EU-Grondwet niet via stemhokje

Als het aan het nieuwe kabinet ligt, komt er geen nieuw referendum over de Europese Grondwet. Volgens ingewijden hebben de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie afgesproken de vraag over de noodzaak van een nieuwe volksraadpleging over te laten aan de Raad van State.

De hoop is dat dit hoogste adviesorgaan van de staat zal stellen dat het genoeg is als Eerste en Tweede Kamer een oordeel vellen. Veel politici vrezen dat een nieuw referendum over Europa weer tot een ‘nee’ zal leiden. In het parlement bestond altijd al een ruime meerderheid voor de Europese Grondwet.

In het voorjaar van 2005 wees een meerderheid van de bevolking in een referendum de Europese Grondwet af. Enkele dagen daarvoor hadden de Fransen hetzelfde gedaan. Sindsdien verkeert de Europese Unie in een bestuurlijke impasse. De grondwet was bedoeld om de EU doelmatiger en doorzichtiger te laten werken.

Binnen de Europese Unie wordt naarstig gezocht naar een oplossing om alle 27 lidstaten alsnog op één lijn te krijgen. Het probleem daarbij is dat 18 landen het verdrag al wel hebben geratificeerd – en niets willen weten van ingrijpende aanpassingen. Er wordt dan ook vooral naar Nederland en Frankrijk gekeken om met alternatieven te komen.

De onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie stellen in hun ontwerp-regeerakkoord dat een nieuw verdrag in elk geval geen grondwet mag heten. Daarnaast zullen in de tekst de bevoegdheden tussen nationale lidstaten en Brussel duidelijker moeten worden afgebakend. Zo vinden de drie aanstaande coalitiepartners dat de Europese Unie zich niet dient te bemoeien met onderwerpen als sociale zekerheid en het beleid van woningbouwcorporaties. Aan de andere kant moet de Unie op het terrein van justitie en migratie juist slagvaardiger optreden. Opvallend is dat in de ontwerpversie van vorige week Europa bovenaan de lijst van prioriteiten van het nieuwe kabinet stond. De huidige CDA-minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, zou de aanzet voor de de tekst hebben geleverd.

De Raad van State speelde twee jaar geleden een doorslaggevende rol bij de totstandkoming van het referendum. Volgens de Raad van State was de tekst van de Europese Grondwet „tot op zekere hoogte” te vergelijken met een nationale grondwetsherziening. Aangezien veranderingen van de Nederlandse Grondwet alleen kunnen worden ingevoerd als zowel een oude als een nieuw gekozen Eerste en Tweede Kamer zich erover hebben uitgesproken, was in het geval van de Europese Grondwet een volksraadpleging gerechtvaardigd, aldus de Raad van State. Vervolgens heeft de Tweede Kamer zich achter het referendumidee geschaard.

Balkenende, Bos en Rouvoet vinden dat de Raad van State een compromistekst over een nieuw Europees verdrag vooral moet toetsen op de grondwettelijke aspecten. Zijn die er niet, dan zou er voor het parlement geen aanleiding voor een referendum zijn. In andere EU-landen groeit ook de overtuiging dat het beladen woord ‘grondwet’ geschrapt dient te worden.

Over de eveneens gevoelig liggende toetreding van Turkije tot de Europese Unie merkt het ontwerpakkoord op dat er pas een datum genoemd kan worden als Turkije aan alle door de EU gestelde criteria heeft voldaan. Oud-premier Lubbers heeft dit weekeinde op een conferentie gepleit voor een ‘toetreding op termijn’ van Turkije.