Kleinsma straalt als Judy Garland in vlak toneelstuk

Voorstelling: Aan het einde van de regenboog, door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien; 3/2 in Oude Luxor, Rotterdam. Tournee t/m 27/6. Inl. 0900-3005000, www.toneel.nl

Simone Kleinsma lijkt niet op Judy Garland en klinkt ook niet zo. Zij bevindt zich in de bloei van haar carrière, terwijl de vrouw die de hunkering in Over the rainbow steeds geloofwaardiger maakte, haar laatste krachten moest gebruiken toen ze anno 1968 een serie concerten in de Talk of the Town in Londen gaf. En toch schuiven, in de voorstelling die aan die deerniswekkende episode is gewijd, mijn zwart-witte herinneringen aan Garland allengs opzij – om plaats te maken voor Kleinsma’s stralende gestalte.

Over the rainbow, hier op tournee onder de titel Aan het einde van de regenboog is een toneelstuk van de Engelse schrijver Peter Quilter, waarin af en toe een nummer uit het Garland-repertoire wordt gezongen. Bijster interessant kan ik het stuk niet vinden. Quilter heeft in zijn tekst behendig enkele biografische bijzonderheden verwerkt en verstaat voorts de kunst om kernachtige, wrange grappen te schrijven, die door Laurens Spoor raak werden vertaald. Maar veel meer dan een min of meer waarheidsgetrouw beeld van de situatie heeft deze tekst niet te bieden. Ja, zo zal het wel ongeveer zijn geweest. Garland, die een half jaar later op 47-jarige leeftijd bezweek aan drugs, had destijds „een nieuwe verloofde” annex manager die eerst trachtte haar van de peppillen af te houden, maar haar tenslotte toch maar met Ritalin volstopte om de show te redden. Wie hij daarmee diende – zichzelf of zijn vedette – laat Quilter in het midden.

Drie rollen zijn er slechts: de hoofdrolspeelster wier wispelturigheid voortdurend tot algehele wanhoop leidt, haar nieuwe vriend die haar kort houdt als een kind, en een homoseksuele pianist die onbaatzuchtig het beste met haar voorheeft – ook als dat zou betekenen dat ze voorgoed zou stoppen met zingen. Simone Kleinsma torent niet alleen boven het stuk uit, maar ook boven zichzelf. Ze speelt alle gemoedsveranderingen alsof die de hare zijn en zingt fenomenaal, begeleid door een viermansorkestje dat nu eenmaal zijn beperkingen heeft: we horen de fikse kopersectie van een big band en zien piano, drums, bas en sax. Het effect is onbedoeld vervreemdend.

Tegenover de ster staan Paul de Leeuw als de pianist en Kees Boot als de vriend – twee dienende rollen die met uiterste zorg worden gespeeld. Zo krijgt De Leeuw lach op lach zonder er een komisch nummer van te maken; hij blijft prachtig in de plooi.

Ook alles wat deze voorstelling te sentimenteel zou kunnen maken, is in de uitgewogen regie van Paul Eenens gaaf in balans gebleven. En heel mooi vind ik zijn vondst om het van de Muppet-kikker Kermit bekende liedje Rainbow connection („why are there so many songs about rainbows?” ) tot leidmotief te kiezen. Zodat hij niet steeds terug hoeft te vallen op het al zo vaak gehoorde Over the rainbow. Wat trouwens niet wegneemt dat Simone Kleinsma dat nummer tenslotte toch beeldschoon en ontroerend breekbaar zingt.