Bezoek Albert aan Congo verdeelt België

Opnieuw is het Belgische koningshuis onderwerp van een politieke discussie. Hoofdpersoon is ditmaal koning Albert. De vraag of hij een bezoek mag brengen aan de voormalige Belgische kolonie Congo heeft voor grote verdeeldheid gezorgd in de regering.

Met zo’n bezoek zou Albert in de voetsporen treden van zijn broer, wijlen koning Boudewijn, die diverse keren naar Congo reisde. Achteraf is Boudewijn wel verweten dat hij daarmee het corrupte regime van Mobutu heeft gelegitimeerd. Tegenstanders van een koninklijk bezoek vinden dat de democratie in Congo moet rijpen voordat koning Albert mag afreizen. Vorig jaar werden er voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1960 democratische verkiezingen gehouden in Congo.

Met name de SP.A, de Vlaamse socialisten, zijn tegen. „Wij vinden dat we beter wachten zolang er geen garanties zijn voor goed bestuur in Congo”, zei fractievoorzitter Dirk Van der Maelen dit weekeinde. „Een koninklijk bezoek is symbolisch belangrijk en zal door het regime worden aangegrepen als bewijs dat België achter president Joseph Kabila staat.” Premier Verhofstadt daarentegen zou warm voorstander zijn van de reis.

Koning Albert, die populair is bij zowel Franstaligen als Vlamingen, speelt zelf geen rol in de discussie. Er is geen sprake van een nieuwe ruzie tussen Franstalige en Vlaamse politici. Wel zijn de meest uitgesproken voorstanders van een bezoek te vinden bij de Franstalige liberale MR. Gisteren mengde ook Louis Michel, Europees commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking en lid van de MR, zich in de discussie. Hij verweet de socialisten „paternalisme en neokolonialisme”.

Minster De Gucht van Buitenlandse Zaken had zich eerder al boos gemaakt op de socialisten. „Ik heb geen lessen in ethiek te ontvangen van een partij die dweept met Cuba”, zei hij.