Je wordt genoemd. Maar... word je ook gebeld?

Nu het regeerakkoord bijna af is, begint het verdelen van de ministersposten.

Velen worden genoemd. Voor een enkeling komt er zelfs een nieuw ministerie.

Tweede-Kamerlid Wim van de Camp, nestor van de CDA-fractie, heeft tegenwoordig in zijn binnenzak een papiertje met namen. Met groene pen staan daar twee rijtjes op geschreven.

Het linkerrijtje zijn de ‘wacht-Kamerleden’: CDA’ers die nét niet in de Kamer zijn gekomen. Zij maken alsnog een kans, als Kamerleden van het CDA straks minister of staatssecretaris worden.

Hun namen zijn voor Van de Camp van belang. Van de Camp verzorgt bij het CDA het ‘klasje’ voor nieuwe Kamerleden. Dus wil hij weten wie hij de komende weken nog kan verwachten.

Het rechterrijtje van Van de Camps briefje bestaat uit de CDA-Kamerleden die wellicht naar het kabinet vertrekken. Van de Camp houdt rekening met een stuk of acht ‘vertrekkers’. Onder hen demissionair premier Jan Peter Balkenende, oud-minister Piet Hein Donner, de demissionaire bewindslieden Pieter van Geel en Maria van der Hoeven en de Kamerleden Gerda Verburg en – met een vraagteken erachter – Liesbeth Spies.

Het Haags gezelschapsspel van de ‘poppetjes’ is in volle gang. Al weken gaat het in de wandelgangen over noemen en genoemd worden. Zeker wanneer vandaag de laatste wijzigingen zijn aangebracht in het concept-regeerakkoord, kan alle aandacht naar de nieuwe ministersploeg gaan.

Maar Van de Camp is niet de enige met een lijstje. Oók Balkenende en zijn team hebben zo hun namen. Bij de PvdA heeft Wouter Bos een lijstje, maar óók het PvdA-partijbestuur onder leiding van Michiel van Hulten. Uiteindelijk bepalen de onderhandelaars (Balkenende, Bos en Rouvoet) wie er namens hun partijen in het kabinet komen.

De invulling van de kabinetsposten gaat volgens een vast stramien. Maar keer op keer gebeurt dat op het laatste moment en chaotisch. Dat komt door de druk om snel een nieuwe kabinetsploeg te presenteren: daags na openbaarmaking van het regeerakkoord.

Ook iets wat vaker voorkomt: de voornemens van de onderhandelaars om te komen tot een kleiner kabinet, zijn alweer van de baan. Het nieuwe kabinet zal zoals gebruikelijk de machtsverhoudingen tussen de coalitiepartijen weerspiegelen.

In dit geval: acht ministers voor het CDA (41 zetels in de Tweede Kamer), zes voor de PvdA (33 zetels in de Kamer) en twee voor de ChristenUnie (6 Kamerzetels). De formule voor staatssecretariaten is nog vaag: voorlopig houden insiders het op vijf (CDA), vier (PvdA), één (ChristenUnie).

Zestien ministers, dat zijn er net zoveel als nu. Maar het zullen niet allemaal dezelfde portefeuilles zijn. Zo zullen Vreemdelingenzaken en Bestuurlijke Vernieuwing waarschijnlijk niet terugkeren. Daarvoor komen andere posten in de plaats.

Over het algemeen mag de grootste partij de premier leveren. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op die regel, zoals Drees in 1948 en Biesheuvel in 1972. Maar het moet raar lopen als Jan Peter Balkenende níet premier wordt van zijn vierde kabinet.

PvdA en de ChristenUnie zullen daarom beide een vice-premierschap krijgen. Deze functie is niet gekoppeld aan een bepaalde portefeuille. In het tweede ‘paarse’ kabinet bijvoorbeeld, waren Els Borst (D66) en Annemarie Jorritsma (VVD) vice-premier onder PvdA-premier Kok, op respectievelijk Volksgezondheid en Economische Zaken. In Balkenende II waren het VVD-minister Gerrit Zalm (Financiën) en, eerst, D66’er Thom de Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing).

In Balkenende IV zullen Bos en Rouvoet vice-premier worden. Bos zal dat waarschijnlijk, net als Zalm, combineren met Financiën. Voor Rouvoet is er de nieuwe portefeuille Jeugd en Gezin, ondergebracht bij Volksgezondheid. Dat zou een politiek geprofileerde portefeuille zijn, passend bij de ChristenUnie. Zoals de LPF in 2002 Vreemdelingenzaken kreeg en, in 2003, D66 Bestuurlijke Vernieuwing.

Uitgaande van deze bezetting aan de top van de piramide, wordt de macht per deelgebied verdeeld. Dit spel speelde zich tot nu toe niet af aan de formatietafel, maar in ‘bilatjes’: de vele gesprekken die de onderhandelaars met elkaar hebben, buiten het zicht van de informateur.

Het gaat hierbij vaak om clusters van ministeries, zoals bijvoorbeeld de buitenlandhoek – Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie. Betrokkenen denken dat hiervoor respectievelijk CDA (Maxime Verhagen), PvdA (Bert Koenders of Sharon Dijksma) en ChristenUnie (Eimert van Middelkoop) de ministers leveren.

