Pollini viert verjaardag met Chopin

Concert: Maurizio Pollini, piano. Werken van Chopin. Gehoord: 4/2 Concertgebouw Amsterdam. Volgende Pollini-recital: 18/2 Concertgebouw Amsterdam.

Precies een maand geleden werd hij vijfenzestig jaar: Maurizio Pollini, de aristocraat onder de pianisten, beroemd sinds hij in 1960 het Chopin Concours won.

Vanwege zijn verjaardag én het 20-jarig jubileum van de serie Meesterpianisten geeft Pollini deze maand twee concerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Zondag speelde hij een Chopin-recital en op 18 februari brengt hij een modern programma.

Aanvankelijk hield Pollini het meest van Bach en Beethoven, die volgens hem ‘concretere muziek’ schreven dan Chopin. Maar de afgelopen halve eeuw is Pollini steeds meer verweven geraakt met Chopin, de componist ‘zonder vader en zoon’, de geniale en volstrekt originele Pool die het pianospel op een hoger plan bracht en de mooiste klanken uit de pianomuziekgeschiedenis bedacht.

Kracht en diepzinnigheid kenmerken de interpretaties van Pollini, die zijn Chopin-recital begon met een ingetogen vertolking van de Prelude in cis, op. 45. Zó democratisch benaderde Pollini de meerstemmigheid van dit Sostenuto, dat de muziek er een beetje door verbrokkelde. Twee Nocturnes, op. 27 werden neergezet met de wat stroeve en ingehouden, maar ook vurige passie van een oudere man, die weemoedig en vol tederheid het leven overpeinst.

De ongenaakbare Pollini, de gedreven beklimmer van de hoogste bergtoppen, de pianist die zichzelf geen rust gunt en de luisteraar doet vergeten dat er rust in de muziek bestaat, kwam tevoorschijn tijdens zijn meesterlijke interpretatie van de Sonate nr. 2 in bes, op. 36. Als een geslepen diamant werd deze sonate tegen het licht gehouden, waarbij de veerkracht en balans tussen alle noten in horizontale en verticale richting grote indruk maakten. Huiveringwekkend mooi doemde in het derde deel de Marche funèbre op aan de horizon, gevolgd door een unieke weergave van de verontrustende Finale, waarin Chopins tijdgenoten de wind over het kerkhof hoorden razen. Zo helder en vloeiend worden de dissonante triolen van dit deel zelden uiteengezet.

Er volgden een expansieve vertolking van de Ballade nr. 2 in F, op. 38, een verinnerlijkte afwisseling van heldere lyriek en beheerste dramatiek in de Twee Nocturnes, op. 48, een nobel maar wat ingehouden ‘Presto con fuoco’ in het Scherzo nr. 3 in cis, op. 39, en een magistrale Polonaise in As, op. 53.

Toch speelde Pollini, die alle effectbejag schuwde en daarbij soms bijna vergat te ademen, pas werkelijk vrij tijdens zijn gevleugelde toegiften van opnieuw Chopin: in de Prelude nr. 9 en de Ballade nr. 1 weerklonk de ingetogen poëzie van een hoofse ridder met een romantisch hart.