Britten kalm onder vogelgriep

Deskundigen zijn verrast dat vogelgriep op een industrieel fokbedrijf is uitgebroken. Maar de Britten reageren kalm. Dat zou te danken zijn aan hun ruime ervaring met recente grote uitbraken van dierziekten.

Floris van Straaten

De uitbraak van de vogelpest in Groot-Brittannië, de grootste in Europa tot nu toe, heeft voorlopig noch bij de regering noch bij het publiek tot paniek geleid. De regering stelde direct een beveiligde zone om de besmettingshaard in en hield het publiek voor dat er geen reden tot grote bezorgdheid is. Ook de bevolking reageerde rustig. Supermarkten melden dat er nog geen tekenen zijn dat klanten minder gevogelte kopen.

De kalmte van de Britten is volgens commentatoren te danken aan het feit dat het land de laatste jaren ervaring heeft kunnen opdoen met uitbraken van veepest. De uitbraken van de gekkekoeienziekte BSE, die tot halverwege de jaren negentig voortduurden, en van mond-en-klauwzeer in 2001 liggen nog vers in het geheugen.

De schok is bovendien gedempt doordat er rekening werd gehouden met een uitbraak van de ziekte, die zich ook elders in Europa al heeft voorgedaan. Ook aan de Schotse kust spoelde vorig voorjaar een dode wilde zwaan met het voor mensen gevaarlijke H5N1-virus aan. Deskundigen hadden echter eerder verwacht dat de ziekte zich zou voordoen bij een biologische boerderij, waar pluimvee makkelijker in aanraking komt met wilde vogels, dan bij grote industriële pluimveebedrijven.

Bernard Matthews, de grootste kalkoenenfokker van Europa, staat intussen voor een raadsel hoe het H5N1-virus heeft kunnen doordringen tot zijn goed beveiligde bedrijf in het plaatsje Holton aan de Engelse oostkust. Niemand kon de fokkerij ooit betreden zonder zich te besproeien met desinfecterende middelen en met het schoeisel door een ontsmettend bad te lopen. Sinds zaterdag worden alle 159.000 vogels op het bedrijf vergast en elders vernietigd.

Onderzoekers, die de bron van de besmetting willen achterhalen, zullen ongetwijfeld speciale aandacht schenken aan de contacten tussen de fokkerij in Holton en een Hongaarse fokkerij, eveneens eigendom van Matthews. Nog maar twee weken geleden werd ook in Hongarije een nieuwe uitbraak van vogelgriep geconstateerd. Een woordvoerder van Matthews verklaarde echter dat er recent geen vogels waren overgebracht uit Hongarije naar Engeland.

Het in Engeland en Hongarije aangetroffen virus is van dezelfde stam als die in Azië, waar zeker 164 mensen zijn overleden aan de H5N1-virus. Ook in Nigeria is vorige week een vrouw overleden aan deze variant. De sterfgevallen zijn te wijten aan besmettingen van vogels op mensen. Er zijn geen gevallen vastgesteld waarbij de ziekte van mens op mens werd overgebracht.

Voor Bernard Matthews, de 76-jarige oprichter van het bedrijf, betekent de besmetting opnieuw een zware klap. Een grote tegenslag voor de onderneming was in 2005 al dat scholen de populaire ‘kalkoenburgers’ van het lunchmenu schrapten, omdat die niet bevorderlijk voor de gezondheid van de leerlingen zouden zijn. De omzet daalde fors. Desondanks zijn de fokkerijen van Bernard Matthews nog altijd goed voor 19 miljoen kalkoenen per jaar.

Zowel Matthews als de Britse landbouwsector maakt zich intussen zorgen over mogelijke nieuwe uitbraken. Die zouden de boeren wel degelijk hard in de portemonnee kunnen treffen – alle kalmte van de Britten ten spijt.