‘De shi’ieten zijn onze vijanden geworden’

Net als in Irak groeien in Libanon de tegenstellingen tussen sunnitische en shi’itische moslims. Veel sunnieten maken zich zorgen. Zij zien het groeiende zelfvertrouwen van Iran en het Libanese Hezbollah.

Een voor een wandelen sunnitische geestelijken de grote zaal van hun hoofdkwartier in de Libanese hoofdstad Beiroet binnen. Ze slaan elkaar op de schouders, schudden handen, en lachen als ze bevriende collega’s ontwaren in de menigte witte tulbanden. Maar dit is geen gezellige bijeenkomst. De geestelijken houden spoedberaad, want het gaat niet goed. Niet in Libanon en niet met de eenheid binnen de islam. Dat komt wat hen betreft door de groeiende zelfverzekerdheid van de shi’itische minderheid.

Gezeten onder een met mozaïek ingelegd plafond in Dar al-Fatwa, het Huis van de Fatwa, luisteren de geestelijken naar hun leider, Groot-Mufti sjeik Mohamad Rachid Kabani. De journalisten worden naar buiten gestuurd, maar als de deuren dichtgaan is nog net het begin van zijn toespraak hoorbaar. „We staan op een kritiek kruispunt”, zegt Kabani.

Net als in Irak groeit in Libanon de kloof tussen sunnieten en shi’ieten. De laatste stroming vormt slechts 10 procent van de moslims wereldwijd, maar haar zelfvertrouwen groeit. Shi’itisch Iran is een regionale macht geworden, in Irak sturen de shi’ieten na decennia van onderdrukking de regering én sommige doodseskaders aan. In Libanon probeert Hezbollah samen met een aantal christelijke partijen de pro-westerse en deels sunnitische regering ten val te brengen. Tien dagen geleden kwam het tot spontane rellen in Beiroet tussen sunnieten en shi’ieten. Er vielen vier doden.

Maar de huidige onbalans tussen de twee belangrijkste stromingen in de islam heeft diepere wortels in Libanon. Geschiedenis, klassenstrijd en nieuwe internationale verhoudingen spelen een belangrijke rol. Wat de aanleiding ook is, veel Libanese sunnieten voelen zich bedreigd.

„Wij verdenken Iran van een groot regionaal project”, zegt Ahmad al-Ledan, een sunnitische voorganger die les geeft op de ‘universiteit’ van de Dar al-Fatwa na de bijeenkomst. „Daarnaast financiert Iran instituten die sunnieten proberen te bekeren tot het shi’isme.” Dit is vorige week overigens stellig ontkend door Hassan Nasrallah, leider van Hezbollah. Hij zei dat het voor shi’ieten makkelijker zou zijn om meer kinderen te maken dan een paar honderd sunnieten te bekeren.

De problemen zijn niet nieuw, legt Ledan uit. Hij geeft voorbeelden van incidenten tussen sunnieten en shi’ieten in de afgelopen duizend jaar. „Wat we nu meemaken heeft zijn wortels in de geschiedenis. Maar feit is dat we de afgelopen tijd in vrede leefden tot de Iraanse revolutie van 1979. En na de oorlog in Irak is Iran veel sterker geworden.”

Later geeft Groot-Mufti Kabani een harde verklaring af waarin de sunnitische geestelijken verklaren zeer bezorgd te zijn over de internationale situatie. Wat betreft Libanon eisen ze dat de demonstranten van de oppositie (voornamelijk leden van Hezbollah en de christelijke aanhangers van ex-generaal Aouns Vrije Patriottische Beweging) hun protestkamp in het centrum afbreken. Ten slotte geven de geestelijken een fatwa, religieus decreet, uit tegen het gebruik van geweld.

Dat komt te laat wat betreft de sunnitische makelaar en woningverhuurder Mohammad al-Souroushi (63). Tien dagen geleden moest hij zich een weg banen langs brandende auto’s, vechtende jongeren en scherpschutters om zijn jongste dochter uit het nabijgelegen universiteitsgebouw te redden. Een ruzie op de Beirut Arab University ontaardde in de ergste rellen sinds tijden, waarbij shi’ieten en sunnieten in de hele stad elkaars wijken en straten binnentrokken.

„Het was pure agressie”, zegt Souroushi zacht. „Zij kwamen onze wijk binnen. De shi’ieten zijn onze vijanden geworden.” De shi’ieten zeggen het tegenovergestelde. Nu is het weer rustig in de buurt, al zijn autowrakken nog niet opgeruimd. Onder de glazen plaat op zijn bureau ligt een zwart-wit foto van de jonge Souroushi in zwembroek. In die tijd vormden de Libanese shi’ieten de onderklasse in Libanon. „Zij waren de werkers en wij de middenklasse. Shi’ieten hadden geen interesse in het bestuur”, herinnert hij zich. „Nu voelen ze zich de alleenheersers in dit land.”

Vertegenwoordigers van beide groepen in Libanon polariseren de situatie door elkaar ervan te beschuldigen te werken voor buitenlandse meesters. De sunnitisch/christelijke regering wordt door de oppositie bestempeld als „pro-zionistisch en pro-Amerikaans”. De shi’itisch/christelijke oppositie wordt door de regering uitgemaakt voor „Iraanse en Syrische agenten”.

„Kijk, er zijn ook veel goede shi’ieten”, zegt parlementslid Ahmad Houri, van de sunnitische Toekomst-beweging, met een lachje. „Degenen die hun verstand gebruiken zijn voor ons, en kiezen alleen voor Libanon”, zegt Houri in zijn overdadig gemeubileerde woonkamer. De moordaanslag op de sunnitische ex-premier Rafiq Hariri, 14 februari 2005, gaf de sunnieten een martelaar, een volksbeweging die de Syrische overheersers vreedzaam verdreef en een tijdlang het recht te bepalen wie of wat Libanees is. Maar in een land met 18 verschillende religies en sekten, is de term ‘Libanees’ niet vastomlijnd.

„Libanon eerst, is onze leus”, zegt Houri. „Maar Hezbollah en veel shi’ieten luisteren alleen naar Iran”, vervolgt hij. Hezbollah ontkent dat en doet er alles aan zich als Libanese organisatie te presenteren. „Maar hun geestelijk leider is en blijft de Iraanse Opperste Leider Ali Khamenei”, meent Houri. Hierdoor „hebben ze andere ideeën. En wij sunnieten geloven in een directe relatie met God, terwijl de shi’ieten precies volgen wat hun geestelijken zeggen.” Hij verwacht „nog veel doden” in Libanon. „Maar uiteindelijk zijn dit slechts groeipijnen nadat we ons hebben ontworsteld aan het juk van de Syriërs.”

Op wat opgeschoten jongeren na hebben maar zeer weinig Libanezen zin in meer geweld. „Ik heb zes oorlogen meegemaakt. Dat is echt genoeg voor een mensenleven”, zegt Houri.

Maar de verwijdering tussen de verschillende sekten is er sinds de onlusten tussen shi’ieten en sunnieten wel groter op geworden. Bij woningverhuurder Souroushi verraden de bossen sleutels aan de muur dat hij met leegstand kampt. „Maar ik zou nooit aan shi’ieten verhuren. Deze wijk moet sunnitisch blijven”, zegt hij stellig. „Shi’ieten gedragen zich niet, dat is weer pijnlijk duidelijk geworden.”