Bijzonder geding Goudstikker

De erven-Goudstikker moeten binnen drie weken 202 kunstwerken terugkrijgen van de Staat. Een advocaat in deze zaak dreigt dat te blokkeren door beslag te leggen.

De teruggave van zogeheten oorlogskunst is ‘big bussiness’, verzuchtte de voorzitter van de Duitse museumvereniging onlangs. Teruggegeven topstukken hebben recordprijzen behaald op veilingen. Restitutie is ook een interessante markt voor gespecialiseerde advocaten en ‘kunstdetectives’. Hun tarieven zijn minder duidelijk dan de veilingprijzen. Een conflict tussen Marei von Saher en haar advocaat jhr. mr. R.O.N van Holthe tot Echten geeft een fascinerend kijkje in de ‘restitutieindustrie’, zoals het in Duitsland is genoemd.

Inzet is de collectie-Goudstikker, 202 schilderijen die de Nederlandse staat teruggeeft aan de in de VS woonachtige Von Saher. Zij is erfgename van de in de meidagen van 1940 omgekomen kunsthandelaar Jacques Goudstikker. In 1998 trok zij Van Holthe en zijn collega prof. mr. H.M.N. Schonis aan als raadslieden. Nu is er onenigheid over het honorarium. Van Holthe eiste aanvankelijk 19 miljoen euro voor zijn diensten maar heeft dat gereduceerd tot 12 miljoen. Von Saher biedt tien procent van dit bedrag, 1,3 miljoen euro.

Met Schonis is inmiddels een schikking getroffen. Van Holthe en zijn cliënte staan zo ver uit elkaar dat Von Saher een kort geding heeft aangespannen om het beslag te voorkomen op haar collectie , die binnen drie weken door de Staat aan haar moet worden overgedragen. De waarde ervan wordt geschat op 100 miljoen euro.

De declaratie van de advocaat is naar Nederlandse maatstaven opmerkelijk. Ook een kort geding om een beslag te voorkomen is niet alledaags. Meestal wordt zo’n geding aangespannen als eenmaal beslag is gelegd. Daarvoor is verlof nodig van de president van een rechtbank. Dat wordt doorgaans verleend. Voorwaarde is wel dat op korte termijn de hoofdvordering wordt ingediend. Tegen het voortduren van het beslag wordt dan vaak opgekomen in kort geding.

Opheffing van een beslag geldt niet als eenvoudig. „Je staat gauw op achterstand”, vertelt een advocaat. Degene die beslag heeft gelegd, loopt overigens ook risico want hij is aansprakelijk voor de schade als de beslaglegging ten onrechte blijkt te zijn. Het aanspannen van een kort geding is vaak een opmaat voor onderhandelingen om het beslag te vervangen door een bankgarantie als onderpand. Dat speelt ook woensdag een rol. Von Saher vraagt de rechter zonodig een adequate garantie voor Van Holthe vast te stellen.

Een bezwaar van Von Saher tegen de declaratie is dat Van Holthe zijn uren niet heeft bijgehouden. Geheel vreemd is dat niet omdat Von Saher aanvankelijk met haar raadslieden was overeengekomen dat zij bij een succesvolle afloop zouden delen in de waarde van de gerestitueerde werken. Dat liep via de oude firma van Jacques Goudstikker, de Amsterdamse Negociatie Compagnie (ANC). Deze is in 1960 geliquideerd maar werd op advies van de advocaten heropend in verband met de terugvorderingsactie tegen de Staat. Zij kregen ieder een aandeel van zo’n twintig procent.

In de onderhandelingen over de teruggave vroeg de ANC de Staat om vrijstelling van vennootschapsbelasting over de teruggeven schilderijen. De Staat leek daar wel toe bereid, tot zij ontdekte dat de advocaten daarin zouden delen. No cure, no pay is in Nederland door de balie verboden. Minister Hirsch Ballin (Justitie) kondigde in oktober aan dat in de wet vast te zullen leggen, al ziet hij wel ruimte voor „een zekere vorm van resultaatsgerichte beloning”. De aandelenoptie voor de advocaten werd onder druk van de Staat van tafel gehaald, maar vormt volgens de dagvaarding wel de basis voor de declaratie van Van Holthe.

Beslaglegging is een probleem voor Von Saher omdat daardoor een voor april geplande veiling van een aantal werken in gevaar komt. En Von Saher heeft waarschijnlijk wel meer declaraties op haar bureau, bijvoorbeeld van haar Amerikaanse advocaat Lawrence Kaye en kunstdetective Clemens Toussaint.

Voor de Staat blokkeert een beslag de afgesproken aankoop van „vier tot vijf” stukken uit de collectie-Goudstikker. Dat geldt ook voor de voorgenomen schenking van één schilderij door de erfgename aan de Staat.

Dossier Oorlogskunst: nrc.nl/kunst