigde Staten werd in 1953 al een inspecteur-generaal bij de CIA aangesteld die operaties tegen het licht kan houden, vaak (maar niet noodzakelijk) een oude rot in het vak. Een belangrijk kenmerk van zijn positie is onbeperkte toegang tot de directeur van de CIA om hem bij de les te houden. Ook Canada heeft zo’n functie ingevoerd, evenals Australië.

De titel inspecteur-generaal wekt al snel associaties met Gogols gelijknamige komedie of de latere versie met de Amerikaanse filmkomiek Danny Kaye, die voornamelijk goed zijn voor een glimlach. Toch kan de Commissie van Toezicht best een steuntje gebruiken. Al was het alleen omdat de AIVD een sterke groei doormaakt. Er moeten honderden nieuwe personeelsleden worden geworven. Zo’n grote instroom zet de kwaliteit van het werk extra onder druk. In het algemeen is het organiseren van tegenspraak een elementaire noodzaak voor een dienst die onvermijdelijk in het geheim opereert en extra vatbaar is voor blinde vlekken. Zoals een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, Fred Hirtz het uitdrukte: „absolute secrecy corrupts absolutely” – ook intern. Het is in zijn woorden altijd nodig „te kijken naar de donkere kant van de maan”.

Toch liet minister Remkes (Binnenlandse Zaken) op 14 december 2005 de Tweede Kamer kortweg weten „geen reden te zien nog een aparte instantie zoals een inspecteur-generaal toe te voegen aan het stelsel van democratische controle”.

De verantwoordelijke bewindsman heeft echter wel degelijk een goede reden daar werk van te maken. Er komen heel wat vragen over de AIVD op hem af. Voor de antwoorden is zijn departement veelal afhankelijk van wat de leiding van de dienst aanlevert. Het kan ook voor de minister geen kwaad als een paar extra ogen daar naar kijken.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.kuitenbrouwer@nrc.nl