Expeditie (2)

„Geen tijd?” vroeg ik.

Mijn vrouw knikte gedecideerd. Wilden we nog vandaag de ontdekkingsreis naar ver afgelegen koninklijke domeinen voltooien, dan was opschieten geboden. Maar ik stond opeens midden in Wassenaar, en ik wilde liever die zijstraat (zijlaan, pardon) inslaan, en nóg een zijlaan om al die mooie villaatjes en landgoedjes te bekijken.

Beschouw het maar als een zelfpijnigend onderzoek naar gemiste kansen onder het motto: hoe had mijn leven anders kunnen lopen als ik meer talent had gehad, of (maar dit dacht ik niet hardop) een vrouw van rijkere komaf?

De omweg kostte ons een fors uur, maar daarna wist ik ook precies wát ik gemist had – en wat ik ook nooit meer zou krijgen.

Kwam het misschien ook daardoor dat de voortzetting van de tocht opeens fysiek zwaarder begon te wegen? Ik houd van lopen, maar twee, drie uur lang – dat vind ik eigenlijk lang genoeg. Daarna begint naast de vermoeidheid een zekere verveling in te treden. Alsmaar dat ene been voor het andere zetten, en daarna het andere voor het ene, het blijft een eenzijdige vorm van vrijetijdsbesteding.

Gelukkig kan een interessant doel mij lang op de been houden, en daar was op deze mooie winterdag duidelijk sprake van: Villa Eikenhorst op het Koninklijk Landgoed de Horsten, waar kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima verblijven (ook een vrouw kan, zoals bekend, haar leven dankzij bepaalde keuzes anders laten lopen).

Ik herinnerde me dat prinses Christina om deze villa te kunnen bouwen het bestemmingsplan aan haar koninklijke laars had gelapt. Daarna ging ze er met de altijd vaag glimlachende Jorge Guillermo wonen, totdat die opeens besefte dat er ook grenzen zijn aan de manier waarop je je leven totaal anders wilt laten lopen.

Waar waren we?

Inmiddels buiten Wassenaar, tussen stille weidelanden. Een blik op de kaart leerde ons dat we met een strakke, horizontale, bijna militaire manoeuvre via de bossen konden doorsteken naar Villa Eikenhorst. Kwartiertje lopen, hooguit.

Maar toen kwam de Onvermijdelijke Onaangename Verrassing, overigens typerend voor élke lange tocht. Bij de ingang van het bos stond een bordje ‘Verboden toegang’. Christina, Willem-Alexander en Máxima wilden niet dat twee landgenoten van respectabele leeftijd hun wandeling aanzienlijk konden bekorten. Zij zeiden: lopen jullie maar rustig zes kilometer om, dat kunnen die ouwe knoken er nog wel bij hebben.

Wij deden wat van ons geëist werd – maar knarsetandend.

Pas tegen het invallen van de schemering bereikten we Villa Eikenhorst. Althans, we zagen in de verte de bovenkant van een woning die de Eikenhorst kon zijn – wel móést zijn, want er stond een vlag op het dak en bij een poort hingen enkele bewakers.

„Dat is de voorkant”, zei ik.

„Nee, de achterkant”, zei mijn vrouw.

Vervolgens zagen we ook nog iets dat op de zijkant leek. Voor de rest: hekken en water, tegenwoordig kennelijk dé natuurlijke omgeving van de koninklijke persoon.

Daarna was het nog maar vier kilometer lopen, in de duisternis, naar station Voorschoten.