Storm in glas water

Stel dat uitgeverij Van Dale wél met een christelijke editie van een schoolwoordenboek was gekomen, was dit dan een primeur geweest?

Nee, het was een stap terug geweest, naar de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Of er toen algemeen verklarende woordenboeken verschenen met een christelijk accent, is mij niet bekend, maar het was de bloeitijd van het ‘verzuilde’ naslagwerk. In die jaren verschenen de eerste edities van de christelijke (lees: gereformeerde) en de katholieke encyclopedie, grote, geleerde werken, waarin de wereld werd verklaard op confessionele grondslag. Dergelijke verzuilde naslagwerken zouden tot aan ’t begin van de jaren zestig met grote regelmaat blijven verschijnen.

In het voorwoord van het bekendste schoolwoordenboek, vanaf 1897 samengesteld door M.J. Koenen, wordt benadrukt dat er geen woorden en uitdrukkingen zijn opgenomen „welke in de beschaafde spreek- en schrijftaal nooit gehoord worden”. Net als de meeste woordenboeken indertijd, wilde meester Koenen laten zien hoe het in theorie moest, niet hoe het in de praktijk was. Het zou maar liefst tot 1974 duren voordat J.B. Drewes woorden als kut, lul en neuken in ‘Koenen’ opnam – woorden die nu uit de Staphorst-Van Dale zouden zijn geschrapt.

Over de beslissing om toch geen christelijk schoolwoordenboek uit te brengen, zei directeur Herman Struijlaart tegen het Reformatorisch Dagblad: „We zien het zelf als een storm in een glas water. Wij vinden nog steeds dat onze onafhankelijkheid met de publicatie niet in het gedrang zou komen. Dat hadden we zelfs contractueel vastgelegd. Het beeld is echter ontstaan dat Van Dale zijn onafhankelijkheid verkwanselt. Dat willen we volstrekt niet. Daarom gaat de uitgave niet door.”

Was het inderdaad een storm in een glas water? Dat denk ik niet. Zo’n stormpje laat je uitklotsen om vervolgens door te stomen. Wie afhaakt bij een beetje tegenwind is een zoetwatermatroos.

In feite kon Van Dale niet anders. Het gaat hier niet alleen om beeldvorming, je geeft als woordenboekenmaker wel degelijk een deel van je onafhankelijkheid uit handen als je belanghebbenden een stem geeft in de selectie en definitie van woorden.

Laten we nog eens kijken naar de keuze om in de christelijke Van Dale het woord homoseksueel (‘met seksuele gevoelens voor hetzelfde geslacht’) te schrappen en de definitie van homo te wijzigen van ‘homoseksueel persoon’ in ‘iemand met liefdegevoelens voor personen van hetzelfde geslacht’.

In eerste instantie klinkt het wel sympathiek, dat ‘met liefdegevoelens’. Er hóéft toch geen seks aan te pas te komen? Maar de essentie van homoseksualiteit is nu juist dat je je seksueel tot iemand van hetzelfde geslacht voelt aangetrokken. Er zijn kinderen van wie ik veel hou, maar dat maakt mij geen pedofiel.

Struijlaart zei tegen deze krant „onder de indruk” te zijn van alle commotie. Die reacties zijn zo hevig omdat mensen dit soort veranderingen ervaren als een ingreep in de werkelijkheid. Dat is ook wat die scholen in Staphorst uiteindelijk voor ogen stond: door woorden te schrappen en te veranderen, wilden zij invloed uitoefenen op de werkelijkheid.

De kleur, de gevoelswaarde en zelfs de betekenis van woorden kan voor mensen sterk verschillen, afhankelijk van onder meer opvoeding, geloof, geslacht, leeftijd en levenservaring. Denk hierbij aan woorden als liefde, eer of aan ‘vieze’ woorden. Juist daarom, omdat die verschillen zo groot kunnen zijn, is het belangrijk dat er een onafhankelijke partij is die de taal, en de ‘werkelijkheid’ die daarin besloten ligt, zo objectief mogelijk beschrijft, hoe moeilijk dat ook is.

Ewoud Sanders