Etensgeur brengt dood dichterbij

Een caloriearm dieet, dat gewoonlijk het leven verlengt, werkt niet wanneer het eten wel te ruiken is. Dat hebben Amerikaanse biologen gezien bij vrouwelijke fruitvliegen.

De uitkomsten passen volgens de genetici in de evolutionaire theorie dat de overlevings- en voortplantingskansen van een diersoort de gemiddelde levensduur bepalen. Als er veel voedsel beschikbaar is, kiest het dier voor een snel leven en een vroege dood. Als de omstandigheden juist ongunstig zijn, stelt het de veroudering uit. Nu blijkt dat alleen al de geurwaarneming van voedsel voldoende is om de strategie te wijzigen.

Bij muizen, wormen en fruitvliegen is de afgelopen jaren gebleken dat een dieet met zeer weinig calorieën de levensduur verlengt. Fruitvliegen waarvan het eten uit slechts 5 procent gist en suiker bestaat, leven bijna tien dagen langer dan doorvoede soortgenoten. Dat is een flink verschil, aangezien het volwassen leven van fruitvliegen doorgaans zes tot acht weken telt.

De Amerikanen, bijna allen werkzaam in Houston, toonden vrijdag in het tijdschrift Science bij vrouwelijke fruitvliegen aan dat de geur van gist die levensverlenging deels weer ongedaan maakt. Het verschil bedraagt enkele dagen, en wordt niet veroorzaakt doordat de geur de diëtende vliegen stimuleert om meer te eten. Voor fruitvliegen die wél de beschikking hadden over voldoende voedsel, maakt het niet uit of ze bovendien gist ruiken. Experimenten met fruitvliegmannetjes noemen de onderzoekers niet.

Een controle-experiment met genetisch gemanipuleerde vliegen bevestigde de rol van geur. Vliegen waarvan de ‘neus’ door een mutatie niet aansluit op de hersenen, leven ook langer dan normaal als ze wél voldoende eten. Gaan de mutante vliegen bovendien op dieet, dan leven ze nog langer. Het laat zien dat het effect van dieet op de levensduur deels afhangt van de geur, en deels van het eten zelf.

Het effect van een defecte geurwaarneming op levensduur was het duidelijkst bij vrouwelijke vliegen. Die langlevende gemanipuleerde vrouwtjes zaten, zoals verwacht, fysiologisch anders in elkaar dan niet-gemuteerde soortgenoten. Ze waren langer bestand tegen een overmaat aan zuurstof, stierven niet zo gauw aan uithongering, en sloegen meer vetten op.

Genetici uit San Francisco zagen drie jaar geleden een vergelijkbaar effect bij de minuscule worm Caenorhabditis elegans. Die leeft langer als zijn reukzenuwen met een laser kapot gemaakt worden.