Voor spek en bonen

Een minister van heeft in de praktijk meer macht dan een minister voor. Rouvoet moet op zijn tellen passen.

Wordt het van of wordt het voor? Die vraag staat de komende dagen centraal bij de verdeling van de kabinetsposten. Het zal menigeen nog nooit zijn opgevallen, maar in Den Haag heb je bewindslieden van iets en bewindslieden voor iets. Dat is meer dan een taalkundig onderscheid. Een minister die van iets is, heeft een eigen portefeuille, met eigen geld en een eigen departement en ambtenaren. Een minister voor iets heeft dat niet. Die woont in bij een andere bewindspersoon.

De discussie is actueel omdat met name voorman André Rouvoet van de ChristenUnie op zijn tellen moet passen, zo wordt in Den Haag gezegd. Nu het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie op het punt staat openbaar te worden, komen de ‘poppetjes’ in beeld. Rouvoet krijgt naar verluidt de portefeuille Jeugd en Gezin, een portefeuille die ondergebracht wordt bij Volksgezondheid.

Daarmee zou het een voor-portefeuille worden en geen van-portefeuille, en dat betekent in de Haagse hiërarchie minder macht. De portefeuille is voor de ChristenUnie politiek gezien van groot belang, omdat de partij zich er de komende jaren goed mee kan onderscheiden.

‘Ministers voor’ zijn niet pas van de laatste jaren. In Paars I (1994-1998) was Jan Pronk (PvdA) minister vóór Ontwikkelingssamenwerking (ressorterend onder Buitenlandse Zaken), Joris Voorhoeve (VVD) was minister van Defensie en voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken.

In het tweede paarse kabinet maakte de eerste echte politieke ‘voor-minister’ zijn opwachting van wie werd gezegd dat hij minder macht had dan een ‘van-minister’: Dat was Roger van Boxtel (D66), minister zonder portefeuille, en vóór Grote Stedenbeleid en Integratie, ressorterend onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij werd pesterig minister voor spek en bonen genoemd.

In het vorige kabinet Balkenende waren er drie ministers vóór. Thom de Graaf (D66) was het voor Bestuurlijke Vernieuwing, Rita Verdonk (VVD) was voor Vreemdelingenbeleid en Integratie en Agnes van Ardenne (CDA) was minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Die laatste post zal nu ook weer terugkeren, is de verwachting. Vreemdelingenbeleid verdwijnt en daar komt het ministerschap voor Integratie en Wijkverbetering voor in de plaats. En in plaats van Bestuurlijke Vernieuwing dus Jeugd en Gezin. Aan Rouvoet de taak om te bewijzen dat een ministerschap vóór ook een succes kan worden. (EK)

Bijdragen: Harm van den Berg, Egbert Kalse en Guus Valk.