Bush en de bomen

623 miljard dollar, zo veel vraagt de Amerikaanse president Bush het Congres voor de defensiebegroting in het fiscale jaar 2008. Dat is in nominale termen het grootste jaarlijkse bedrag voor defensie ooit. Toch gaat de begroting, die gisteren door het Witte Huis werd gepresenteerd, uit van een geleidelijke verbetering, die moet uitmonden in een overschot per 2012.

Zo’n verbetering is hard nodig. In 2000, aan het eind van het tijdperk-Clinton, hadden de Verenigde Staten nog een overschot van 1,6 procent. Vier jaar onder Bush resulteerden, volgens internationale normen berekend, in 2004 in een tekort van 4,6 procent. Dat negatieve saldo is sindsdien verminderd, maar wel tegen een achtergrond van een aanhoudende, zeer gunstige economische groei. Het plan dat het Witte Huis nu voor de eerstvolgende vier begrotingsjaren presenteert is haalbaar, maar enkel onder de meest gunstige omstandigheden. Zo wordt vanaf 2009 niet meer gerekend met kosten van de oorlog in Irak, terwijl het nog zeer de vraag is of de VS er dan al weg zijn. Zelfs een terugtrekking is uitermate duur voor een oorlog die op dit moment volgens de Irak Studie Groep van oud-minister James Baker acht miljard dollar per maand kost.

Waarom zou Europa zich druk maken over de Amerikaanse overheidsfinanciën? De eurolanden houden elkaars begrotingen nauwlettend in de gaten. Dat is niet zonder reden: de intrinsieke waarde en de statuur van de gemeenschappelijke munt worden uitgehold als één van de deelnemers zijn tekorten uit de hand laat lopen. In groter verband gaat die lotsverbondenheid eveneens op. De Verenigde Staten hebben een zodanig groot tekort op hun betalingsbalans dat de wereldeconomie erdoor uit evenwicht kan raken. Dit tekort wordt veroorzaakt door onvoldoende besparingen, tegenover de investeringen die in de VS worden gedaan. Het bedrijfsleven spaart wel, maar dat weegt niet op tegen de ontsparing door Amerikaanse burgers – die meer uitgeven dan zij verdienen – en door het tekort op de overheidsbegroting.

Voor de stabiliteit van de wereldeconomie en de gezondheid van de Amerikaanse dollar is een verbeterende Amerikaanse begroting dus van groot belang. Het ziet er echter niet naar uit dat dit in Washington als een prioriteit wordt ervaren. De financiële politiek van de regering-Bush lijkt er op gericht de inspanningen in Irak te financieren zonder de belasting openlijk te hoeven verhogen. In tegendeel: de lastenverlichtingen, die door Bush worden geschaard onder zijn grootste verworvenheden, moeten in 2010 permanent worden. Het begrotingsplan is daar dan ook op gericht. Maar zal deze eenzijdige begroting ongeschonden door het door de Democraten beheerste Congres komen? Dat is vrijwel zeker niet het geval.

Het eerste zuchtje economische tegenwind, een langer verblijf in Irak en aanvullende eisen van het Congres dreigen de Amerikaanse overheidsfinanciën te laten ontsporen – of in ieder geval niet structureel te verbeteren. Dat raakt niet alleen de burgers in het land, maar ook alle Amerikaanse partners – en zeker de Europese.