Huizenprijs lager na dood Van Gogh

De huizenprijzen in twaalf Amsterdamse wijken met veel inwoners van Marokkaanse en Turkse afkomst zijn na de moord op cineast en columnist Theo van Gogh gemiddeld met drie procent gedaald in vergelijking met de rest van Amsterdam.

Ook is de segregatie in die wijken iets toegenomen, autochtonen vertrokken, allochtonen kwamen. Dat blijkt uit een onderzoek van drie economen van de Amsterdamse Vrije Universiteit.

Theo van Gogh werd in november 2004 vermoord door Mohammed B., die van Marokkaanse afkomst is.

De onderzoekers keken naar de huizenprijzen in de Transvaalbuurt, Indische Buurt West, Indische Buurt Oost, Landlust, Erasmuspark, De Kolenkit, Van Galenbuurt, Slotermeer-Noordoost, Slotermeer-Zuidwest, Geuzenveld, Osdorp-Midden en Overtoomse Veld.

De huizenprijzen van deze twaalf wijken liepen in de tien maanden voor de moord juist langzaam in op die van de rest van Amsterdam, maar na de moord werd die trend omgedraaid.

Bovendien bleek dat in de betreffende wijken het aantal huizenkopers van Turkse en Marokkaanse afkomst toenam en het aantal verkopers met deze afkomst daalde. Volgens econoom Pieter Gautier is de segregatie in deze wijken hierdoor verder toegenomen.

Volgens Gautier is het normaal heel lastig te onderzoeken welke gevolgen maatschappelijke gevoelens en voorkeuren hebben op de huizenmarkt, maar door de moord op Van Gogh ontstond een unieke situatie. „Het was een onverwachte schok, waardoor we de effecten konden meten.”

De kans bestaat, zegt Gautier, dat de toegenomen segregatie in de betreffende wijken tot nog verdere segregatie leidt. Maar het is volgens hem te vroeg om daar harde conclusies uit te trekken. Daarvoor zou er opnieuw onderzoek moeten worden gedaan.