Allerhande hippe types met geitenkazen

Al jaren woon ik een kwartier fietsen van de beroemde Amsterdamse bio-markt, maar ik was er nog nooit geweest. Met een vegetarische opvoeding ontwikkelt een mens namelijk een levenslange afkeer van gierst, onbespoten aubergines en mensen die hun boodschappen vervoeren in linnen tasjes met daarop de tekst ‘Mensen voor Bomen 1982’.

Er was een bezoek van een buitenstadse vriendin voor nodig om mij naar die markt te krijgen. Dat, en een reportage over de markt in een glossy blad, waar ik op foto’s allerhande hippe types met geitenkazen zag pronken die ‘alleen op die markt’ te krijgen waren.

Op de markt tierden de hippe types inderdaad welig. Je kon je kont niet keren of een hip type met baby-in-buidel was aan het betalen voor een exclusief oud kaasje van een Jersey-koe die graasde bij een boerderijtje in het allerverste puntje van de Achterhoek waar ze de boel bewust kleinschalig hielden. Op deze markt kreeg je dat hele verhaal over de bewust kleinschalige boer gratis bij elke aankoop. Hier geen luide marktmannen die ‘Mango’s, een eurootje, mango’s, een eurootje men-SUH!’ bulderden, maar ingetogen jongens met dreadlocks en etnische drukknopen in hun oor. Ik trof bij het afrekenen van een zak modderige (dus gezonde) spinazie zelfs een marktkoopman met Australisch accent. En Peruaanse trui.

Het nadeel – al was dat eigenlijk waar ik op afgekomen was – waren de hippe types. Bij elke kraam moesten deze mensen hun kennis van het bio-voedselgebeuren laten blijken. „Komen die pastinaken van boer Jos in Lunteren? O, lékker!” Ook werd er veel heen en weer opgeschept met aankopen: „Kijk, ik heb het laatste zakje van die heerlijke noten van boer Fruts uit Appelderga!” „O, maar ík heb net een heel zacht blauwaderkaasje ontdekt, van boer Frots uit Kniesterveen!”

Dezelfde hippe types hielden alle cafés in de wijde omtrek bezet met hun tassen vol blauwaderkaas. Daardoor belandden mijn vriendin en ik in het alleronhipste, dus rustigste, café. Daar troffen we zowaar enkele ouderwetse marktkoopmannen van de belendende, onbiologische markt. Deze mannen schreeuwden elkaar het nieuws uit De Telegraaf toe en dronken bier. De rest van de entourage bestond uit kettingrokende, geblondeerde marktvrouwen die tegen elkaar klaagden. De barkeepster ging rond met toastjes huzarensalade, de koffie was goor, en wij waren ineens zo tevreden als een Jersey-koe op een kleinschalige boerderij.