Overigens zegt ook de zittende minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot (CDA), dat hij nog wel een termijn wil. Maar Bot nadert de zeventig – en binnen de CDA-top vindt men dat Maxime Verhagen voor zijn werk van de afgelopen jaren wel eens beloond mag worden. Verhagen werd in 2002 fractievoorzitter, terwijl hij liever staatssecretaris van Europese Zaken was geworden.

Van Middelkoop is een serieuze kandidaat, blijkt uit het feit dat de partijtop van de ChristenUnie de bijna zeventigjarige senator Egbert Schuurman heeft gevraagd de Eerste Kamer niet te verlaten. Met het vertrek van Van Middelkoop zou anders een te onervaren senaatsfractie overblijven.

Bij de buitenlandhoek hoort óók het staatssecretariaat Europese Zaken. Een belangrijke post, omdat er eerdaags een beslissing moet vallen over de Europese Grondwet. Mocht Bert Koenders niet op Ontwikkelingssamenwerking komen, dan zou hij Europese Zaken kunnen krijgen. Koenders’ eventuele benoeming op die post zou betekenen dat de PvdA meer gewicht wil geven aan Europese Zaken.

Dan de financieel-economische vierhoek: Algemene Zaken, Economische Zaken, Sociale Zaken en Financiën. De PvdA wil graag Sociale Zaken, maar het CDA vindt dát te veel van het goede. De PvdA heeft immers Financiën al. Economische Zaken zou van het CDA kunnen blijven, met op die plek Joop Wijn.

Hoe de ChristenUnie een plekje in deze ‘vierhoek’ moet krijgen, is nog onduidelijk. Gesuggereerd wordt om de vierhoek uit te breiden met Volksgezondheid – waar Rouvoet met Jeugd en Gezin dan bij zou horen.

Behalve Jeugd en Gezin wordt ook een nieuwe minister ‘Integratie en Wijken’ overwogen. Die zou kunnen worden ondergebracht bij Sociale Zaken of Onderwijs. De PvdA aast op die post, omdat integratie „de grootste sociale kwestie van de komende jaren zal zijn”, aldus een betrokkene. De partij heeft ook al een kandidaat: de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb.

Evenmin is duidelijk wat moet gebeuren met VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu). Met Integratie en Wijken als apart ministerie, zou bij VROM de nadruk komen te liggen op Milieu. Pieter van Geel, nu staatssecretaris, zou milieuminister kunnen worden. Daarmee lijkt de PvdA de grootste kans te maken op Verkeer en Waterstaat. Landbouw is een traditioneel CDA-bolwerk. Voor dat ministerie gaat de naam van Gerda Verburg.

Een andere wetmatigheid bij het verdelen van de posten, is dat Justitie en Binnenlandse Zaken niet in handen komen van één partij. Het CDA heeft oud-minister Piet Hein Donner in de aanbieding voor Justitie. Donner keert in dat geval terug op het ministerie dat hij in 2006 moest verlaten wegens de Schipholbrand. Krijgt het CDA Justitie, dan gaat Binnenlandse Zaken naar de PvdA.

Een ingewikkelde kwestie is het ministerie van Onderwijs. CDA-minister Maria van der Hoeven wil graag blijven, maar het is nog onduidelijk of dat ook gebeurt. Zeker is dat in het onderwijs zélf veel weerstand bestaat tegen een PvdA’er op Onderwijs, vanwege de regeldrift van de PvdA op dat terrein.

Volksgezondheid dan maar voor de PvdA, met als mogelijke kandidaat Buitenhof-columnist en wetenschapper Ronald Plasterk. Plasterk, die meeschreef aan het PvdA-verkiezingsprogramma, staat hoog op het voorkeurslijstje van Bos.

Los van de verdeling van de posten moet, vindt partijvoorzitter Michiel van Hulten, de PvdA voldoende vrouwen in het kabinet zien te krijgen. Van Hulten wil dat de helft van de PvdA-bewindslieden vrouw is – wat volgens het PvdA-partijbestuur eigenlijk voor het héle kabinet zou moeten gelden.

Maar wie moeten dat dan worden? Nebahat Albayrak misschien, de PvdA-nummer 2 op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer? Naar verluidt wil zij graag in het kabinet. Andere namen van mogelijke PvdA-vrouwen voor ministersposten: Guusje ter Horst (tot begin dit jaar burgemeester van Nijmegen), Louise Gunning (voorzitter van de raad van bestuur van het AMC), oud-vakbondsvrouw Ella Vogelaar en senator Trude Maas.

Het ‘vrouwenprobleem’ lijkt bij het CDA een minder grote rol te gaan spelen: die partij zit niet zo dogmatisch in de man-vrouwverdeling als de PvdA. De huidige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, zou naar verluidt zelfs „zonder probleem te passeren zijn”. Dat is met Maria van der Hoeven wel anders: zij wil graag door.

Een ‘probleem’ bij het CDA is wel Ab Klink, directeur van het wetenschappelijk bureau en senator. Klink is een vertrouweling van Balkenende. Hij wil graag het kabinet in – en Balkenende zou daarin willen bewilligen. Ook partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt heeft ambities, maar de vraag is of het CDA aan haar wensen tegemoet wil komen.

    • Egbert Kalse