Ina Brouwer, en hoe kort het geleden was

De raarste namen schieten je ineens weer te binnen als je hoort dat Ina Brouwer lid van de Partij van de Arbeid is geworden.

„Ina wie?”, hoor ik achter in de klas vragen, want dat is het gedonder tegenwoordig. Ze hebben zó weinig historisch besef dat ze ’s avonds de geschiedenis van ’s ochtends al niet meer kunnen navertellen.

Ina Brouwer, de opvolgster van Marcus Bakker!

Nee, niet de bariton die met Willeke van Ammelrooy is getrouwd. Dat is Marcó. Ik heb het over Marcus, de communist.

Communist?

Je kunt er beter mee ophouden, want je moet ze werkelijk alles uitleggen.

Ina Brouwer, later ‘coryfee’ van GroenLinks, samen met Mohamed Rabbae nog lijsttrekker voor de Kamerverkiezingen van 1994, is nu uit onvrede lid van de Partij van de Arbeid geworden. In een brief waarin ze haar stap tegenover Femke Halsema, Wouter Bos en de rest van het Nederlandse volk toelichtte, schreef ze overigens dat ze haar lidmaatschap van GroenLinks niet zou opzeggen. Een trouw type. Die is waarschijnlijk ook nog altijd lid van de CPN.

Mohamed wie?

Mohamed Rabbae, die indertijd nog begrip toonde voor de fatwa van Khomeini tegen de Duivelsverzen van Rushdie, en die toen…..

Ach, ik heb er ook geen zin meer in. Zoek het zelf maar op.

De boodschap van Ina Brouwer trof het congres van GroenLinks niet meteen als een onheilstijding. Ondanks de noten die (zachtjes) over de politiek leider zouden worden gekraakt, had de Utrechtse bijeenkomst nog altijd de christen-radicale blijheid die ik me herinner van PPR-congressen uit de jaren zeventig.

PP wat?

De PPR, een van de vier bloedgroepen waaruit in 1989 GroenLinks ontstond. Die partij was eigenlijk een beetje wat Rouvoet nu is, maar dan een stuk minder griffermeerd, om de spelling van Multatuli aan te houden. Net zo progressief, even solidair, en minstens zo milieubewust. Maar daarnaast ook nog welwillend gestemd jegens de zwangerschapsonderbreking en de homosexuele medemens. Je zou kunnen zeggen dat het de ChristenUnie van de babyboomers was.

Als ze bij de PPR congresseerden namen de leden vaak hun baby’s en hun peuters mee, de vrouwen zaten onder het toehoren te macrameeën en tussen de middag slurpten ze brandnetelsoep en gaven ze de wietpijp aan mekaar door. Er zat daar altijd een geweldige hoeveelheid energie samengebald om de samenleving om te turnen. Jammer genoeg wou de samenleving niet.

Als je even doordenkt, buitelen steeds meer vergeten namen over elkaar heen. Je had als bloedgroep bijvoorbeeld ook nog de Evangelische Volkspartij, die op christelijke grondslag eveneens vooruitstrevend was, en die geleid werd door Cathy Ubbels, van wie ik op een dag meende te begrijpen dat ze, tot mijn stomme verbazing, astronaute was geworden. Maar dat bleek later te zijn gekomen omdat ik (klankassociatie?) haar naam had verward met die van Wubbo Ockels.

Mevrouw Ubbels was voor de EVP wat Bas de Gaay Fortman was voor de PPR, Fred van der Spek voor de PSP (de derde bloedgroep) en Ina Brouwer voor de CPN (de vierde).

Op haar lijst had je bovendien nog Chiel von Meyenfeldt.

Chiel wie?

Chiel, de generaal-majoor. Die wees op evangelische grond het kernwapen af, en gaf in interviews met Oost-Duitse kranten blijk van sympathie voor de DDR. Dat kon toen allemaal in Nederland. Als je toen ’s maandags een aanvraag indiende om de maatschappij omver te werpen, was dinsdag de subsidie op je giro gestort. Heerlijke tijden! En hoe lang waren ze helemaal geleden? Amper twintig jaar.

Eigenlijk dus nog pas gisteren – ze wou nèt die brief aan Femke Halsema, Wouter Bos en ons versturen – was Ina Brouwer nog voorzitter van de fractie van de CPN.

Jan Blokker