Docu-drama in Hilversum

Zelfstandige producenten vrezen dat er steeds minder ruimte is voor documentaires bij de publieke omroep. Maar de netcoördinator noemt de klachten „kul”.

Frans Bromet filmt voor de NCRV docusoap Alles te koop. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 01-02-2007) Frans Bromet, aan het draaien voor de NCRV docu-soap 'Alles te koop' Visser, Dirk-Jan

Rotterdam, 5 febr. - Documentairemaker Frans Bromet liep al een tijd rond met het idee voor een kookprogramma, maar hij kon het bij geen enkele publieke omroep kwijt. Sinds de nieuwe zenderindeling hebben niet de omroepen maar de netcoördinatoren het voor het zeggen op Nederland 1, 2 en 3. „Die zijn alleen geïnteresseerd in de kijkcijfers. Kwaliteit doet er veel minder toe. Daarom besloot ik het maar eens buiten Hilversum te zoeken.”

Met succes, want binnenkort wordt een dvd met het kookprogramma van Bromet gratis verstrekt bij de supermarkten van Dirk van de Broek.

Bromet, bekend van programma’s als Buren, de Verbouwing en Failliet of niet, luidde vorige maand de noodklok over de gevolgen van de nieuwe machtsverhoudingen in Hilversum. De nadruk op kijkcijfers en marktaandelen brengt het genre van de documentaire in gevaar, vreest hij. Hij riep zelfstandige producenten op materiaal in te sturen dat de publieke omroepen niet wilden uitzenden. „We hebben flink wat binnen gekregen. Het is de bedoeling dat we dit voorjaar in het Betty Asfalt Complex in Amsterdam een ‘Festival van de afgewezen film’ organiseren om dit werk te kunnen tonen.”

Het was voor zelfstandig producenten al een tijd niet zo makkelijk meer om in Hilversum werk te verkopen, maar met de komst van de netcoördinatoren is de situatie nog verder verslechterd, constateert Bromet. „Ik heb voor de Humanistische Omroep twee documentaires gemaakt, over India en Roemenië. Toen verordonneerde de netcoördinator opeens dat het niet de bedoeling was dat er nog documentaires over het buitenland werden uitgezonden. Die films liggen nu dus op de plank, omdat die ene coördinator in al zijn wijsheid besloten heeft dat dit niet interessant genoeg is.”

Bromet is niet de enige producent die met ongenoegen kijkt naar wat er in Hilversum gebeurt. Thom Verheul werkte van 1985 tot 1992 bij de VARA en de VPRO. Daarna besloot hij als zelfstandig producent en regisseur aan de slag te gaan. Verheul, die onder andere Verborgen moeders maakte, zag de bui al hangen in de jaren voordat de nieuwe zenderindeling een feit werd. „Eindredacteuren van documentairerubrieken bij de omroepen kregen steeds minder te zeggen over hun programma. Van die zeggenschap is sinds vorig jaar helemaal niets meer over.”

Ook Verheul is op zoek naar nieuwe afzetmarkten voor zijn werk. Die vond hij in de provincie. „Ik had een documentairereeks gemaakt over een groep Antilliaanse jongens die met muziek bezig waren en zich zo aan de criminaliteit wilden onttrekken. Die reeks wilde in Hilversum niemand hebben. Toen ben ik naar RTV Noord-Holland gegaan. Daar zijn ze nog baas over hun eigen winkel en zijn ze enthousiast. Zij hebben de zes afleveringen ook uitgezonden.”

Eindredacteur Jelle Peter de Ruiter van Dokument, de documentairerubriek van de NCRV, herkent het verhaal van Bromet en Verheul, maar meent dat er licht aan het eind van de tunnel is. „Het nieuwe programmeringsmodel draait nu enige tijd. We gaan bekijken of die facetten waaraan de publieke omroep aandacht zou moeten besteden – cultuur, documentaires – voldoende aan bod komen. Mocht dat niet zo zijn, dan werken we de komende drie maanden beleid uit dat daarin verbetering brengt. Als het aan ons ligt komt er budget voor een vast aantal documentaires per jaar. Dat geld moeten de omroepen niet voor iets anders kunnen gebruiken.”

Producent Frank van den Engel, verantwoordelijk voor onder anderen The hands of Che Guevara, hoopt dat er dan ook wat gedaan kan worden aan het late tijdstip waarop films worden uitgezonden. „De documentaire wordt op deze manier de nek omgedraaid. De kijkcijfers zijn ronduit dramatisch, soms slechts eentiende van wat eenzelfde soort film twee jaar geleden scoorde. Maar ja, wat wil je als een programma ’s nachts wordt uitgezonden? En op die cijfers worden we dan over een paar jaar afgerekend. Zie je wel, zullen de netcoördinatoren dan zeggen, er kijkt niemand.”

Het feit dat de publieke omroepen steeds minder documentaires kunnen programmeren, brengt het hele financieringstraject in gevaar, weet ook filmmaker Digna Sinke. „De geldschieters die voor dit soort films middelen ter beschikking stellen, doen dat vaak pas als er de garantie is dat ze worden uitgezonden op televisie. Het wordt steeds moeilijker om die garantie los te krijgen in Hilversum.”

Lennart van der Meulen, netcoördinator van Nederland 2, kan zich niet vinden in het beeld zoals dat door de documentairemakers hierboven wordt geschetst. „Ik vind hun klachten kul. Volgens mij worden ze ook niet gedeeld door de hele sector. De publieke omroep zendt juist veel non-fictie uit. Zeker, we kijken kritisch naar het niveau en zijn selectief, maar we hebben uitdrukkelijk de wens documentaires te brengen.”

De Publieke Omroep wil daarom geld investeren in een soort „jaarlijkse eredivisie van documentaires”, zegt van de Meulen. „Net zoals bij de Telefilms willen we middelen ter beschikking stellen om een stuk of acht hele mooie documentairefilms te maken. Kortom, ik denk dat er voor documentaire juist veel mooie dingen op stapel staan in de nabije toekomst.”