Expeditie (1)

De tuin achter paleis Soestdijk is tegenwoordig tegen betaling voor iedereen toegankelijk. Je kunt er vrijelijk over de paadjes – Julianalaantje, Emmalaan – wandelen waar vroeger de koninklijke familie zich ophield. Een deel is nog steeds afgezet. Daar zag ik vorige week, in de diepte, een ontmantelde tennisbaan met een mooi paviljoentje liggen. Vragen bestormden me: hoe zou de backhand van Beatrix zijn geweest? Kon Bernhard tegen zijn verlies?

Tegelijkertijd vroeg ik me af hoe de kinderen en kleinkinderen van Juliana en Bernhard sindsdien woonden. Vergelijkbare optrekjes? Mijn Oranjekoorts was opeens niet meer te onderdrukken, ik besloot op onderzoek uit te gaan. Ik nam een goedgevulde rugzak mee én mijn vrouw – in die volgorde, want elk expeditieteam behoeft een duidelijke hiërarchie.

Laat ik beginnen met een moedige bekentenis: ik had Huis ten Bosch in Den Haag, de residentie van de koningin, nooit eerder gezien. Om deze schande uit te wissen, zette ik een voettocht van vijftien kilometer uit, die me vanaf het Centraal Station in Den Haag naar Huis ten Bosch zou voeren en vandaar naar Wassenaar waar Alexander en Máxima op landgoed De Horsten wonen.

Via een korte wandeling door het Haagsche Bos bereikten we de achterkant van Huis ten Bosch. Er was vrijwel niets te zien. Het lagere deel van het paleis, en alles wat er zich omheen afspeelde, was door een binnenmuur aan het oog onttrokken. Rond het hele paleis liep een diepe gracht waarachter hoge hekken stonden. Alleen bij de ingangspoort mocht ik in de verte een glimp van de voorkant met het befaamde bordes opvangen.

„Goedemiddag”, zei de enige bewaker op deze gezapige zondagmiddag, een politieman, die af en toe wijdbeens mijn panorama blokkeerde. Ik kon me voorstellen dat zo’n groet je als terrorist volledig op het verkeerde been zou zetten.

„Goedemiddag”, zei ik, en ik liep door in het verpletterende besef dat ik Huis ten Bosch nog steeds niet had gezien, en vermoedelijk ook nooit te zien zou krijgen, tenzij een bliksemcarrière in de politiek mij een theevisite bij de koningin bezorgde.

Vergeleken met paleis Soestdijk is Huis ten Bosch een onneembaar militair fort. Het paleis in Soestdijk is aan de voorkant vanaf de weg altijd goed zichtbaar geweest. Staande op het bordes van paleis Soestdijk was me opgevallen hoe kort de afstand naar de openbare weg was. ‘Soestdijk’ ademde daardoor een zekere toegankelijkheid uit.

Maar andere tijden, andere veiligheidsmaatregelen. Lopend langs Wassenaarse villa’s viel me later ook het succes van het beveiligingsbedrijf Securicor op: blijkens bordjes op de hekken is menige villa daarop aangesloten. Hoe lang duurt het nog voordat ze daar ook diepe grachten rond hun woning graven? Prachtige villa’s overigens, maar het is net alsof er niemand woont, want je ziet zo weinig mensen buiten.

We zaten opeens op het Ties Kruizepaadje, vlakbij de Van Calcarlaan. Voor de jongere lezers: Ties Kruize was dertig jaar geleden de Cruijff van het Nederlandse hockey.

„Ik zou in deze buurt wel wat langer willen rondkijken”, zei ik.

„Geen tijd”, zei mijn vrouw.

Ongemerkt waren de hiërarchische verhoudingen gewijzigd. Dat gebeurt vaker op de expeditie die ‘leven’ heet.