Zet het onderzoek door

Het is tegelijkertijd begrijpelijk en jammer dat een parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen twintig jaar nog niet zeker is. Begrijpelijk omdat zo’n initiatief de broze verhoudingen bij de kabinetsformatie kan verstoren. Jammer omdat grondige analyse van mislukkingen in het verleden hard nodig is. Het onderwijs is te belangrijk om over te laten aan het wereldje van koepelorganisaties, schoolbesturen en onderwijskundigen.

Het is opmerkelijk dat juist de PvdA-fractie in de Tweede Kamer een onderzoek voorstelde. De mislukte vernieuwingen zijn meestal juist van boven opgelegd door bevlogen bewindslieden van de PvdA met steun van andere partijen. Met dit initiatief kan de PvdA laten zien dat ze bereid is van de eigen fouten te leren. Kamerlid Mariëtte Hamer (PvdA) suggereerde ten onrechte dat de hervormingen ‘populair’ waren in de tijd dat ze werden doorgevoerd. Er was grote weerstand van scholen en leraren tegen de verplichte invoering van vijftien vakken in de eerste drie jaar van alle middelbare scholen (basisvorming) en tegen de samenvoeging van het vbo en de mavo in het vmbo. Op de invoering van het studiehuis, waarbij kennisoverdracht plaatsmaakte voor zelfstandig, competentiegericht leren en op de afschaffing van het fenomeen ‘pretpakket’ volgden demonstraties van scholieren op het Haagse Malieveld. De afgelopen weken protesteerden scholieren en studenten tegen slecht onderwijs met te weinig les.

De basisvorming is al deels teruggedraaid en de paar mavo’s die niet in het vmbo zijn opgegaan, krijgen veel toeloop. Er moet een punt worden gezet achter het voortwoekerende studiehuis. Het is verbazend waarom deze onbewezen experimentele methode halsoverkop door vrijwel alle scholen en hogescholen wordt ingevoerd, zodat ouders en leerlingen niet meer kunnen kiezen. Kennelijk durven schoolleiders de concurrentie met de volgens hen zo achterhaalde kennisoverdracht van het oude leren niet aan.

Het is waar dat het bedrijfsleven en het hoger onderwijs in het verleden om aangepaste vooropleidingen hebben gevraagd, maar ze zijn ontevreden over het resultaat. Vernieuwingen werden ook gebruikt om te bezuinigen, terwijl voor reorganisaties juist extra geld nodig is. De Nederlandse uitgaven voor onderwijs en onderzoek hangen onderaan in internationale vergelijkingen.

Het onderwijsbeleid slingert tussen uitersten. Als reactie op de vele hervormingen is de huidige minister, Van der Hoeven (CDA), naar de andere kant doorgeslagen door schooldirecties geheel vrij te laten met reorganisaties, ongeacht het resultaat. Toch hebben de overheid en haar onderwijsinspectie de grondwettelijke taak om de normen te handhaven en op te treden bij gebleken gebreken. Voor bewaking van de kwaliteit is geen hervorming nodig. De overheid geeft geen geld om scholen die vaak een lokaal monopolie hebben, vrij te laten experimenteren. Kamerleden horen voortaan het onderwijsbeleid kritisch te controleren. Als er een nieuw kabinet is, doet het parlement er goed aan zijn onderzoek door te zetten.